Prijsevolutie landbouwproducten zit goed richting 2023
nieuwsDe komende tien jaar zullen boeren vrij goede prijzen krijgen voor hun producten als we de voorspelling van de Europese Commissie mogen geloven. Voor plantaardige producten is de gunstige teneur sterk afhankelijk van de biobrandstofproductie. De vleesindustrie profiteert van de wereldwijd aantrekkende vraag. Ook de Europeanen zouden weer wat meer vlees consumeren in 2023. Zuivel vindt zowel binnen als buiten Europa vlot afzet.
Op middellange termijn scoren landbouwproducten vrij goede prijzen. Dat schrijft de Europese Commissie in zijn vooruitblik op de landbouwmarkten voor de periode 2013-2023. Akkerbouwers mogen uitgaan van een solide wereldwijde vraag naar hun gewassen en behoorlijke prijzen. De Europese voedings- en veevoederindustrie zullen nauwelijks meer product afnemen zodat de biobrandstoffenindustrie de meest ‘dynamische’ – lees onvoorspelbare – factor aan vraagzijde wordt. De verwachting is dat biobrandstoffen 8,5 procent van de transportbrandstoffen zullen uitmaken tegen 2020.
De Europese graanmarkt kondigt zich redelijk krap aan het komende decennium. Door de beperkte graanvoorraden zullen de prijzen boven de historische gemiddelden uitkomen. In 2023 zal er naar schatting 316 miljoen ton graan geoogst worden want de gemiddelde opbrengsten per hectare zullen maar beperkt (+0,6% per jaar) toegenomen zijn. Korrelmaïs (18%) en tarwe (41%) gaan een nog groter aandeel binnen het Europese graanareaal innemen.
Met de afschaffing van de suikerquota in 2017 in het achterhoofd is de marktvooruitblik van de Europese Commissie zeker voor suikerbietentelers een interessante oefening. Zonder de quota zal tegen 2023 de biet- en suikerproductie stijgen, onder meer onder invloed van de hogere noteringen van de suikerprijs op de wereldmarkt. De extra volumes suikerbieten gaan vooral naar de suikerfabrieken en in mindere mate naar bio-ethanolfabrieken. Door het verdwijnen van het prijsverschil tussen de bieten die binnen dan wel buiten quotum geproduceerd worden, zijn suikerbieten niet langer concurrentieel als grondstof voor bio-ethanol.
De Europese vleesproducenten mogen rekenen op een sterke wereldwijde vraag. Ook de binnenlandse consumptie trekt weer aan: van 64,7 kilo vlees dat een gemiddelde Europeaan in 2013 in de supermarkt kocht naar 66,1 kilo in 2023. Kip blijft de belangrijkste groeier onder de vleesproducten dankzij zijn prijs, gebruiksgemak en gezond imago. Varkensvlees houdt stand als vleesproduct nummer één terwijl rund- en schapenvlees aandeel verliezen in het consumptiepatroon.
De Europese melkveestapel krimpt en daardoor ook de rundvleesproductie (-7% tot 7,6 miljoen ton in 2023). Vergeleken met dezelfde referentieperiode 2010-2012 stijgt de varkensvleesproductie met 2,8 procent tot 23,4 miljoen ton. Er zou elk jaar 0,8 procent meer kip op de markt komen zodat het productiecijfer in 2023 afklokt op 13,6 miljoen ton. Hoewel de melkquota in 2015 verdwijnen, zal de groei in deze sector beperkt zijn omdat de milieudruk in een aantal lidstaten een rem zet op de ontwikkeling van de sector. In de 15 oude lidstaten wordt de melkproductie verder verhoogd naar gemiddeld 8.500 kilo per koe. De nieuwe lidstaten zullen in 2023 6.050 kilo melk per koe produceren.
Dat het landbouwinkomen op middellange termijn gaat stijgen, klinkt boeren in de oren. Per arbeidskracht zou het inkomen jaarlijks met 1,8 procent toenemen. Alleen is dat het resultaat van een daling van het aantal arbeidskrachten in de land- en tuinbouw en niet van een effectieve stijging van het landbouwinkomen. De boeren en tuinders die in 2023 de stiel nog beoefenen, zouden tegen dan 17,5 procent meer verdienen. In de nieuwe lidstaten gaan zij er meer dan dubbel zo snel op vooruit. De inkomenskloof wordt daardoor kleiner, maar gemiddeld genomen kan je nog steeds beter landbouwer zijn in West- dan in Oost-Europa.
Meer info: Medium-term prospects for agricultural markets and income
Beeld: FAO