Nederlandse loonwerksector krijgt rake klappen
nieuwsIn 2013 zullen 10 tot 15 procent meer Nederlandse loonbedrijven er het bijltje bij neerleggen dan normaal. Dat schrijft Boerenbusiness. De stijgende kosten bezorgen de loonwerksector vooral in de grensstreek met België kopzorgen. “Je kunt er gif op innemen dat er binnen een half jaar tientallen bedrijven stoppen als er niets verandert”, waarschuwt Jan Maris van Cumela.
Door de stijgende lasten zouden dit jaar 10 tot 15 procent meer Nederlandse loonbedrijven stoppen dan in andere jaren. Vooral in de grensstreek met België staat het water verschillende bedrijven aan de lippen. Jan Maris, directeur van de Nederlandse sectororganisatie Cumela, voorspelt dat er dit jaar zelfs 40 tot 50 loonwerkbedrijven de activiteiten gedwongen of vrijwillig zullen stopzetten.
De stijgende kosten vormen de belangrijkste oorzaak voor de malaise in de sector: “Kosten voor onderhoud, afschrijving en personeel vormden altijd al de grootste uitgavenposten, maar nu zijn daar de hoge brandstoffacturen bijgekomen. Dat laat nauwelijks ruimte voor huisvestingskosten en verzekeringen. En net die verzekeringskost is fors gestegen door de verhoging van de assurantiebelasting van 7 naar 21 procent”, aldus Maris.
Sinds het verbod op rode diesel in Nederland dat inging op 1 januari 2013, ondervindt de sector een concurrentienadeel ten opzichte van Belgische loonwerkers die wel nog rode diesel mogen tanken. Een handicap die uiteraard vooral in het grensgebied speelt. Daarom vindt Maris het onbegrijpelijk dat er vanuit politieke hoek niet aan compensatiemaatregelen wordt gedacht.
Ondertussen raadt Maris de loonwerkers aan om zo veel mogelijk samen te werken met andere loonbedrijven zodat het machinepark optimaal benut wordt. Ook waarschuwt hij voor te uitgesproken specialisatie: “Zo staat een mooi apparaat voor de aardappelteelt buiten de oogstperiode stil waardoor er gaten in het rendement ontstaan. Net hetzelfde geldt voor trekkers en kippers. Zelfs bij een specialisatie in akkerbouw is het moeilijk het hoofd boven water te houden.”
Bron: Boerenbusiness