nieuws

"Niet meer, maar betere voedingsproducten"

nieuws
FEVIA, de Belgische sectorfederatie van de voedingsindustrie, voelt zich niet aangesproken door de harde kritiek van Groen-senator Petra De Sutter en Europarlementslid Bart Staes, die uithaalden naar beleidsmakers die "onder druk van de machtige lobby's van de voedingsindustrie" te weinig actie ondernemen in de strijd tegen obesitas. Bij monde van algemeen directeur Chris Moris benadrukt FEVIA dat de voedingsindustrie in ons land wel degelijk haar verantwoordelijkheid wil nemen.
18 juli 2014  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:16

FEVIA, de Belgische sectorfederatie van de voedingsindustrie, voelt zich niet aangesproken door de harde kritiek van Groen-senator Petra De Sutter en Europarlementslid Bart Staes, die uithaalden naar beleidsmakers die "onder druk van de machtige lobby's van de voedingsindustrie" te weinig actie ondernemen in de strijd tegen obesitas. Bij monde van algemeen directeur Chris Moris benadrukt FEVIA dat de voedingsindustrie in ons land wel degelijk haar verantwoordelijkheid wil nemen.

Zolang de kwaliteit, innovatie en diversiteit van de Belgische producten behouden blijft, wil de voedingsindustrie, in overleg met de overheid, inspanningen leveren om minder zout, suiker en vetten te gebruiken. Dat zegt Chris Moris, algemeen directeur bij FEVIA, die verwijst naar het zoutconvenant dat in 2008 werd afgesloten tussen federaal minister van Volksgezondheid Onkelinx en de federaties van de voedingsindustrie (FEVIA) en handel (Comeos).

Die aanpak werpt zijn vruchten af, stelt Moris. In september 2013 werden de resultaten van een monitoring publiek gemaakt, waaruit bleek dat vooral in vleesproducten (van -16% tot -36%), diverse broodsoorten (-22%), soepen in poedervorm (-17%), bereide maaltijden (-15% tot -29%) en kazen (van -7,5% tot -20%) het zoutgehalte al aanzienlijk verlaagd was. Door het zoutgehalte in voedingsmiddelen geleidelijk aan te verlagen, en niet in één keer, merkt de consument er bovendien niets van, aldus FEVIA.

Maar de bestrijding van overgewicht is complexer dan dat, weet ook Moris: "Het heeft geen zin om een bestanddeel, suiker of vet te diaboliseren om het probleem van overgewicht en obesitas aan te pakken. Het gevaar is bovendien groot dat een bestanddeel gewoon wordt vervangen door een ander bestanddeel met misschien even veel energie of zelfs meer. We geloven in een balans tussen energie-inname en energieverbruik door voldoende lichaamsbeweging."

De voedingsindustrie is ook bereid de hoeveelheid vet en suiker in producten te verminderen, maar het is daarbij wel belangrijk dat de overheid daarvoor het wetgevend kader voor productinnovatie verbetert en aanpast aan de noden van de industrie. Zo moet boter wettelijk gezien 82 procent vet bevatten. Hetzelfde geldt voor mayonaise, dat in Nederland maar 70 procent vet hoeft te bevatten, tegenover 80 procent in België. Chocolade zonder suiker mag niet verkocht worden als chocolade, maar als cacaofantasie.

Naar de toekomst toe gelooft Moris dat de voedingsindustrie moet focussen op de kwaliteit en de finesse van de producten, en niet op het volume: "Als we op dat vlak kunnen innoveren en aan de top staan, gaan we een mooie toekomst tegemoet. Evolueren naar kwaliteitsverbetering en naar toegevoegde waarde, in plaats van toenemende consumptie te stimuleren, kan evengoed een groeifactor zijn."

Tenslotte merkt Moris ook nog op dat de verdeelde bevoegdheden de zaken er niet makkelijker op maken: "We kijken met veel jaloezie naar Nederland, waar de bevoegde minister van volksgezondheid alle partijen rond de tafel roept en afspreekt wie wat doet. In België zitten we met de verdeling van verschillende bevoegdheden tussen België en de gemeenschappen, wat de zaak complexer maakt. Zo zijn de productnormen een federale bevoegdheid, maar zijn sensibilisering en preventie regionale bevoegdheden."

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek