Vlaamse Noord-Zuidbeweging blijft vechten tegen honger
nieuwsHet aandeel mensen die honger lijden op de totale wereldbevolking is volgens Wereldvoedselorganisatie FAO gedaald van 1 op 8 tot 1 op 9. De Millenniumdoelstelling om honger tegen 2015 te halveren, is daardoor binnen bereik. De Vlaamse Noord-Zuidbeweging 11.11.11 maakt de bedenking dat nog steeds 805 miljoen mensen honger lijden. Op sommige plaatsen hebben zelfs meer mensen honger dan voordien. De ngo voert momenteel met ‘Sorry is niet genoeg’ campagne tegen voedselverspilling, maar roept naar aanleiding van Wereldvoedseldag ook op tot investeringen in familiale landbouw gekoppeld aan de sociale bescherming van zwakkeren.
Het aantal mensen dat honger lijdt, is gedaald van 840 miljoen in 2009-2011 naar 805 miljoen in 2012-2014. In 1990-1992 leed 18,7 procent van de wereldbevolking honger. Tegen 2015 zou dit percentage gehalveerd moeten zijn tot negen procent. Op dit ogenblik heeft 11,3 procent van de wereldbevolking, of 1 op 9, honger. “De doelstelling kan gehaald worden”, concludeert 11.11.11 beleidsmedewerker Marc Maes, “maar de vooruitgang is ongelijk.” Hij baseert zich op de vaststellingen van de drie landbouw- en voedselorganisties van de VN: het Wereldvoedselprogramma (WFP), het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling (IFAD) en de Voedsel- en landbouworganisatie (FAO).
Op de Wereldvoedseltop van 2009 werd ook beslist om het aantal mensen dat honger lijdt met de helft te verminderen. Deze doelstelling ligt nog veraf: in 1990-1992 waren 994 miljoen mensen ondervoed, vandaag zijn dat er nog altijd 805 mijoen. Bovendien zijn er nogal wat regionale verschillen. In sub-Sahara heeft bijvoorbeeld nog één inwoner op de vier honger. Relatief gezien is dat een vooruitgang (1 op 3 in 1990-92) maar in absolute cijfers steeg het aantal ondervoede mensen van 182 miljoen naar 227 miljoen.
In Oceanië heeft 1 op 7 honger, evenveel als in 1990-1992. In West-Azië is de situatie sterk verslechterd vooral door oorlog in Irak en Jemen. Het aantal ondervoede mensen in de regio steeg van 8 naar 18,5 miljoen. De sterkste vooruitgang vind je in Oost-Azië (China inbegrepen), Zuid-Oostazië en Latijns-Amerika, waar zowel het absolute aantal als de verhouding meer dan halveerde. In Zuid-Azië is het beeld ongelijk: India drong de honger terug van 210 tot 190 miljoen ondervoeden, een daling van 1 op 4 naar 1 op 6. In Bangladesh was er vooruitgang, maar in Pakistan en Afghanistan verslechterde de situatie, opnieuw door oorlog en geweld. Azië blijft met 525 miljoen het continent met het grootse aantal armen.
Het succesrecept voor een beleid tegen honger bestaat volgens 11.11.11 uit ondersteuning van kleine boeren gekoppeld aan sociale bescherming. Een geïntegreerde aanpak is nodig. “Investeringen in de landbouw en plattelandsontwikkeling moeten gekoppeld worden aan onderwijs, gezondheidszorg, waardig werk, sociale bescherming en gelijkheid van kansen. Ook de rol van de vrouwen en jongeren mag niet uit het oog worden verloren”, somt Maes op. Om via landbouw honger aan te pakken, moet er geïnvesteerd worden in familiale landbouw. Een beleid ter ondersteuning van de familale landbouw maakt werk van een betere infrastructuur, een betere toegang tot de lokale markt en een vermindering van voedselverlies.
Tot slot geeft Maes een voorbeeld van hoe overheden de strijd tegen honger kunnen koppelen aan sociale bescherming. “Een programma rond schoolmaaltijden kan bijvoorbeeld gebruikmaken van voedsel geleverd door organisaties en coöperatieven van lokale kleinschalige boeren. Dat garandeert een inkomen voor de kleine boer en stimuleert de lokale voedselproductie.”
In eigen land voert 11.11.11 momenteel campagne tegen voedselverspilling. Wereldwijd wordt een derde van het voedsel verspild terwijl er nog altijd zo veel mensen honger lijden. Voedsel gaat in elke schakel van de voedselketen verloren, maar niet overal in dezelfde mate en om uiteenlopende redenen. Zo wordt het Zuiden geplaagd door voedselverlies: voedsel dat geproduceerd wordt voor menselijke consumptie maar dat uit de voedselketen geraakt door een gebrek aan middelen (gebrekkige landbouwtechnieken of slechte opslag en transport). In het Noorden belandt veel voedsel in de vuilbak door verspilling. Voedsel dat geschikt is voor menselijke consumptie gaat verloren door menselijk toedoen of nalatigheid.
In het programma Koppen op één werden beelden getoond uit een onderzoek dat 11.11.11 zelf uitvoerde in Kenia en Ecuador. “De exporteurs die we gesproken hebben, zeggen dat de helft van wat de boer aanbiedt, uitgevoerd wordt. De rest is verlies”, zegt Bogdan Vanden Berghe, directeur van 11.11.11. Dat verlies komt bovenop de 10 tot 15 procent die al eerder door de boer was uitgesorteerd. Vanden Berghe wijt dat aan de ‘cosmetische regels’ die Europa oplegt voor groenten en fruit. “Tot 2008 waren er regels voor 36 soorten. Nu nog maar voor 10, maar zij zijn wel goed voor 75 procent van de groente- en fruitomzet.”
11.11.11 ziet die regels graag volledig afgeschaft worden, al is dat geen garantie dat er minder wordt weggegooid. “De verkoop van de 26 in 2008 gedereguleerde soorten groenten en fruit is amper gestegen omdat de sector dezelfde normen blijft hanteren. Daarenboven hebben supermarkten nog strengere normen, waardoor kromme komkommers de winkel niet binnenkomen. Daarom vraagt de ngo aan Europa ook om oneerlijke handelspraktijken aan te pakken. Met regels die afdwingbaar zijn, waarbij sancties mogelijk zijn en waarbij vertrouwelijk klachten kunnen worden neergelegd. In het Zuiden moet dat boeren ook beter beschermen tegen tussenhandelaars die hun bestelling intrekken of klanten die partijen afkeuren bij levering, waarna weggooien de enige optie is. De boer noch de exporteur krijgt enige vergoeding voor een geannuleerde of afgekeurde bestelling.
Herbekijk de VRT-reportage over voedselverspilling die te zien was in Koppen.
Bron: 11.11.11 / De Standaard