Uitzonderingen vrijhandel zaaien onrust bij Belgen
nieuwsIn het hoofdstuk industriële goederen heet het 'flexibiliteiten', in het hoofdstuk landbouw 'gevoelige producten'. In essentie gaat het om hetzelfde. Alle WTO-lidstaten willen wel hun invoertarieven verlagen, maar ook enkele sectoren en/of producten blijvend beschermen tegen buitenlandse concurrentie. Daarom is in de onderhandelingsteksten vastgelegd dat enkele procenten - het precieze aantal is nog te bepalen - uitzonderingen toegelaten zijn. Het is aan de individuele lidstaten om te kiezen wat ze beschermen.
In België is dat systeem van uitzonderingen een 'offensief' probleem voor het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), dat zijn bedrijven graag in het buitenland marktaandeel zou zien veroveren. Voor het Belgische bedrijfsleven is de absolute topprioriteit in de zogenaamde Doha-ronde Belgische ondernemingen meer kansen te geven in de markten van de opkomende economieën. In de rijke landen zijn de invoertarieven al laag, het is nu aan de nieuwe tijgers om hun markten te openen.
Volgens de onderhandelingsteksten zouden landen als Brazilië en India hun invoertarieven voor industriële goederen moeten laten dalen tot zowat 20 procent, maar mogen ze een uitzondering toepassen voor 5 à 10 procent van de goederen. "Alles hangt er nu van af of ze die uitzonderingen leggen bij de goederen die wij willen uitvoeren", zegt VBO-experte Elizabeth De Wandeler. "Wij zijn bereid de Belgische invoertarieven te laten dalen, maar we moeten wel wat in de plaats krijgen". Dat is nog onvoldoende gegarandeerd, vindt De Wandeler.
In de landbouwsector geldt hetzelfde principe, maar dan omgekeerd: het zijn de Belgische boeren die de bescherming zoeken van de uitzonderingen, tegen grote landbouwexporteurs als Brazilië. De teksten over landbouw omvatten drie hoofdstukken, legt Pieter Verhelst van Boerenbond uit. De afbouw van handelsverstorende subsidies werd in de Europese Unie in 2003 geregeld door de hervorming van het landbouwbeleid. De afbouw van de exportsubsidies tegen 2013 lijkt op dit ogenblik ook verteerbaar.
Het derde hoofdstuk boezemt de Belgische boeren wel vrees in: de verlaging van de Europese invoerheffingen op landbouwproducten. Vele subsectoren zijn niet opgewassen tegen buitenlandse concurrentie zonder stevige bescherming: de productie van rundvlees of kippenvlees, suiker, diverse zuivelproducten. Dat maakt dat in de Europese Unie veel landbouwproducten de bescherming nodig hebben van de 'gevoelige producten'.
Toch vindt Verhelst de bescherming voor die gevoelige producten maar beperkt. Stel dat Europa suiker bestempelt als gevoelig product, en dus nog een hoog invoertarief toepast. Dan moet Europa wel een bepaalde hoeveelheid - een zogeheten 'invoercontingent' - tariefvrij importeren. Hoewel de omvang van het invoercontingent nog niet exact bepaald is, is volgens Boerenbond de hoeveelheid aanzienlijk. Dat betekent dus sowieso een belangrijke concurrentie voor de Europese suikerproducenten.
In de week van 12 mei verschijnen wellicht nieuwe onderhandelingsteksten. Die zullen als basis dienen voor gesprekken op expertenniveau. De ministers van Handel van de WTO-lidstaten kunnen dan eind juni of in juli de grote knopen doorhakken. Als dat eenmaal gebeurd is, kan het akkoord nog dit jaar volledig uitgewerkt worden. Daardoor kan het in de VS nog goedgekeurd worden onder president George Bush.
Als de WTO niet tijdig klaar geraakt, kan er op zijn vroegste in 2010 een akkoord komen. Eerst moet een nieuwe Amerikaanse president aantreden en zijn er verkiezingen in de Europese Unie en Brazilië.(KS)
Bron: De Tijd