nieuws

Schauvliege en Collin uiten één visie op EU-crisisplan

nieuws
In het licht van de aanhoudende landbouwcrisis, die vooral de melkvee- en varkenshouders treft, zijn de Vlaamse en Waalse minister van Landbouw het eens geraakt over wat zij “een ambitieus Belgisch standpunt” noemen voor de Europese Landbouwraad van 14 maart. Joke Schauvliege en René Collin onderstrepen beiden het belang van snelle oplossingen op Europees niveau zodat landbouwers opnieuw uitzicht krijgen op een waardig inkomen. De twee krachtlijnen van de maatregelen die ze voorstellen, zijn slagkrachtige producentenorganisaties en crisismaatregelen op Europees niveau want de landbouw kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor de (Rusland)crisis die het gevolg is van geopolitieke beslissingen. Een vrijwillig systeem van productiebeheersing behoort tot de mogelijkheden.
25 februari 2016  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:26
Lees meer over:

In het licht van de aanhoudende landbouwcrisis, die vooral de melkvee- en varkenshouders treft, zijn de Vlaamse en Waalse minister van Landbouw het eens geraakt over wat zij “een ambitieus Belgisch standpunt” noemen voor de Europese Landbouwraad van 14 maart. Joke Schauvliege en René Collin onderstrepen beiden het belang van snelle oplossingen op Europees niveau zodat landbouwers opnieuw uitzicht krijgen op een waardig inkomen. De twee krachtlijnen van de maatregelen die ze voorstellen, zijn slagkrachtige producentenorganisaties en crisismaatregelen op Europees niveau want de landbouw kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor de (Rusland)crisis die het gevolg is van geopolitieke beslissingen. Een vrijwillig systeem van productiebeheersing behoort tot de mogelijkheden.

Bij de voorbereiding van het Belgische standpunt heeft elke minister overleg gepleegd met de landbouworganisaties in zijn of haar regio. De eisen die Vlaanderen en Wallonië samen steunen, werden op 25 februari voorgesteld tijdens een interministeriële conferentie. Vlaams minister Joke Schauvliege en haar Waalse collega René Collin maken eenzelfde analyse: er is een onevenwicht tussen vraag en aanbod dat een helder signaal van de Europese Unie nodig maakt. Voor zowel de zuivel- als de varkenssector zijn structurele en specifieke maatregelen nodig.

Hoe die maatregelen er moeten uitzien, maken Schauvliege en Collin duidelijk aan de hand van twee krachtlijnen. Ten eerste heb je maatregelen die de werking en slagkracht van de producentenorganisaties in de zuivel- en varkenssector versterken. “Producentenorganisaties kunnen een belangrijke rol spelen in het crisisbeheer”, klinkt het. “Als zij crisismaatregelen nemen, dan moeten zij hiervoor ook financiële compensatie kunnen krijgen via Europese steun. Bij uitbreiding moeten PO’s in dierlijke sectoren middelen krijgen om operationele programma’s op te zetten om de positie van de boer te versterken en om aanbod en vraag beter op elkaar af te stemmen. Dit kan verder worden aangevuld met een tijdelijke, vrijwillige en financieel ondersteunde daling van het Europese aanbod.”

Het tweede punt dat ze maken, is dat de landbouw niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de crisis die het gevolg is van geopolitieke beslissingen. Daarom moeten bijkomende middelen worden vrijgemaakt voor de uitvoering van crisismaatregelen op Europees vlak. Op korte termijn pleiten Vlaanderen en Wallonië voor een door de EU gefinancierd keuzepallet aan maatregelen voor de lidstaten en regio’s. Het kan gaan om maatregelen die de kosten van producenten doen dalen of maatregelen die de consumptie promoten.

Denk bij de eerste soort maatregelen bijvoorbeeld aan een aanmoediging voor melkvee- en varkenshouders die hun veestapel afslanken door de vervanging van reforme dieren te beperken. En aan steun om het aandeel ruwvoeder in het melkveerantsoen te verhogen. Via nieuwe ondersteuningsmechanismen die ingebouwd worden in de inkomenssteun zouden jonge landbouwers van een verhoogde solidariteit kunnen genieten. Ook wenselijk zijn maatregelen die de toegang tot krediet vergemakkelijken, bijvoorbeeld een flexibelere looptijd van kredieten, en een nieuw verzekeringssysteem voor het waarborgen van de export van landbouw- en voedingsproducten. Resten alleen nog de bijkomende steunmaatregelen voor investeringen en innovatie in de diverse sectoren.

Bij promotiemaatregelen denken Schauvliege en Collin concreet aan Europese promotiecampagnes voor de kwaliteit en lokale oorsprong van Europese landbouwproducten. Ook zijn ze gewonnen voor het versterken van de bestaande instrumenten voor voedselbedeling via voedselbanken en liefdadigheidsinstellingen.

Op de (middel)lange termijn leggen beide landbouwministers de klemtoon op drie maatregelen. In de eerste plaats is dat een betere marktmonitoring door een meer proactieve en efficiënte werking van het Europees Prijzenobservatorium, evenals de uitbreiding hiervan naar de varkens- en rundveesector. De monitoring zou tevens aangevuld moeten worden met de productiekosten en -marges. Ten tweede ijveren ze voor de invoering van een rechtvaardiger verdeelmechanisme voor de toegevoegde waarde binnen de keten. In derde en laatste instantie vragen ze onderzoek te doen naar een instrument voor inkomensstabilisatie door de Europese Commissie.

Het nastreven van een betere verloning van de landbouwbevolking blijft de eerste prioriteit voor België. “In de huidige context van een verstoorde markt moeten we proberen om zoveel mogelijk lidstaten te overtuigen van de noodzaak om structurele maatregelen te nemen, waaronder de invoering van een nieuw mechanisme dat marktevenwicht op Europees vlak nastreeft”, vertolken Schauvliege en haar collega Collin het Belgische standpunt.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek