header.home link

Vissers eten beter geen zelf gevangen paling

7 juli 2017
In De Standaard waarschuwt bioloog Claude Belpaire van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) voor het consumeren van riviervissen zoals paling. Samen met collega’s van Universiteit Antwerpen ging Belpaire op zoek naar twaalf schadelijke stoffen in het spierweefsel van baars en paling. Uit de metingen blijkt dat er een aantal in te hoge concentraties voorkomen omdat de Vlaamse rivieren te veel pesticiden, kwik en vlamvertragende stoffen bevatten. Volgens Belpaire is de norm voor sommige van de onderzochte stoffen te streng en zullen een groot deel van de meetplaatsen in Europa de norm overschrijden, “maar er is wel degelijk een probleem met de kwaliteit van het water”.
Lees meer over:

In De Standaard waarschuwt bioloog Claude Belpaire van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) voor het consumeren van riviervissen zoals paling. Samen met collega’s van Universiteit Antwerpen ging Belpaire op zoek naar twaalf schadelijke stoffen in het spierweefsel van baars en paling. Uit de metingen blijkt dat er een aantal in te hoge concentraties voorkomen omdat de Vlaamse rivieren te veel pesticiden, kwik en vlamvertragende stoffen bevatten. Volgens Belpaire is de norm voor sommige van de onderzochte stoffen te streng en zullen een groot deel van de meetplaatsen in Europa de norm overschrijden, “maar er is wel degelijk een probleem met de kwaliteit van het water”.

Samen met collega's van de Universiteit Antwerpen deed Claude Belpaire (INBO), in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij, metingen in elf rivieren en kanalen. Hij ging er op zoek naar de aanwezigheid van schadelijke stoffen in het spierweefsel van baars en paling. Het gaat onder meer om kwik, dioxines, pesticiden en vlamvertragende stoffen die verwerkt zijn in allerhande bouwmaterialen en elektronica. Deze stoffen lossen niet of nauwelijks op in water maar stapelen zich op in de aquatische voedselketen. Daarom voorziet de Kaderrichtlijn Water normen voor hun gehalte in het spierweefsel van vissen en mosselen.

Overal is de kwikvervuiling hoog, maar vooral in Demer, Dijle en Dender is die problematisch. Voor fluorhoudende stoffen is het kanaal Gent-Terneuzen er het slechtst aan toe. De Bovenschelde, ten slotte, kent een hoge vervuiling door vlamvertragende stoffen die wellicht in verband te brengen is met de textielindustrie daar. Een bestaande vervuiling oplossen, kan alleen door het vervuilde slib van de waterbodem af te voeren. Dat is een dure en intensieve operatie die bijvoorbeeld toegepast wordt om de Winterbeek, een zijloop van de Demer, te ontdoen van zware metalen en zouten die Tessenderlo Chemie jarenlang loosde.

Voor de bioloog van natuuronderzoeksinstituut INBO is het duidelijk: het is onverantwoord om nog paling, baars of andere riviervis te eten. Toch verorberen we jaarlijks nog 30 ton paling uit onze rivieren, schrijft De Standaard. “Vissers krijgen duidelijk de boodschap dat ze best geen vis uit onze rivieren eten. Die ontrading heeft dus weinig effect”, zegt Belpaire. Hij verwijst ook naar ander onderzoek waaruit gebleken is dat in meer dan de helft van de meetplaatsen kleurstoffen aanwezig waren in paling. En bloedonderzoek bij mensen uit Nederland die geregeld wilde paling eten, wees op een dioxinegehalte dat tot tien keer hoger ligt dan wie geen paling eet.

Vervuiling is ook één van de oorzaken van de achteruitgang van het palingbestand. Het gaat al decennialang slecht met de vis. De waterverontreiniging is niet altijd van recente oorsprong maar kan ook historisch zijn. Op basis van zijn palingonderzoek suggereert de INBO-bioloog dat sommige mensen nog een voorraadje van het in de jaren '70 verboden DDT hebben. “Uit het profiel van de gemeten vervuiling kun je opmaken dat het een min of meer recente vervuiling betreft.”

Bron: De Standaard / Belga

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek