Zijn voorwaarden voor transitie in de landbouw vervuld?
nieuwsHet Landbouwrapport 2012 maakt een eerste duurzaamheidsmonitoring van de Vlaamse land- en tuinbouw en wijdt een hoofdstuk aan transitie. De Wervelkrant legt uit dat transitie pas kan plaatsvinden als drie vormen van druk op 'het regime' krachtig genoeg zijn: spanning tussen regime en landschap, stress binnenin het regime en druk op het regime vanuit niches. Wervel ziet ook een vertragende factor opdoemen.
In 2008 onderzocht het Dutch Research Institute for Transitions (Drift) op vraag van de Nederlandse overheid de aanwezigheid van de randvoorwaarden voor een transitieproces in de veehouderij en bij uitbreiding de volledige eiwitketen. Drift stelde toen dat de druk op het eiwitregime nog niet krachtig genoeg is om het op autonome wijze in transitie te laten gaan. Zij onderscheiden toen drie verschillende symptomen die voorwaarden lijken te zijn voor transities: spanning, stress en druk.
In de Wervelkrant paste Jeroen Watté deze visie toe op de Vlaamse context. Spanning treedt op waar de dominante wijze van vervullen van een maatschappelijke behoefte niet tegemoetkomt aan de eisen die de maatschappij daaraan stelt of zelfs botst met het functioneren van andere maatschappelijke systemen. "Klimaatverandering veroorzaakt een spanning tussen regime en landschap die meer aandacht krijgt nadat de VN becijferde dat de bijdrage van dierlijke productie significant is. Ook de stikstofcyclus die uit evenwicht is, zorgt voor spanning. Probeer maar eens aan natuurbeheer te doen in een context van nitraatvervuiling", illustreert Watté. Het regime voelt aan dat er een antwoord nodig is op deze spanning.
Als voorbeelden noemt hij de wake-up call van Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche aan het adres van landbouwers om de waterkwaliteit echt in het oog te houden. En het onderzoek naar de carbon footprint van de Vlaamse veehouderijproducten dat onder andere de Universiteit Gent uitvoerde op vraag van landbouwminister Kris Peeters. Ook de toenemende aandacht voor de negatieve gezondheidseffecten van een te hoge dierlijke eiwitconsumptie is een uiting van druk. Getuige hiervan is de media-aandacht voor de bestseller 'De voedselzandloper' van Kris Verburgh. Ook de discussie rond dierenwelzijn in de intensieve veehouderij past in dat rijtje.
De volgende regimeverstoring is stress binnenin het regime. "We spreken van stress als verschillende componenten binnen het regime elkaar gaan tegenwerken", zegt Watté. De quasi-volledige afhankelijkheid van overzeese eiwitten maakt de grondloze veehouderij zeer kwetsbaar. De varkenssector is al jaren in crisis. Maar ook meer grondgebonden sectoren als de melkveehouderij zien volgens Watté de laatste jaren een zeer grote uitstroom van landbouwers. De kapitaalsintensiviteit is onaantrekkelijk voor starters. De productie van overschotten van bulkgoederen met lage productprijzen, of de onevenwichtige verdeling van de meerwaarde tussen de verschillende ketenspelers zijn daar voorbeelden van.
Andere voorbeelden zijn voedselcrises zoals de dioxinecrisis, of veeziektes, die consumenten opschrikken. De noodgrepen zoals ruimingacties interpreteert Wervel als een teken dat het productiesysteem opereert op de grenzen van de draagkracht. Zeker is dat deze crises grote economische verliezen veroorzaken, evenals schade aan de reputatie voor het gehele regime. "Dierlijke productielijnen hebben regelmatig te maken met collateral damage die te herleiden is tot de schaal en intensiteit van productiemethoden", denkt Jeroen Watté.
Ten derde is er druk nodig, meer bepaald de druk die niches uitoefenen op het regime. "Een alternatieve manier om aan een maatschappelijke behoefte te voldoen, fnuikt de dominante manier", legt Watté uit. "Deze druk kan zich manifesteren in de vorm van competitie of vervanging. De druk vanuit niches op het eiwitregime is misschien nog wel het meest zichtbaar in de supermarkt: in sommige winkels nemen de vleesvervangers maar liefst een kwart van de schapruimte voor vers vlees in." Het regime reageert op deze druk. Volgens Wervel is de VLAM-campagne die het begrip 'flexivoor' lanceert, daar een voorbeeld van.
Pas als die drie vormen van druk op het regime krachtig genoeg zijn, kan een transitie plaatsvinden. "Wat vertragend werkt, is dat het regime beschikt over een directe lijn naar het beleid en daar zijn voordeel mee kan doen om een deel van die symptomen te bestrijden", meent Jeroen Watté. "Meestal slagen regimespelers er in om het leeuwenaandeel van de overheidsmiddelen binnen te rijven om zichzelf in stand te houden."
Meer info: Wervelkrant
Bron: Wervelkrant