Prednisolone in varkensurine kan lichaamseigen zijn
nieuwsHet wetenschappelijk comité van het Voedselagentschap heeft één van zijn adviezen uit 2013 aangepast omdat de wetenschappers tot nieuwe inzichten gekomen zijn omtrent prednisolone bij varkens. In 2012 was er beroering omdat de Hormonencel melding maakte van het plots vrij vaak voorkomen van lage concentraties prednisolone in urinestalen. De aanwezigheid van die stof kan wijzen op het gebruik van illegale groeibevorderaars, maar kan ook het gevolg zijn van de vorming van lichaamseigen prednisolone bij varkens door stress in het slachthuis. De wetenschappers van het FAVV stellen nu voor om een drempelwaarde in te voeren zodat dat onderscheid gemaakt kan worden.
Recente studies hebben uitgewezen dat prednisolone van endogene oorsprong aanwezig kan zijn in de urine van varkens die met zekerheid niet behandeld werden met de verboden ontstekingsremmer. Door de plotse opkomst van prednisolone in 2012, waarbij de stof nooit gevonden werd op varkensbedrijven maar wel in de urine aanwezig bleek te zijn zodra varkens afgeleverd waren in het slachthuis, werd zoiets al vermoed. Nu is er ook wetenschappelijke zekerheid over de lichaamseigen uitscheiding van prednisolone bij varkens.
Het wetenschappelijk comité van het FAVV vindt vijf nanogram per mililiter, als maximum concentratie voor prednisolone in varkensurine, een aanvaardbare drempelwaarde om het onderscheid te maken tussen niet-behandelde dieren en verdachte dieren. Verder blijkt dat de afwezigheid van prednisolone in de lever definitief uitsluitsel geeft.
Meer info: wetenschappelijk comité FAVV
Beeld: Danish Crown