Limburgse landbouw schept jobs voor ganse agrobusiness
nieuwsWoensdag zagen we alleen maar blije gezichten bij de mensen van de Landbouwkamer in Limburg. Op een melkveebedrijf in Diepenbeek had de dienst Landbouw van gedeputeerde Inge Moors net een uitgebreide studie gepresenteerd die de land- en tuinbouw in de provincie in kaart brengt. “Met de verzamelde cijfers kunnen we beter het belang van onze sector duiden”, zegt Chris Coenegrachts, “want nu weten we bijvoorbeeld dat elk landbouwbedrijf naast 1,9 directe arbeidsplaatsen een vijftal jobs creëert in de andere schakels van het agrobusinesscomplex.” Sterkhouder in Limburg blijft de fruitteelt. Sterkhouder in Limburg blijft de fruitteelt terwijl groenteteelt de grootste groeier is.
Land- en tuinbouw neemt zowel economisch als qua ruimtegebruik een belangrijke plaats in op het Limburgse platteland. Zo’n 90.000 hectare is in professioneel landbouwgebruik, wat overeenstemt met 37 procent van de totale Limburgse oppervlakte. Het economisch belang van de sector wordt vaak onderschat, mede door het dalend aantal land- en tuinbouwers. Met 3.000 zijn ze nog volgens de studie, in het besef dat het er dit jaar weeral minder zullen zijn.
Dankzij het - op vraag van de Landbouwkamer - verzamelde cijfermateriaal kan gedeputeerde Moors aantonen waarom de landbouw een speerpunt van de Limburgse economie blijft: “De 3.000 land- en tuinbouwers baten samen ongeveer 6.500 exploitaties uit. Direct en indirect genereren zij bijna 8.000 jobs. Daarbovenop stelt het ganse agrobusinesscomplex ongeveer 12.650 mensen tewerk in zowat 4.400 bedrijven. Samen betekent dat een tewerkstelling van meer dan 20.000 mensen. Daar zijn de seizoenarbeiders, 31.000 man/vrouw sterk, niet eens bijgerekend.”
Dat land- en tuinbouw een belangrijke werkgever is in de provincie heeft ook een keerzijde. De Russische boycot betekent niet enkel een dramatisch inkomensverlies voor de boeren, het zal allicht ook leiden tot banenverlies of inkomstenverlies in de toeleverende en verwerkende industrie. De gedeputeerde hoopt dat de inspanningen die met SALK-middelen gebeuren, zij noemt expliciet de zoektocht naar nieuwe exportmarkten, soelaas kunnen bieden.
Naast tewerkstelling genereert de land- en tuinbouw een totale productiewaarde van 670 miljoen euro in de provincie Limburg, waarvan 224 miljoen euro door fruitteelt. Ook de rundvee- en varkenssector doen het goed in Limburg met een respectievelijke waarde van 139 en 125 miljoen euro. Het ganse agrobusinesscomplex levert een veelvoud, namelijk 6,2 miljard euro. Bijna 90 procent van de economische waarde wordt dus gerealiseerd door handel en verwerking van land- en tuinbouwproducten. Een vijfde van de totale waarde komt van 15 grote bedrijven, denk daarbij aan een Noliko in Bree en een FrieslandCampina in Lummen.
Wim Tollenaers van de provinciale dienst Landbouw zet in de verf dat binnen het segment veehouderij vooral de Limburgse melkveebedrijven sterk staan. Ze zijn een stuk groter dan het Vlaamse gemiddelde. Een vaststelling die volgens Chris Coenegrachts en Koen Vanheukelom, respectievelijk voorzitter en secretaris van de provinciale Landbouwkamer, ook opgaat in enkele andere sectoren (pluimveehouderij en akkerbouw). De echte uitschieters in de studie zijn de fruitproductie – 60 % van de Vlaamse fruitproductie situeert zich in Limburg – en de aspergeteelt, want 54 procent van het areaal vind je in Limburg.
Waar gedeputeerde Moors Limburg nog een koploper in land- en tuinbouw durft noemen, rolt de provinciale Landbouwkamer liever niet met de spierballen. “Belangrijker dan de grootste zijn in dees of geen is de vaststelling dat Limburgse boeren en tuinders specialiseren en professionaliseren en dat landbouwbedrijven via het agrobusinesscomplex voor een veel grotere toegevoegde waarde zorgen dan enkel via primaire productie”, aldus Coenegrachts.
Wat het economisch belang van de sector betreft, zet Koen Vanheukelom de puntjes op de i: “De sector is een economisch anker in Limburg. Neem de primaire productie weg en je veroorzaakt een sneeuwbaleffect dat tal van anderen treft: veeartsen, leveranciers van veevoeders en gewasbeschermingsmiddelen, tractorverkopers, handelaars, enz.” Uit de studie onthoudt hij ook dat de reconversie naar groenteteelt, met behulp van SALK-middelen en met de financiële compensaties voor grindwinning, geslaagd is. “Voornamelijk in het noorden van Limburg is er ondertussen 2.400 hectare groenteteelt voor de versmarkt en de industrie. Uit de studie blijkt een groei van 20 procent in enkele jaren tijd. Dat is duidelijk geen natuurlijke evolutie maar het resultaat van recente beleidsbeslissingen”, zegt Vanheukelom.
Gedeputeerde Moors doet nog de belofte dat de studie “een nuttig instrument” wordt. Ze zal dienen om gerichte en onderbouwde beleidsbeslissingen te nemen. Tegelijk ziet Moors de publicatie als een nulmeting zodat in de toekomst de invloed van beleid gemeten kan worden. De publicatie wordt gratis ter beschikking gesteld van burgers, middenveldorganisaties en lokale overheden. Ook kersvers landbouwminister Joke Schauvliege krijgt een exemplaar.
Morgen spitten wij de studie van de Limburgse land- en tuinbouw verder uit.