Vlaamse bioboeren hebben profijt van GLB-hervorming
nieuwsVanaf 2014 zullen de verschillende onderdelen van het Europees landbouwbeleid (GLB) aangepast worden. In een nieuw rapport analyseert de landbouwadministratie de impact van de hervorming op de biolandbouw in Vlaanderen. Door de herverdeling van de inkomenssteun aan landbouwers vloeit er minstens 37 procent meer rechtstreekse steun naar de biosector dan in het referentiescenario in 2013.
In deze studie maakt de Afdeling Monitoring en Studie (AMS) van de Vlaamse landbouwadministratie een inschatting van de mogelijke impact van de hervorming van het Europees landbouwbeleid op de biologische landbouw in Vlaanderen.
Voor het huidig gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) wordt 2013 als referentiescenario genomen. Er zijn 240 gecertificeerde bioboeren die in 2011 een verzamelaanvraag ingediend hebben. Daarvan zijn er 209 die minstens op de helft van hun areaal de biologische productiemethode toepassen. In deze studie wordt enkel met die groep bioboeren rekening gehouden.
Slechts 46 procent van die biolandbouwers krijgt inkomenssteun (pijler I-steun) in 2013. Er zijn veel meer bioboeren met pijler II-steun voor agromilieumaatregelen en/of vergoeding natuur. Het gemiddelde bedrag per begunstigde bioboer bedraagt 8.251 euro voor pijler I-steun en 5.742 euro voor pijler II-steun. Dat gemiddelde verbergt grote verschillen tussen de bioboeren. De maatregel biohectaresteun is de belangrijkste steunmaatregel.
In het voorstel van de Commissie blijft biohectaresteun mogelijk. Wel wordt het een afzonderlijke maatregel in plaats van een agromilieumaatregel. De maximale steunbedragen blijven dezelfde, alleen is het nog onzeker of voor de biohectaresteun een betaling boven het vastgelegde maximumplafond mogelijk zal blijven. Aangezien de Vlaamse overheid er in de beginfase van de omschakeling naar bio voor verscheidene teelten een schepje (100 tot 1.050 euro per hectare) bovenop doet in het lopende programma voor plattelandsontwikkeling (PDPO), is het nog afwachten of de biohectaresteun na 2013 even hoog blijft.
Landbouwers die in 2011 toeslagrechten hadden of enkel fruit, groenten, aardappelen en/of wijn teelden, zullen als het van de Commissie afhangt vanaf 2014 in aanmerking komen voor nieuwe toeslagrechten en dat voor het totaal van het subsidiabele areaal. Daardoor stijgt het aantal potentiële begunstigden, maar het blijft beperkt tot 117 of 56 procent van de bioboeren.
Het aantal hectares waarover de rechtstreekse steun verdeeld wordt, neemt aanzienlijk toe. Dat komt doordat het volledige subsidiabele areaal in rekening gebracht wordt en niet enkel de toeslagrechten die de biolandbouwers nu in bezit hebben. De bioboeren die ook na 2013 niet in aanmerking komen voor pijler I-steun zijn vooral gericht op tuinbouw, maar hebben ook een beperkte oppervlakte akkerbouw- en voedergewassen.
De impact van de herverdeling van de rechtstreekse steun werd onderzocht voor twee scenario’s: een eerste scenario met ongewijzigd budget en een tweede met een budgetdaling van acht procent. In beide gevallen werd de zoogkoeienpremie niet ontkoppeld. Door de herverdeling van de steun vloeit er minstens 37 procent meer rechtstreekse steun naar de biosector dan in het referentiescenario in 2013. Ook het gemiddelde bedrag per begunstigde ligt hoger. Onder de bioboeren zijn er veel meer winnaars dan verliezers. Een kleine minderheid heeft een groot verlies of een grote winst.
Voor het scenario met budgetdaling werd vastgesteld dat de groep van de grootste verliezers uit enkele grotere bedrijven bestaat met meer rundvee en met meer en duurdere toeslagrechten. Het valt op dat de helft van de groep grootste winnaars veel schapen en/of geiten houdt. Ze hebben ook meer rundvee en een groter areaal waarop zij voornamelijk voedergewassen telen. Daarnaast is er een groep die meer gericht is op tuinbouw, geen dieren heeft en ook wint bij de herverdeling van de inkomenssteun.
Meer info: AMS-studie 'Impact GLB-hervorming op biolandbouw in Vlaanderen'
Bron: Nieuwsflash AMS/eigen verslaggeving
Beeld: De Wassende Maan