Tegengestelde reacties op criteria hormoonverstoorders
nieuwsDe criteria die de Europese Commissie voorstelt voor hormoonverstoorders doen veel stof opwaaien. Sommige partijen vinden dat de volksgezondheid en het milieu niet afdoende beschermd worden terwijl anderen net van mening zijn dat stoffen die geen risico inhouden toch van de markt dreigen te verdwijnen. De Gezinsbond stuurde bijvoorbeeld een persbericht waarin het zijn teleurstelling ventileerde en de hoop uitdrukte dat naast bewezen ook vermoedelijke en potentiële hormoonverstoorders onder de criteria zouden vallen. Partijen die het huidige voorstel reeds te streng vinden, heb je ook in de landbouwsector. Het gaat bijvoorbeeld om de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, de graanhandel en boerenkoepel Copa-Cogeca.
Na jarenlange vertraging en een veroordeling door het Europees Hof van Justitie is de Europese Commissie recent op de proppen gekomen met een voorstel rond criteria voor hormoonverstoorders. Het betreft criteria waaraan afgetoetst kan worden of een chemische stof een negatief effect heeft op het hormonaal stelsel van de mens. Als basis gelden de definities van de Wereldgezondheidsorganisatie. De WHO definieert een stof als hormoonontregelend wanneer zij een schadelijk effect heeft op de menselijke gezondheid, zij een endocriene werking heeft en er een oorzakelijk verband bestaat tussen het schadelijk effect en deze werking.
Europarlementslid Bart Staes haalde meteen zwaar uit naar het voorstel omdat de definitie van hormoonverstoorders volgens hem zo breed is dat alle stoffen die ons hormonaal systeem negatief beïnvloeden gewoon op de markt kunnen blijven. Een bewezen negatief effect op dieren telt bijvoorbeeld niet als wetenschappelijk bewijs. De Commissie stelt dat er een bewezen negatief effect op mensen moet zijn voordat een stof als hormoonverstorend aangewezen kan worden. Volgens Staes is het vrijwel onmogelijk om het schadelijk effect voor mensen één-op-één te kunnen vaststellen.
Staes deed een oproep aan burgers, maatschappelijke organisaties en de gezondheidszorg om zich te informeren en verzetten tegen de gang van zaken op Europees niveau. De Gezinsbond gaf gehoor aan die oproep en stuurde een persbericht uit. Daarin hekelt het dat ‘vermoedelijke’ hormoonverstoorders niet onder een verbod kunnen vallen, alleen de ‘bewezen’ hormoonverstoorders’. Vanwege de studies die hormoonverstoorders linken aan allerhande gezondheidsproblemen – onvruchtbaarheid, diabetes, obesitas, kankers, enz. – rekent de Gezinsbond op een bijsturing van het actuele voorstel na politiek debat. Volgens de Gezinsbond is het voorstel van de Commissie in strijd met het voorzorgsprincipe.
Ook een tekstwijziging in de verordening over gewasbeschermingsmiddelen schiet bij de organisatie in het verkeerde keelgat. “De Commissie stelt voor om de tussen Raad, Parlement en Commissie beklonken wettekst te veranderen van 'hormoonverstoorders die een nadelig effect kunnen veroorzaken' naar 'hormoonverstoorders waarvan bekend is dat zij een nadelig effect veroorzaken'. Hierin gaat de Commissie verder dan alleen een voorstel te doen over criteria. Bovendien zullen er volgens het voorstel uitzonderingen mogelijk zijn waardoor opnieuw een risicobeoordeling geïntroduceerd wordt.”
De Gezinsbond juicht toe dat het debat over een belangrijk onderwerp als hormoonverstoorders verder door de ministers (en het Europees Parlement, nvdr.) wordt gevoerd en dat dit niet beperkt blijft tot de regelgevende comités voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De Gezinsbond roept de ministers op om de bescherming van volksgezondheid en milieu voorop te stellen en de criteria van de Europese Commissie te herzien.
Op een herziening rekenen ook een aantal belangenorganisaties uit de landbouwsector, maar zij willen de criteria liever afgezwakt zien uit angst dat er een aantal veelgebruikte gewasbeschermingsmiddelen van de markt verdwijnen. De fabrikanten van die stoffen en de graanhandel, op Europees niveau verenigd door ECPA en COCERAL, trekken aan de alarmbel. Zij vragen om behalve de intrinsieke eigenschappen van een stof ook de blootstelling eraan te beoordelen en rekening te houden met het belang van bepaalde middelen voor de bescherming van landbouwteelten.
De Europese boerenkoepel Copa-Cogeca roept lidstaten op alleen beslissingen te nemen op basis van wetenschappelijke kennis. “Niet het mogelijke gevaar, maar het werkelijke risico moet bepalend zijn bij de beoordeling”, vindt secretaris-generaal Pekka Pesonen. De verzekering dat de gebruikte stoffen bij normaal gebruik geen gevaar opleveren, is volgens hem essentieel. Pesonen benadrukt dat in de toelevering en de landbouw veel aandacht gaat naar een veilige stockage en een veilig gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Het zit de boerenvoorman ook dwars dat Europa de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen op eigen grondgebied verder wil inperken maar tegelijk de deur openzet voor diezelfde en reeds verboden stoffen door te onderhandelen over een meer vrijgemaakte voedselimport uit derde landen.
In samenwerking met: Boerderij
Beeld: Loonwerk Defour