VLIF blijft de motor van vernieuwing in landbouw
nieuwsTijdens de infosessies over het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zullen landbouwers graag horen dat het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) ook de komende jaren investeringssteun zal verstrekken. Toch verandert er heel wat. In het verleden kreeg elke landbouwer die aan de voorwaarden voldeed – vroeg of laat – een subsidie van het VLIF. Volgens Europa kan dat efficiënter zodat er selectiecriteria komen en de landbouwadministratie investeringen tegen elkaar zal afwegen op basis van hun bijdrage aan de verduurzaming van de sector. Opvallend is dat ook de leeftijd van de boer meespeelt. Een jonge bedrijfsleider die investeert, zal door het VLIF voorgetrokken worden.
Drie infosessies over het GLB zijn reeds achter de rug. Landbouwers worden door het beleidsdomein Landbouw en Visserij en het Vlaams Ruraal Netwerk deze maand nog op vier plaatsen verwelkomd: Diksmuide, Lubbeek, Oostkamp, Oudenaarde. Op 6 november volgt in Hasselt nog een infosessie die zich specifiek tot fruittelers richt.
Eén van de thema’s die telkens aan bod komt, is de investeringssteun, zeg maar het ‘VLIF’. In het derde programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling (PDPO III) zijn drie maatregelen behouden: de steun aan jonge landbouwers die een bestaand bedrijf overnemen, de steun aan investeringen op een landbouwbedrijf en de investeringssteun voor verwerking en afzet van land- en tuinbouwproducten. De minimale bedrijfsomvang voor de eerste twee maatregelen is vastgelegd op een bruto bedrijfsresultaat van 40.000 euro.
Een overnemer zal zoals voorheen maximaal 70.000 euro ontvangen voor een klassieke overname maar bijvoorbeeld ook voor het verwerven van aandelen in een bedrijf dat als rechtspersoon uitgebaat wordt. Van investeringen wordt verwacht dat zij de weerbaarheid van het bedrijf verhogen (bv. melkrobot en waterreservoir), het energiegebruik efficiënter maken (bv. warmtepomp) of de luchtkwaliteit verbeteren (bv. geur- en stoffilters en ammoniakemissiearme stallen). Bij een opeenvolging van grote investeringen wordt er maar steun verleend op maximaal één miljoen euro aan investeringen per bedrijf.
Nieuw is dat het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds vanaf 2015 steun gaat verstrekken aan niet-productieve investeringen zoals kleine landschapselementen (hagen, houtkanten, enz.), poelen en erosiedammen. Tot op heden houdt de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) zich daarmee bezig. Deze investeringen dragen bij aan een verbetering van de biodiversiteit, landschap-, bodem- of waterkwaliteit. De landbouwer in kwestie leveren ze geen direct economisch voordeel op maar het VLIF zal wel alle kosten vergoeden. De subsidie voor bewezen kosten van aanleg en onderhoud bedraagt dus de volle 100 procent. De doelgroep is ruimer dan voor de andere VLIF-maatregelen. Hier geen eisen omtrent minimale bedrijfsomvang maar louter de voorwaarde dat het om een actieve landbouwer moet gaan.
Starters die niet opgegroeid zijn in de sector vallen vaak uit de boot voor de overnamesteun aan jonge landbouwers. Daarom komt er vanaf volgend jaar een andere vorm van starterssteun voor nieuwe kleine bedrijven of voor de overname van kleine bedrijven. Dat laatste wordt verantwoord door de bekommernis om bepaalde bedrijfstypes en -sectoren in stand te houden. Het bruto bedrijfsresultaat moet zich hier tussen 20.000 en 40.000 euro situeren. De overheid verwacht dat starters in de biolandbouw of in een jonge sector als wijnbouw hiervan gebruik zullen maken.
Met de derde en laatste nieuwigheid wordt een anomalie weggewerkt uit PDPOII. Door de limitatieve lijst van investeringen waarmee het VLIF werkt, vallen de echte pioniers uit de boot. Zij komen immers aandraven met technieken die nog niet te boek staan als subsidiabel. Zo heeft de eerste tuinder die zijn serre uitrustte met LED-verlichting dat op eigen houtje moeten bekostigen. Ook de eerste teler die met kiwibessen experimenteerde, heeft financieel zijn plan moeten trekken. Wanneer de voortrekkers nooit steun krijgen, is dat nefast voor de zin om te investeren. Dankzij projectsteun voor innovaties in de landbouw wordt deze lacune verholpen.
Meer info: GLB-infosessies