duiding

Vruchtbaarheid van melkkoeien

duiding
Verminderde vruchtbaarheid bij koeien, en hoe wetenschap en voorlichting daaraan verhelpen
18 maart 2013  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:53

Dat de melkveehouderij in Vlaanderen de jongste 15 à 20 jaar een stille revolutie heeft doorgemaakt op vlak van schaalvergroting, professionaliteit, productiviteit, autocontrole, verduurzaming en veiligheid is geen geheim. De genetische selectie en het dagelijks management (voeder, huisvesting, melkinstallaties) beogen niet minder dan topprestaties. Maar dat tegenwoordig de vruchtbaarheid van de koeien het laat afweten, is een onverwachte tegenvaller. Waar de tussenkalftijd in 1991 nog zo’n 392 dagen bedroeg, is deze vandaag de dag gestegen naar 420 dagen en meer. ILVO, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, is samen met KU Leuven en de Hooibeekhoeve te Geel op zoek naar oorzaken en oplossingen. Een nieuw ‘kenniscentrum rond sensoren’ zal ervoor zorgen dat de informatie bijna realtime doorstroomt naar de sector.

Is er een verband tussen de dalende vruchtbaarheid van melkkoeien en de stijgende productiviteit?
Emily De Busser, ILVO - KU Leuven: Wij vermoeden een onrechtstreeks verband, ja. Ik geef even wat cijfers: De jongste 15 jaar zagen we het aantal melkveebedrijven bijna halveren (van 12.000 melkveebedrijven in 1995 naar 6.574 in 2010), en bleef de totale melkproductie in Vlaanderen stijgen. De verhoogde melkproductie op bedrijfsniveau is te verklaren door een toenemend (+41%) aantal dieren op het bedrijf en door een spectaculair toename (+54%) van de productiviteit per koe. Als in 2015 het melkquotum wordt afgeschaft voorspellen wij (op basis van intenties van de melkveehouders) dat de bedrijven nog zullen vergroten. Dat het aantal liter melk per koe zo is toegenomen is positief voor het bedrijf én voor het milieu: de emissie per liter melk daalt erdoor. Twee factoren hebben die vooruitgang bewerkstelligd: een doorgedreven genetische selectie en het optimaliseren van de voeding voor hoogproductief melkvee.

Maar de focus op vruchtbaarheid is blijkbaar wat verslapt. Op dik 20 jaar tijd is de tussenkalftijd toegenomen met bijna 30 dagen (in 1991 was dat 392 dagen, vandaag gemiddeld 420 dagen). Veeartsen zoeken de verklaring vooral in het grotere interval kalving-eerste inseminatie en het interval eerste inseminatie-dracht. Die grotere intervaltijd heeft dan weer te maken met het trager op gang komen van de ovariële activiteit ten gevolge van ziekten rond het moment van afkalven of een te diepe negatieve energiebalans na het kalven. En er duiken ook problemen op met bronstdetectie, toename in embryonale en foetale sterfte, enz. Vruchtbaarheidsmanagement wordt dus een aandachtspunt waar wij onderzoekers wat meer ondersteuning en kennis moeten leveren, om de concurrentiekracht van de Vlaamse melkveehouderij te handhaven en de economische duurzaamheid van de melkveehouderij te verzekeren.

