SALV geeft in vroege fase advies over landbouwsubsidies
nieuwsMet onthouding van Natuurpunt sprak landbouwadviesraad SALV zich uit over de conceptnota die de Vlaamse implementatie beschrijft van de directe steun aan landbouwers in de GLB-hervorming. De adviesraad vindt het onder meer opportuun dat Vlaanderen tracht te vermijden dat pensioenboeren nog langer Europese inkomenssteun genieten, en toont zich bezorgd over de invulling van ‘actieve boer’.
Landbouwminister Kris Peeters vroeg de SALV om advies over de conceptnota die de Vlaamse beleidskeuzes formuleert voor de Europese inkomenssteun aan landbouwers vanaf 2015. Dat neemt de vorm aan van negen krachtlijnen voor het nieuwe systeem voor directe steun in uitvoering van Pijler 1 van het Europese landbouwbeleid.
De landbouwadviesraad waardeert dat hij in dit dossier betrokken is alvorens de conceptnota voorgelegd werd aan de Vlaamse regering. “De adviesvraag komt op een juist moment omdat de beleidskeuzes nog moeten genomen worden, waardoor een reële participatie van de belanghebbenden uit de raad mogelijk gemaakt wordt”, klinkt het.
Met de negen krachtlijnen uit de conceptnota is de SALV het over het algemeen eens. Niettemin heeft de raad een aantal bedenkingen en opmerkingen. Zo vindt zij de combinatie van pensioenuitkeringen en rechtstreekse steun uit het GLB te vermijden. Verder promoot de SALV een collectieve aanpak van de vergroeningsverplichting om vijf procent ecologisch focusgebied op akkerland aan te leggen. “Voorzie begeleiding, ondersteuning en monitoring voor de landbouwers die een collectief opstarten”, luidt het advies.
Voor sierteelt en wijnbouw dient Vlaanderen na te gaan of er alternatieve steunmaatregelen mogelijk zijn, andere dan directe inkomenssteun. De voorwaarden voor betaling van rechtstreekse steun aan jonge landbouwers moeten duidelijk aangegeven worden. Verderop in het advies toont de SALV zich bekommerd om jonge landbouwers die starten na 2013 en daardoor uit de boot dreigen te vallen bij de toekenning van nieuwe betalingsrechten.
Vlaanderen krijgt ook het advies om beleidsdoelstellingen uit te werken voor sectoren met gekoppelde steun om onder meer de (noodzakelijke) verjonging en professionalisering te ondersteunen. Gelet op de toekomst van de vleesveehouderij dringt de SALV aan op de uitwerking van alternatieven voor de gekoppelde zoogkoeienpremie. De systemen ‘herverdelende betalingen’ en ‘kleine landbouwers’ vindt de SALV ongeschikt voor Vlaanderen.
De overheveling van middelen van Pijler 1 (inkomenssteun aan landbouw) naar Pijler 2 (plattelandsbeleid) vraagt de SALV om “te bekijken in functie van de noden”. Overgedragen middelen moeten dienen om reële tekorten binnen Pijler 2 verder in te vullen, zo wordt er nog aan toegevoegd. Het principe dat deze extra middelen gefocust worden op maatregelen gericht op de actieve boer, valt in goede aarde.
De SALV vindt het Iers model met (per betalingsrecht) maximaal 30 procent verlies aan inkomenssteun ten opzichte van 2015 en een variabele vergroeningspremie geschikt voor het bepalen van de nieuwe betalingsrechten. Bovendien onderschrijft de raad dat instellingen waarvan het primaire doel aantoonbaar verschilt van landbouw door Vlaanderen aan de negatieve lijst worden toegevoegd. Daardoor zullen overheidsinstellingen, onderwijsinstellingen en erkende natuurverenigingen geen landbouwsubsidies meer ontvangen.
Bezorgd is men binnen de SALV over de beperkte Europese uitwerking van het begrip ‘actieve boer’. Ondanks het Europese kader is het immers zeer moeilijk om private personen met een onaanzienlijke landbouwactiviteit uit te sluiten. De SALV vraag hier verder aandacht voor op Europees niveau. De Raad meent ook dat bij de Vlaamse invulling bijkomende criteria moeten overwogen worden om de rechtstreekse steun te focussen op de “écht” actieve boer. Uit administratieve overwegingen wordt een minimumareaal van twee hectare ingesteld om in aanmerking te komen voor betalingsrechten. De SALV wijst er op dat dit geenszins mag betekenen dat kleine bedrijven (bijvoorbeeld CSA-boerderijen) uitgesloten worden van betalingsrechten na 2015.
De adviesraad is het eens met de bepalingen rond het behoud van het systeem van een individueel referentieareaal blijvend grasland, maar vraagt verduidelijking over de types graslanden die hieronder gevat worden. Reden is de bezorgdheid dat percelen die vijf jaar zijn aangegeven als tijdelijk grasland, en graslanden onder de beheerovereenkomst ‘grasstroken’, plots een permanente status zouden krijgen. Daarom vraagt de SALV om de verdere implementatie hieromtrent in de ‘delegated acts’ van de Europese Commissie nauwgezet verder op te blijven volgen en deze bezorgdheid mee te nemen bij Vlaamse omzetting.
Meer info: SALV-advies
Beeld: Johan Vanneste