Nieuwe regering legt eigen accenten in landbouwbeleid
nieuwsDe nieuwe Vlaamse regering deelt land- en tuinbouw een belangrijke plaats toe op het platteland. Het regeerakkoord zegt letterlijk dat het voldoende ruimte wil geven aan een economisch rendabele landbouw. Op zoek naar de eigen accenten van de nieuwe bestuursploeg stoten we in het regeerakkoord op pilootprojecten voor een efficiëntere logistiek in de agrovoedingsketen, enkel nog steun voor investeringen die bijdragen aan het verduurzamen van de landbouw, onderzoeksinstellingen die innovaties zullen uittesten voor individuele boeren en een algemene weersverzekering.
De agrovoedingsindustrie is de sterkst in Vlaanderen verankerde cluster van onze economie. De sector telt meer dan 40.000 bedrijven met een tewerkstelling van 155.000 personen. Met landbouw- en voedingsproducten wordt een positief handelssaldo van meer dan 4,7 miljard euro gerealiseerd, en een bijdrage van tien procent in het globale exportcijfer van ons land. Op die manier zorgt de agrovoedingsindustrie voor welvaart in ons land. Voor sommige producten (b.v. aardappelproducten) voeren we de wereldranking aan qua export.
“We willen van Vlaanderen de Food Valley van Europa maken”, stoeft de nieuwe regering. Met dat doel voor ogen worden er bijvoorbeeld efficiëntiewinsten nagestreefd op het vlak van logistiek. Extra studiewerk moet de basis vormen voor afspraken met de gehele agrovoedingssector rond slimme logistieke oplossingen.
In de open ruimte wordt voldoende ruimte gereserveerd voor voedselproductie, belooft de Vlaamse regering. Het beheer van die schaarse open ruimte zal op een “zuinige” en “zorgvuldige” manier gebeuren. Landbouwers zullen aangemoedigd worden om de biodiversiteit in het agrarisch gebied te versterken. Daarbij wordt voorrang gegeven aan initiatieven die de landbouwers zelf kunnen nemen.
Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) blijft de motor van een duurzame groei in land- en tuinbouw. Het budget zal minstens op het niveau van de afgelopen jaren liggen. Gelet op de nieuwe uitdagingen voor de sector (o.a. hogere maatschappelijke verwachtingen inzake biodiversiteit en dierenwelzijn) worden de regels rond investeringssteun aangepast. Zo zal er specifieke aandacht gaan naar innovatieve en milieuvriendelijke landbouw, waarbij investeringssteun geen stijging van de milieudruk mag veroorzaken. De administratie zal nauwgezet opvolgen of de gesubsidieerde investeringen de beoogde milieu-efficiëntie opleveren.
In het verleden vielen nieuwe starters in de biolandbouw en de korte keten vanwege hun kleinschaligheid vaak uit de boot bij het aanvragen van investerings- of overnamesteun. Zij krijgen voortaan de mogelijkheid om ‘in te groeien’, en kunnen daartoe een opstartpremie aanvragen. Ook wordt er steun voorzien voor niet-productieve investeringen in kleine landschapselementen, water- en bodembeheer en groenschermen. De duurzaamheid van de overheidssteun voor landbouwinvesteringen wordt verzekerd door investeringen die onvoldoende bijdragen tot de verduurzaming van de landbouwsector uit te sluiten. Ook wordt er een selectiesysteem opgezet, in plaats van de ‘open enveloppe’ waar tot op heden mee wordt gewerkt. Daardoor zullen de centen naar investeringen gaan die het meest bijdragen aan verduurzaming.
De wereldwijde concurrentiestrijd wordt gewonnen door diegenen die de best mogelijke producten op de meest efficiënte manier kunnen produceren. De Vlaamse regering houdt dat in het achterhoofd en zal daarom, specifiek voor de agrovoedingsindustrie, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek en diens Food Pilot verder uitbouwen en moderniseren. Resultaten van onderzoek moeten nog beter doorstromen richting landbouwers. Binnen het landbouwonderzoek wordt ook ingezet op agro-ecologische innovatie.
Naar analogie met de succesvolle KMO-portefieulle zullen individuele landbouwbedrijven via de ‘landbouwportefieulle’ de mogelijkheid krijgen om nieuwe innovaties uit te testen bij onderzoeksinstellingen. In het landbouwonderzoek wordt een unieke samenwerking opgezet die de naam Agrolink Vlaanderen krijgt. Door op structurele wijze samen te werken, vergroot de efficiëntie van landbouwonderzoek, wordt de ganse keten betrokken en komt er een ruimere toegang tot financiële middelen. Het onderzoek naar ggo’s wordt voortgezet want ook de nieuwe Vlaamse regering neemt de keuzevrijheid van producent en consument als uitgangspunt.
Het hoofdstuk ‘Duurzaam ondernemen’ vertrekt van geïntegreerde gewasbescherming om het gebruik van chemische middelen te beperken en de omschakeling naar een meer milieuvriendelijke onkruid-, plaag- en ziektebestrijding te stimuleren. Naar de sterfte van bijen en de impact van gewasbeschermingsmiddelen dient op Europees niveau meer onderzoek te gebeuren. De Vlaamse regering wil alvast zelf werk maken van een actieplan voor de bijen.
De regionalisering van het landbouwrampenfonds geeft Vlaanderen de mogelijkheid om vlotter te kunnen beslissen over landbouwrampen. De mogelijkheden van een brede weersverzekering zullen onderzocht worden. Landbouwers zijn ook blootgesteld aan extreme marktrisico’s maar daar wil de nieuwe regering zich evenmin bij neerleggen. Pilootprojecten worden opgezet om marktrisico’s in de sector af te dekken. Alle bedrijven krijgen toegang tot up-to-date informatie over de allerlaatste tendensen op economisch, technisch en (fyto)sanitair vlak. Ze krijgen ook info die hen moet toelaten om de productie beter af te stemmen op de wensen van de markt.
De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) zal, na consultatie van het middenveld, ook in de toekomst autonoom advies blijven geven over landbouwkwesties. In tegenstelling tot twee andere kleine adviesraden blijft de SALV overeind in de hertekening van het landschap der adviesraden. Het SALV-secretariaat wordt weliswaar ingebed in de SERV, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
Tot slot nog iets over het ketenoverleg. Dat ziet de nieuwe Vlaamse regering graag versterkt worden zodat het in redelijke producentenprijzen kan resulteren. Vlaanderen zal het ketenoverleg als gesprekspartner erkennen en, indien gewenst, afspraken binnen de keten via landbouwbeleidsovereenkomsten vastleggen.
Meer info: Regeerakkoord Vlaamse regering 2014-2019