Pluk hopscheuten gestart: delicatesse uit Poperinge vraagt twee uur arbeid per kilo
nieuwsHet seizoen van de hopscheuten is opnieuw gestart. In de regio rond Poperinge, hét hopcentrum van België, is de oogst volop aan de gang. Maar achter het ‘witte goud’ op het verfijnde bord bij toprestaurants schuilt een bijzonder arbeidsintensieve nicheteelt. “Reken toch twee uur werk per kilo”, zegt teler Benedikte Coutigny van ’t Hoppecruyt.
Hopscheuten zijn de jonge, witte ondergrondse uitlopers van de hopplant in het vroege voorjaar. “Die eerste uitlopers groeien op het oude hout van vorig jaar”, legt Coutigny uit. “Tijdens het snoeien snijden we dat oude, houterige deel af. Van hieruit groeien de nieuwe hopscheuten. Of je de scheuten nu verkoopt of niet: ze moeten er sowieso af.”
Seizoen goed gestart
Waar veel hoptelers ze gewoon laten liggen, oogst een kleine groep ze als exclusieve groente. Door de planten aan te aarden en af te dekken blijven de scheuten wit. “Bij hopscheuten is dat essentieel”, zegt ze. “Rode of groene scheuten zijn anders van textuur. Als ze wit blijven, zijn ze mooi krokant.” Het seizoen 2026 ziet er volgens Coutigny goed uit. “We hebben binnen- en buitenteelt gecombineerd en zijn al volop bezig met de oogst. Door het gunstige weer is het seizoen goed gestart. We zijn heel tevreden.”
Binnen- én buitenteelt
't Hoppecruyt is in de eerste plaats gespecialiseerd in hop voor Belgische brouwerijen. De hopscheuten zijn een neventeelt, maar wel een bewuste keuze. Er wordt zowel binnen als buiten geteeld. Bij de Poperingse hopkwekerij blijft de hopplant 15 jaar in het veld staan. Na deze periode is de wortel te oud om voldoende rendement te hebben van bloemen. Daarom wordt in januari telkens tien procent van de wortels gerooid en in een warme ruimte gelegd.
“De oude wortels gaan we intafelen in een oude varkensstal”, legt Coutigny uit. “We leggen de wortels op de vloer, doen er aarde over en stoken tot 13 graden. Na drie weken hebben we de eerste hopscheuten.” Zo kan het bedrijf al vanaf half februari leveren, onder meer voor Valentijn. De buitenteelt gaat nu van start, waarbij de planten in het veld worden aangeaard en afgedekt, vergelijkbaar met asperges.
Niet elke grond is geschikt voor hopscheuten. Het bedrijf teelt op zand-leemgrond, die goed draineert. “Te veel vocht is nefast”, benadrukt Coutigny. “Op zware kleigrond worden ze bruin en kunnen ze rotten. Liever te droog dan te nat.” Het seizoen loopt bij hen van begin februari tot eind maart, soms begin april. In andere regio’s wordt nog iets langer geoogst, maar het blijft een kort en intens venster.
Nootachtig en verfijnd
Hopscheuten staan bekend om hun fijne, licht bittere en nootachtige smaak. “Ze hebben een nootachtige toets”, zegt Coutigny. “In gerechten worden ze vaak gecombineerd met noten en olie.” Een perfecte hopscheut is volgens haar vooral krokant en correct gesneden. “Zodat de chef er bijna geen werk meer aan heeft.”
Volgens Coutigny is er wel degelijk een smaakverschil tussen de buiten- en binnenteelt. “De hopscheuten van buiten zijn voller van smaak. Dat is een beetje zoals bij tomaten: wat buiten groeit, heeft gewoon meer smaak.”
Twee uur arbeid per kilo
De exclusiviteit van hopscheuten heeft veel te maken met de arbeidsintensiteit. Alles gebeurt manueel.
“Dat is uitgraven en afknippen, allemaal met de hand”, zegt Coutigny. “Eén scheutje weegt maar één à twee gram. Met vijf mensen kunnen we nooit meer dan tien kilo per dag plukken.”
Per kilo mag je rekenen op ongeveer twee uur werk, inclusief wassen. “Het klinkt weinig als je zegt dat we vorig jaar 200 kilo hebben geoogst, maar dat is geplukt over zes weken.”
De productie is bovendien volledig vraaggestuurd. “Wij hebben dat niet liggen zoals aardappelen. We plukken op bestelling. Die 200 kilo was eigenlijk gewoon onze vraag.”
Streekproduct met beperkte spelers
Hopscheuten gelden als een typisch streekproduct uit Poperinge. Toch zijn er maar weinig producenten. “In Poperinge zijn we met 15 hoptelers”, zegt Coutigny. “Daarvan zijn er maar drie die ook hopscheuten telen. Dat bewijst hoe arbeidsintensief het is.”
De verkoop verloopt rechtstreeks aan toprestaurants in de streek, maar ook in Brussel, Leuven, Limburg en aan de kust. Door de beperkte houdbaarheid – slechts enkele dagen – is een korte keten essentieel. Via de website van het hopteler is het witte goud te koop aan 160 euro per kilogram.
Wat voor chefs een exclusieve lentegroente is, blijft voor de teler vooral een kwestie van vakmanschap en doorzettingsvermogen. “Het is hard werken”, besluit Coutigny, “maar het blijft een mooi product van hier.”
Bron: Eigen berichtgeving