nieuws

Vlaamse bio-economie de geknipte transitiestrategie?

nieuws
Visionaire beleidsmakers hebben er de mond van vol, maar wat houdt bio-economie precies in? Tijdens een nieuwe TransEATiesessie, georganiseerd door de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij, dachten verschillende sprekers luidop na over de toekomst van de bio-economie en de rol die landbouw daarin kan spelen.
18 september 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:23

Visionaire beleidsmakers hebben er de mond van vol, maar wat houdt bio-economie precies in? Tijdens een nieuwe TransEATiesessie, georganiseerd door de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij, dachten verschillende sprekers luidop na over de toekomst van de bio-economie en de rol die landbouw daarin kan spelen.

De uitbouw van een competitieve bio-economie moet één van de grote pijlers worden in de transitie naar een duurzame Europese economie. De Europese Commissie lanceerde daarvoor vorig jaar een uitgebreid actieplan. Ook Vlaanderen heeft intussen zijn huiswerk gemaakt en presenteerde tijdens de voorbije zomervakantie een eigen visie en strategie voor een duurzame en competitieve bio-economie. Wat houdt zo’n economie precies in en welke rol heeft het beleid en de landbouw hierin te spelen?

Op die vraag formuleerden Dirk Carrez (managing director van Clever Consult, expert industriële biotechnologie met ruime Europese ervaring), Eva Van Buggenhout (Vlaamse interdepartementale werkgroep bio-economie) en Sofie Dobbelaere (managing director Ghent Bio-Economy Valley) enkele mogelijke antwoorden. Alle drie delen ze de overtuiging dat de zogenaamde bio-based economy, of kortweg BBE, een fundamentele rol moet spelen in de broodnodige groene transitie.

Dirk Carrez gaf een overzichtelijke definitie van wat bio-economie precies inhoudt: "Voedsel, diervoeders, brandstoffen en materialen die gemaakt zijn van biomassa en afval." Dat de bio-economie zoveel kansen biedt, heeft alles te maken met de lange lijst van grondstoffen die ervoor gebruikt kunnen worden, en de brede waaier aan mogelijke toepassingen. Wereldwijd maken vandaag vooral de biobrandstoffen een grote opgang. Zowel in de VS als in Brazilië wordt op grote schaal bio-ethanol geproduceerd, Europa zette dan weer zwaar in op de productie van biodiesel.

Welke rol kan het beleid spelen in de uitbouw van een bloeiende bio-economie? "Het beleid moet voor een coherent kader zorgen", aldus Carrez. "Dat moet rekening houden met drie schakels: aanvoer, vraag en investeringen." In de eerste plaats moet het beleid de ontwikkeling en productie van biomassa stimuleren. Ook moet de overheid spelregels vastleggen waardoor de producenten een afgelijnd kader hebben waarbinnen ze kunnen opereren. Onderzoek en innovatie moet stevig ondersteund worden, voordelige leningen of bankgaranties moeten ter beschikking gesteld worden, en er moet geïnvesteerd worden in pioniersinstallaties.

In Europa krijgt zo’n beleid stilletjes aan vorm. Vorig jaar lanceerde de Commissie een actieplan dat de bio-economie een stevige duw in de rug moet geven. De EU zet in op de ontwikkeling van nieuwe technologieën, het ontwikkelen van markten en een competitieve bio-energiesector, en het sensibiliseren van beleidsmakers en stakeholders om over de grenzen van verschillende industriële sectoren heen samen te werken. Voor de periode 2014-2020 voorziet Europa daarvoor meer dan vijf miljard euro.

Ook Vlaanderen is intussen mee op de kar gesprongen. Met zijn nieuwe aanpak kiest Vlaanderen voluit voor "de uitbouw van een duurzame bio-economie als een transitiestrategie om een antwoord te bieden op de bedreiging die de uitputting en het gebruik van fossiele grondstoffen met zich meebrengen." Voorlopig blijft het vooral bij het ontwikkelen van een toekomstvisie, waarbij de Vlaamse overheid vooral wil faciliteren en richting geven. "Het blijft immers aan de markt- en andere actoren zelf om binnen dit kader kansen te detecteren en te grijpen, en de bio-economie verder uit te bouwen", aldus Eva Van Buggenhout.

In de Gentse haven werden de kansen al in 2005 gedetecteerd: de Ghent Bio-Energy Valley zag er dat jaar het licht. In 2006 verwierf het publiek-private samenwerkingsverband achter de industriesite 80 procent van de Vlaamse quota voor biobrandstoffen. In 2008 begonnen Bioro, Oleon en Alco Bio Fuel op industriële schaal met de productie van biodiesel en bio-ethanol. Het geheim achter het Gentse succesverhaal is volgens Sofie Dobbelaere drieledig: het verzamelen van stakeholders door middel van een proactieve communicatie, het samenbrengen van de betrokken actoren in een cluster, en inzetten op technologische innovatie door onderzoek en het creëren van een testplatform.

Tijdens het afsluitende debat werd nagedacht over de toekomst van de bio-economie in Vlaanderen en kwam ook de Vlaamse landbouw uitgebreider aan bod. Waar liggen de kansen voor de Vlaamse boeren? "We moeten ons vooral niet spiegelen aan het Braziliaanse model", zei Barrez, "want daar hebben we simpelweg niet de nodige bulkhoeveelheden voor." Ons 'schaalnadeel' moeten we ombuigen tot een schaalvoordeel: meerwaarde creëren door het uitbouwen van kleinere ketens met kleinere volumes, maar met hoogwaardigere toepassingen.

Het sleutelbegrip hier is het 'cascadesysteem', waarbij je ervan uitgaat dat je biomassa zo hoogwaardig mogelijk wil inzetten: alle componenten moeten zo goed mogelijk benut worden. Ook met nevenstromen moet efficiënter worden omgesprongen, denk maar aan de oogstresten die achterblijven op de akker. Landbouwers kunnen ook actief betrokken worden door voor de bio-economie interessante gewassen als miscanthus, hennep, vlas, enzovoort te telen. De bio-economie is vandaag goed voor amper 1,5 procent van de Vlaamse economie, maar dat er genoeg ideeën en opportuniteiten zijn om daar verandering in te brengen, lijkt overduidelijk.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VITO

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek