Waarom spendeert EU 38 procent van budget aan landbouw?
nieuwsOngeveer 38 procent van het Europese budget wordt uitgegeven aan landbouw en plattelandsontwikkeling. Omgerekend naar het bruto binnenlands product van de lidstaten oogt het landbouwbudget veel minder spectaculair: 0,4 procent om precies te zijn. In een bondig rapport over de landbouwuitgaven legt de Europese Commissie uit dat het efficiënter is om met een gemeenschappelijk beleid gemeenschappelijke doelen na te streven. Het alternatief is dat het landbouwbeleid 28 keer opnieuw uitgevonden moet worden, wat onvermijdelijk ook voor concurrentie tussen lidstaten zal zorgen. Dan kies je beter voor efficiëntie volgens de Commissie en spendeer je de nationale budgetten aan andere zaken.
In een brochure over de landbouwuitgaven van de Europese Unie doet de Commissie erg haar best om uit te leggen waarom het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) belangrijk is voor elke Europeaan. Daarbij wordt sterk de nadruk gelegd op de resultaatgerichtheid van het beleid. “Het moderne landbouwbeleid is niet dat uit de geschiedenisboeken. Vandaag voeren we een marktgericht beleid. Boterbergen en wijnmeren zijn verdwenen en exportsubsidies worden niet langer als marktinstrument ingezet. Productiequota zijn verdwenen (melk) of staan op het punt dat te doen (suiker in 2017). Het merendeel van de subsidies aan landbouwers is losgekoppeld van productie zodat het niet marktverstorend werkt. Dit alles stelde de landbouwsector er toe in staat om te reageren op marktkansen in binnen- en buitenland, met een positief effect op de Europese handelsbalans als resultaat. Dankzij een resem hervormingen is het landbouwbeleid klaar voor de 21e eeuw en kan de landbouwsector zaken doen.”
Vervolgens legt de Commissie uit dat het GLB-budget verdeeld wordt over inkomenssteun aan landbouw, plattelandsontwikkeling en marktinstrumenten. Ook promotiesteun, het schoolfruit- en schoolmelkprogramma en de steun aan producentenorganisaties rekent de Commissie bij de marktmaatregelen. Interessanter is het hoofdstuk waarin de Commissie uitlegt dat de effecten van het beleid, en van de 58 miljard euro die er jaarlijks in landbouw en platteland geïnvesteerd wordt, gemeten worden. In 2018 zal voor het eerst verslag uitgebracht worden over de resultaten die het nieuw GLB kan voorleggen. Op de uitgaven is permanent toezicht door de betalingsinstellingen van de lidstaten. De Commissie ziet er op zijn beurt op toe dat de lidstaten hun controletaak ernstig nemen.
Concrete voorbeelden van de verdiensten van het GLB worden er ook gegeven. Inkomenssteun brengt enige stabiliteit in het landbouwinkomen dat gemiddeld maar 40 procent bedraagt van een jaarinkomen in andere sectoren. De landbouwers zijn de directe begunstigden van de steun maar indirect profiteert de voedingsindustrie daar mee van. Dat is de belangrijkste werkgever in Europa, goed voor 47 miljoen jobs en zeven procent van het bruto binnenlands product van de EU. De voedingsindustrie heeft belang bij een moderne primaire sector die kan inspelen op marktvragen en op de wensen van de consument. Daarom investeert de EU mee in de modernisering van landbouwbedrijven. Tussen 2007 en 2013 legde Europa bovenop 25 miljard euro aan private investeringen nog eens 8,7 miljard euro aan subsidies. Daarvan hebben 380.000 landbouwbedrijven gebruikgemaakt. In de periode 2014-2020 zullen naar schatting nog eens 365.000 landbouwers beroep kunnen doen op investeringssteun voor de modernisering of herstructurering van hun bedrijven.
Het Ierse voorbeeld wordt aangehaald om aan te tonen dat de agrovoedingsindustrie een katalysator kan zijn voor de hele economie. Tussen 2009 en 2014 steeg de Ierse export van landbouw- en voedingsproducten met 45 procent in waarde. Dat zorgde voor bijkomende jobs in de hele voedselketen. Op die manier speelden landbouw en voedingsindustrie een beslissende rol in het economisch herstel van Ierland. De Ierse agrovoedingsketen stelt momenteel 8,4 procent van de hele beroepsbevolking tewerk. Ook met de Europese agrarische handelsbalans loopt de Commissie graag te koop. Sedert 2009 is de Europese Unie een netto-exporteur van voeding en dranken. In tien jaar tijd is de export van landbouw- en voedingsproducten met 8,6 procent toegenomen, om tegenwoordig een waarde van 122 miljard euro per jaar te vertegenwoordigen.
Voor de milieuvoordelen van het landbouwbeleid verwijst de Commissie naar het gevolg dat gegeven wordt aan het credo ‘meer met minder produceren’ en naar de 23 miljard euro die tussen 2007 en 2013 uitgegeven werd aan agromilieumaatregelen op bijna 47 miljoen hectare, dat is meer dan een kwart van het Europese landbouwareaal. Vanaf 2015 wordt ieder jaar ongeveer 12 miljard euro van de inkomenssteun uit de eerste GLB-pijler gekoppeld aan drie vergroeningsmaatregelen. In de tweede pijler zullen de uitgaven voor agromilieumaatregelen in de periode 2014-2020 stijgen naar 25 miljard euro. “De maatregelen worden toegepast op een wat kleiner areaal, maar met een beter resultaat voor het milieu in ruil voor elke geïnvesteerde euro”, klinkt het. Een gunstig effect op de leefomgeving wordt ook verwacht van de hectaresteun voor biolandbouw, op in totaal net geen 11 miljoen hectare in Europa. De Europese Commissie gelooft overigens dat Europa wereldwijd marktleider kan worden in biolandbouw.
Tot slot worden de sociale verdiensten van het GLB onder de aandacht gebracht. Dan kom je automatisch bij pijler twee, plattelandsontwikkeling terecht. Zo is er reeds 337 miljoen euro geïnvesteerd in breedbandverbinding op het platteland. Door daar de komende jaren een extra 1,6 miljard euro voor uit te trekken, zal Europa nog eens 27 miljoen mensen in afgelegen regio’s uit hun ‘digitaal isolement’ halen.
Meer info: EU agricultural spending