Maandelijkse varkensindex geeft inzicht in volatiliteit
nieuwsNaar analogie van de rundvleesindex zal de FOD Economie maandelijks een varkensindex berekenen en publiceren op zijn website. De index geeft een beeld van de volatiliteit van de inkomsten en de kosten op een varkensbedrijf. Voor het verloop van de kostprijs wordt gekeken naar de voederkost van zeugen- en gesloten bedrijven. In het geval van vleesvarkensbedrijven wordt ook de biggenprijs meegenomen. "De varkensindex is puur informatief. Anders dan bij de rundvleesindex is er geen engagement van de ketenpartners om samen te zitten wanneer de index ver onder of boven het voortschrijdend gemiddelde duikt", benadrukt Mathias Ingelbrecht, adviseur prijzen en marktwerking bij de FOD Economie.
Vorige donderdag heeft de FOD Economie voor het eerst de varkensindex op zijn website gepubliceerd. Iedere maand zal dit opnieuw gebeuren zodat de volatiliteit van kosten en inkomsten van varkenshouders gemeengoed wordt. De index komt er op vraag van het Agrofront dat de drie grote landbouworganisaties in ons land verenigt. Andere ketenpartners zoals voedingsindustrie (FEVIA) en retail (Comeos) schaarden zich achter de vraag om meer transparantie. Daarop werd de FOD Economie aan het werk gezet.
Op basis van officiële cijfers berekende de federale overheidsdienst een vereenvoudigde index van kosten en inkomsten. We schrijven ‘vereenvoudigd’ omdat alleen de voederkosten in de berekening begrepen zijn. Het voeder maakt de helft tot twee derde van de totale kostprijs van een varkensbedrijf uit. Omgekeerd is varkensproductie wel de voornaamste maar niet de enige bron van inkomsten van een varkenshouder. Voor vleesvarkensbedrijven wordt behalve met de voederkost ook rekening gehouden met de kostprijs van de biggen.
Omdat niet alle kosten worden meegenomen in de berekening laat de index niet toe om conclusies in verband met de rendabiliteit van de sector hard te maken. Een vrij goede indicatie van de rendabiliteit is de index wel zodat in het eindverslag van de technische werkgroep niet verhuld wordt dat de rendabiliteit van varkenshouderij recent in het gedrang kwam. Het verslag verwijst naar de voederprijzen die in 2015 hoger lagen dan in 2004 terwijl de prijzen voor varkenskarkassen ingestort waren. Zeugenbedrijven realiseerden vorig jaar weliswaar een iets betere biggenprijs ten opzichte van 2004, maar de biggenprijs hield geen gelijke tred met de kostenstijging. Voor de berekening van de rundvleesindex gold 2005 als ‘een normaal jaar’ in de vleesveehouderij. In de varkenshouderij nam men daarvoor het gemiddelde van de periode 2004 tot en met 2006.
Uit de grafieken is meer in detail af te leiden dat vleesvarkensbedrijven de prijs van varkenskarkassen met 4,7 procent zagen dalen tussen 2004 en 2015. Een vetgemest varken bracht in 2015 gemiddeld 139,5 euro op, tegenover 149,3 euro in 2004. Tezelfdertijd werd de aankoop van biggen en van voeder 27,1 procent duurder. Zeugenbedrijven konden hun biggen iets duurder verkopen aan collega-varkenshouders maar de prijsstijging (+8,4%) tussen 2004 en 2015 was minder uitgesproken dan de prijsstijging voor biggen- en zeugenvoeder (+28,1%). Vorig jaar kregen zeugenhouders gemiddeld 33,4 euro per big. Ruim tien jaar geleden was dat 30,8 euro. Gesloten bedrijven worstelen met aanzienlijk duurder voeder (+39,1%) terwijl ook zij niet ontsnappen aan de gedaalde varkensprijs.
De evolutie op middellange termijn oogt dus niet gezond. Na de importstop van Rusland kwam de sector echt in zwaar weer te zitten. De biggenprijs liep terug met 17,9 procent van 2014 tot 2015, de prijzen van varkenskarkassen met 10,8 procent. De kosten van varkensvoeder en de aankoop van biggen zijn in geringere mate gedaald: min 4,7 procent bij fokvarkensbedrijven, min 8,7 procent bij mestvarkensbedrijven en min 3,3 procent bij gesloten bedrijven.
De vereenvoudigde ratio (opbrengsten gedeeld door kosten) toonde zich in 2015 wispelturig en week tweemaal harder dan tien procent af van het voortschrijdend gemiddelde gedurende 18 maanden. Zowel in januari als in de periode juli tot en met november was de afwijking in negatieve zin groter. Enkel in maart en april van dit jaar was er een positieve afwijking van meer dan tien procent ten opzichte van het voortschrijdend gemiddelde. Verder valt op dat de vereenvoudigde ratio in 2015 een afwijking liet optekenen van 33 procent ten opzichte van de referentieperiode 2004-2006. Het meest gunstig, of beter gezegd minst ongunstig, oogt de situatie van vleesvarkenshouders. De afwijking van de referentieratio blijft in deze tak van de varkenssector beperkt tot 24 procent, waar hij doorschiet tot 37 procent voor gesloten bedrijven.
Aangezien de markt voor varkensvlees geen nationale maar een Europese markt is, vroeg de ketenwerkgroep in eerste instantie om een varkensindex op Europees niveau. Daarvoor waren de gegevens nodig van de netto exporterende landen (naast België ook Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Nederland en Spanje), maar die bleken niet voorhanden. Voor het cijfermateriaal uit eigen land gaat de FOD Economie te rade bij de mengvoederindustrie (BEMEFA) voor de voederprijs en bij de Vlaamse overheid voor de biggen- en varkensprijs.
Als reactie op de publicatie van de varkensindex herinnert Wouter Wytynck van Boerenbond eraan dat de index er is gekomen op vraag van de varkenssector. De index gaat volgens Wytynck zijn nut nog bewijzen door in één oogopslag een beeld te geven van het kosten- en opbrengstenplaatje. Ook de volatiliteit in de biggen- en vleesvarkensprijzen zal zichtbaar gemaakt worden. "Als de voederkostprijs dicht aanleunt bij de opbrengstprijs, dan verkeert de varkenshouderij duidelijk in een moeilijke situatie", aldus de Boerenbond-adviseur. De varkensindex objectiveert dus de discussie die Boerenbond met de andere ketenpartners aangaat.
Paul Cerpentier van het Algemeen Boerensyndicaat wijst erop dat de voederkost volatiel is maar de andere kosten (die niet meegenomen zijn in de varkensindex, nvdr.) steeds stijgen: de bijdrage voor kadaverophaling, de waterfactuur, de doorgerekende kost voor antibioticaregistratie, het onderhoud van luchtwassers, de kosten voor mestafzet, enz. Ook kon geen rekening gehouden worden met het grote verschil in kostenstructuur tussen een oud en afgeschreven varkensbedrijf en een nieuwbouw die aan strengere normen voldoet. “De varkensindex geeft niettemin openheid wat betreft de evolutie van de rendabiliteit op het varkensbedrijf. Varkenshouders zouden dan ook graag willen weten welke opbrengsten de andere schakels in de keten halen”, zegt Paul Cerpentier, die namens ABS deel uitmaakte van de technische werkgroep.
Meer info: Varkensindex & eindverslag technische werkgroep