Wat bedoel je met vruchtbaarheidsmanagment?
kalf_ILVO.2.pngStephanie Van Weyenberg (ILVO): Voeding en management vormen de basis van de aanpak van vruchtbaarheidsproblemen. Een optimaal rantsoen voor iedere productiegroep vermindert het voorkomen van stofwisselingsziekten en leidt tot het uitbalanceren van de specifieke energie- en eiwitbehoefte. Op grotere bedrijven kunnen de koeien bijvoorbeeld ingedeeld worden in een hoog- en laagproductieve groep met aangepast rantsoen. Verder kan ook de droogstand onderverdeeld worden in twee perioden, namelijk de periode net na het droogzetten (=far-off) en de periode net voor het afkalven (=close-up). In de far-off groep ligt de nadruk vooral op het geven van structuurrijk voeder, terwijl in de close-up groep het aandeel krachtvoeder of krachtvoederachtigen toeneemt. Naast de voeding speelt het managment ook een cruciale rol in het waarborgen van zowel een hoge melkproductie als een goede vruchtbaarheid. Denk hierbij maar aan: het optimaal verzorgen van de koeien rondom afkalven, een goede bronstdetectie ,een correcte klauwverzorging en huisvesting en een goede preventie van dierziekten. Op de markt zijn verschillende hulpmiddelen, voornamelijk onder de vorm van sensoren, beschikbaar om de veehouder te ondersteunen in zijn dagelijks management. Deze sensoren zoals stappentellers, activiteitsmeters, bepalingen in de melk,... registreren informatie van elke individuele koe en ondersteunen de melkveehouder in zijn besluitvorming.

Waarom focust het onderzoeksproject rond vruchtbaarheid op het aspect ‘Sensoren’?
Stephanie Van Weyenberg (ILVO): Verschillende firma’s hebben een eigen sensor op de markt gebracht, waardoor het als melkveehouder vaak lastig is om een goede keuze te maken uit het aanbod. Alle firma’s zijn van mening dat hun product het beste is. Activiteitsmeters bijvoorbeeld, kunnen naargelang het type aangebracht worden aan de poot, de nek of het oor van de koe en registreren afhankelijk van het sensortype meerdere malen per dag de activiteit. De overdracht van gegevens kan gebeuren via een infraroodsysteem waarbij antennes opgehangen worden in de stal en hieruit worden doorgestuurd naar een procescomputer. Andere systemen lezen de gegevens uit wanneer individuele koeherkenning gebeurt bij het binnentreden van de melkstal. Verder is de weergave van de informatie ook afhankelijk van product tot product. Sommige ‘alarmsignalen’ worden weergegeven op de pc, andere verstuurd via e-mail of sms. Hoe de sensoren ook werken, ze genereren allen een hoeveelheid data die verder verwerkt moet worden naar praktisch bruikbare informatie. Dit laatste komt vaak niet tot zijn recht of de verkregen informatie wordt niet ten volle benut.

Wat gaat het nieuwe kenniscentrum precies doen?
Emily De Busser, ILVO - KU Leuven: In het kader van het IWT-LA project richten wij het Kenniscentrum ‘Sensoren in de melkveehouderij’ op, voornamelijk om via een objectieve beoordeling de commercieel beschikbare sensoren in kaart te brengen. Op deze manier kunnen veehouders ondersteund worden bij hun zoektocht naar en het gebruik van de beste (combinatie van) sensor(en) voor hun bedrijf. Ook wanneer er twijfel bestaat omtrent de werking of het rendement van een reeds aangekochte sensor, wordt er gezocht naar een passende oplossing. Door het ondersteunen van de Vlaamse melkveehouder in het dagdagelijks gebruik zal het Kenniscentrum technologie toegankelijker maken. De technologieleveraars worden dichter bij de melkveehouders gebracht en omgekeerd. De kennis zelf moeten we door studie verwerven: door een inventaris van wat er bestaat, door een evaluatie ervan, en door veel interactie met de sector.

Op dit ogenblik staan we nog maar aan het begin. Op dinsdag 19 maart is er in de namiddag op het ILVO een eerste studiedag. Er staat ook al wat informatie op www.koesensor.be, en er is een drie-maandelijkse nieuwsbrief (inschrijven via de website www.koesensor.be). Verder worden opleidingen en workshops georganiseerd om de opgebouwde kennis zoveel mogelijk te verspreiden. Veehouders die ervaringen omtrent het gebruik van sensoren willen delen met collega’s zijn steeds welkom om zich aan te melden!

Meer weten over dit project? Inschrijven op de nieuwsbrief of voor de studiedag? Kijk dan op www.koesensor.be. Daar vind je ook het programma van de studiedag. Vragen of opmerkingen? Contacteer info@koesensor.be of bel op het nummer 09/272.28.13.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek