Nieuw PDPO krijgt positieve evaluatie in ontwerpfase
nieuwsHet ontwerp van het nieuwe programma voor plattelandsontwikkeling (2014-2020) speelt in op de noden van het Vlaamse platteland. PDPO III zal in hoofdzaak positieve milieueffecten genereren, maar inzake luchtkwaliteit en klimaat niet van die grootteorde als PDPO II door het wegvallen van de ondersteuning voor WKK’s. Zo oordeelt de ex-ante-evaluator, een extern consortium dat tijdens de ontwerpfase zijn licht liet schijnen op de voorstellen.
Nieuw in deze programmaperiode is dat de externe specialisten (IDEA Consult, UGent en Antea Group) zich al in een vroege ontwerpfase over PDPO III konden buigen. De meerwaarde daarvan zit in de interactie met de landbouwadministratie bij de opmaak van het plattelandsontwikkelingsprogramma (PDPO). In de voorbereiding werd ook al zeer participatief gewerkt door middel van overleg met een ruime groep stakeholders.
Het Vlaamse programma is gestructureerd rond zes prioriteiten, zoals voorgeschreven door het Europese kader. Die zes zijn: (1) kennisoverdracht en innovatie, (2) versterking van de levensvatbaarheid van het landbouwbedrijf, (3) bevordering van de organisatie van de voedselketen, (4) herstel, instandhouding en verbetering van ecosystemen, (5) efficiënt gebruik van hulpbronnen en omslag naar een koolstofarme en klimaatbestendige landbouw en (6) sociale inclusie, armoedebestrijding en economische ontwikkeling van het platteland. Op het terrein wil de Vlaamse overheid die zes prioriteiten waarmaken met een gans pakket aan maatregelen.
Wat de uitwerking ervan betreft, zit de landbouwadministratie op het goede spoor. Het verdict van de evaluatie luidt namelijk als volgt: “Er is aandacht voor de positie van de landbouwproducent, via onder meer steun voor jonge landbouwers, voor pioniers, voor producentengroeperingen en risicobeheer. Bovendien wordt er ingezet op samenwerking tussen landbouwers en op de band tussen stad en platteland. De hervorming van bepaalde agromilieumaatregelen gericht op onder andere soortenbescherming en waterkwaliteit beoogt een groter effect op het terrein. De sterkere focus van de lokale ontwikkelingsstrategieën van de LEADER-gebieden zorgt voor minder versnippering van middelen.”
De meeste geselecteerde maatregelen hebben volgens de ex-ante-evaluatoren positieve effecten op meerdere doelstellingen en zijn onderling complementair. Zij voorzien geen negatieve effecten op andere doelstellingen uit het plattelandsbeleid. Ook op milieuvlak zijn er vooral positieve effecten te verwachten. Het wegvallen van de ondersteuning voor WKK’s reduceert wel het positieve milieueffect inzake lokale luchtkwaliteit en klimaat. “Europa legt op om investeringen waarbij er meer energie wordt geproduceerd dan verbruikt op het landbouwbedrijf niet meer te ondersteunen”, klinkt het. Dit moet oversubsidiëring tegengaan, ook al komen zulke investeringen de globale doelstellingen van hernieuwbare energie wel ten goede.
Een aantal andere maatregelen vindt het team van externe specialisten minder overtuigend. Zo rijzen er twijfels of er voldoende wordt ingezet op de verjonging van de landbouwpopulatie, op strategisch management en op (opleiding rond) risicobeheersing. De evaluatoren denken daarbij ook aan andere risico’s dan grillige weersomstandigheden. Uiteraard kunnen niet alle behoeften van het Vlaamse platteland aangepakt worden via PDPO III. De programmamaker zal zijn selectieve keuze verantwoorden naar de Europese Commissie toe.
Verder zwaaien de evaluatoren vooral lof toe: “Het ontwerp-PDPO III is coherent met de thematische doelstellingen van het Europese Gemeenschappelijk Strategisch Kader en met de EU2020-strategie. PDPO III zal een duidelijke bijdrage leveren aan doelstellingen op vlak van concurrentievermogen, milieu en klimaat, efficiënt gebruik van hulpbronnen en innovatie. Ook op Vlaams niveau is er een synergetisch samenspel tussen het PDPO III en ander beleid zoals het Milieubeleidsplan, het Groenboek Beleidsplan Ruimte en het Plattelandsbeleidsplan 2013-2015.”
In het rapport spotten we toch nog een puntje van kritiek. Vooraf schoof Vlaanderen vier strategische thema’s naar voren. Het beschikbare budget werd echter niet gelijk verdeeld want driekwart van het geld gaat naar maatregelen die de landbouwsector duurzamer en weerbaarder moeten maken. Denk daarbij aan investeringssteun en grondgebonden agromilieumaatregelen. Voor de strategische thema's jonge landbouwers (8,2% uit ELFPO-budget), innovatie en opleiding (9%), en kwaliteit en vitaliteit van het platteland (8,8%) zijn veel minder middelen weggelegd.
Het plattelandsontwikkelingsprogramma voor de periode 2014-2020 zit nog in de ontwerpfase en overleg over maatregelen, budgetverdeling en uitvoering is nog aan de gang.
Meer info: Ex-ante evaluatie PDPOIII
Beeld: VLM