Tijd is rijp voor geïntegreerde aquacultuur op Noordzee
nieuwsDe tijd is rijp om met geïntegreerde acquacultuurprojecten van start te gaan op de Noordzee. “Vlaanderen heeft de kennis, de ruimte en de afzetmarkt om aquacultuurproducten op een geïntegreerde en duurzame manier te kweken”, concluderen de 11 projectpartners van ‘AquaValue’, een onderzoek naar het potentieel van geïntegreerde aquacultuur in de Noordzee. Er worden ook meteen vier haalbare pilootprojecten voorgesteld: een marien broedhuis, een open visboerderij op zee, een mossel- en zeewierkwekerij tussen de windmolens en een kustverdedigingsproject met oogstbare bio-bouwers.
Wereldwijd is de aquacultuursector het snelst groeiende segment binnen de voedselproductie. De sector kent een jaarlijkse groei van acht procent. Aquacultuurproducten kunnen niet alleen de nodige proteïnen en onverzadigde vetzuren leveren, sommige producten zoals macrowieren bevatten ook interessante componenten en grondstoffen voor industriële toepassingen. De Wereldvoedselorganisatie (FAO) en de Europese Commissie stimuleren dan ook de ontplooiing van aquacultuuractiviteiten. Zeker wanneer aquacultuur gecombineerd wordt met andere activiteiten op het land en op zee, zoals geïntegreerde aquacultuur impliceert, dan wordt de activiteit een stuk duurzamer en efficiënter.
In Vlaanderen besloten 11 projectpartners in 2013 een weg uit te stippelen voor geïntegreerde marien aquacultuur in Vlaanderen en op de Noordzee. Het AquaValue-consortium maakte een overzicht van de huidige stand van zaken van geïntegreerde aquacultuur in de wereld en bracht een duidelijk beeld van toekomstige mogelijkheden in Vlaanderen. “Uit die studie blijkt dat schaalvergroting, mechanisatie en integratie van de aquacultuursector in de komende jaren tot grote opportuniteiten zullen leiden voor Vlaamse ondernemingen en onderzoeksinstellingen, zowel binnen als buiten Vlaanderen”, klinkt het.
Vlaanderen heeft volgens het onderzoeksconsortium heel wat troeven om economische activiteiten in de aquacultuursector te ontwikkelen: wetenschappelijke en praktijkkennis in aquacultuur, knowhow over chemische proces- en biotechnologie, een voortrekkersrol in de offshore-windenergiesector en een sterke integratie met de maritieme sector. Bijkomend voordeel is dat er in Vlaanderen nog veel ruimte is om de consumptie van aquacultuurproducten te verhogen en te verbreden. Met ongeveer 25,4 kilo vis en zeevruchten per persoon per jaar is de Vlaming slechts een gemiddelde Europese gebruiker. Bovendien wordt de huidige vraag voor ruim 90 procent ingevuld door geïmporteerde visserijproducten die vervangen kunnen worden door lokale producten.
Binnen het AquaValue-project werd er ook onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van vier pilootprojecten. Het eerste is het marien multispecies broedhuis. Hierbij wordt gemikt op de ontwikkeling van een broedhuis waarbij larven van verschillende soorten vis, schaal- en schepdieren worden geproduceerd voor de bevoorrading van kwekerijen. In een ander pilootproject werd onderzocht of de kustzone net onder de waterlijn kan gestabiliseerd worden met zogeheten bio-bouwers, regiospecifieke organismen die door hun eigen activiteit en natuurlijke ontwikkeling een positieve invloed kunnen hebben op hun omgeving. In combinatie met kustverdediging kan dit een kostenefficiënte en duurzame methode kunnen opleveren om een voldoende breed en stabiel Vlaams strand te behouden dat tegelijkertijd een oogstbaar product kan opleveren.
Daarnaast werd ook onderzoek gedaan naar extractieve aquacultuur in de offshore windmolenparken. Dit houdt in dat er bekeken werd of het kweken van schelpdieren en zeewieren in windmolenparken technisch en economisch haalbaar is. Tot slot werd er ook onderzoek gedaan naar zogenaamde zeeboerderijen. Er werd nagegaan of zeebaars kan geconditioneerd worden om in de buurt van offshore windmolenparken te blijven zodat ze nadien door passieve visserij gevangen kunnen worden. Dat conditioneren gebeurt met geluidssignalen en kleine hoeveelheden voeder.
Dit onderzoek heeft geleid tot verschillende actiepunten. “Zo is het nodig om, naar het grote publiek toe, de voordelen van duurzame aquacultuur en zijn producten voor het milieu en onze gezondheid meer aandacht te geven. Er moet ook markt-, product- en consumentenonderzoek gedaan worden naar de consumptie van (nieuwe) aquacultuurproducten”, beweert het consortium. Er wordt ook gewezen op verder (toegepast) onderzoek naar de technische en biologische aspecten van geïntegreerde aquacultuur en de nood aan start-ups die uiteindelijk de sector moeten uitbouwen en ontwikkelen. “Kortom”, klinkt het, “de tijd is rijp om Vlaanderen op de wereldkaart te gaan zetten als kennis- en productiecentrum voor duurzame, geïntegreerde aquacultuur.”