Liberale denktank oppert koehandel met landbouwgrond
nieuwsHet bos dat gekapt wordt voor de uitbreiding van transportbedrijf Essers staat voor velen symbool voor de natuur die in Vlaanderen moet wijken voor economische bedrijvigheid. “Het optimisme dat economie en natuur wél kunnen samengaan, botst hier letterlijk op zijn grenzen”, schrijft Andreas Tirez van denktank Liberales in zijn column in De Tijd. Hij vervolgt: “Landbouw legt beslag op 44 procent van het ruimtegebruik voor een economische activiteit van minder dan één procent van het BNP. Door minder landbouwoppervlakte kan zowel natuur als economie groeien en kan men vermijden dat natuur moet wijken voor jobs.” Om tot dat besluit te komen, heeft hij eerst abstractie gemaakt van het feit dat landbouw als grondstoffenleverancier onlosmakelijk verbonden is met de grootste industriële werkgever (de voedingsindustrie). Dat is niet de enige bedenking die bij zijn betoog gemaakt wordt.
Het lijkt onvermijdelijk dat in het dichtbevolkte Vlaanderen bedrijven en natuur op gespannen voet staan. Dat hoeft niet zo te zijn, vindt Andreas Tirez van denktank Liberales. De oplossing waarmee de columnist in De Tijd komt, degradeert landbouw tot leverancier van restgronden die beter benut kunnen worden voor economie, natuur en wonen. Landbouw en economie rijmen blijkbaar niet in het hoofd van de liberaal. Hij wrijft de landbouw aan dat het ruimtegebruik niet in verhouding staat met de toegevoegde waarde die de sector creëert. “Terwijl al in 1995 nog slechts 1,35 procent van het BNP van de landbouw kwam, is dat in 2012 nog verder teruggevallen naar 0,85 procent of een daling van 38 procent. In 2014 is het aandeel zelfs teruggevallen naar 0,7 procent.”
Daar tegenover staan volgens hem de “alomtegenwoordige akkers en weiden”. In 2012 was 44 procent van de Belgische grondoppervlakte landbouwgrond. Dat is maar een heel lichte daling tegenover 1980 en 1995, toen het nog respectievelijk 46 en 45 procent was. Het vrijwel constante aandeel in het ruimtegebruik contrasteert volgens Tirez met het geringe belang van de economische activiteit. “Landbouw is de olifant in de kamer als het over ruimtegebruik in Vlaanderen gaat”, betoogt Tirez, “maar het is ook de sleutel om economie en natuur met elkaar te verzoenen. Door minder landbouwoppervlakte kan zowel natuur als economie groeien en kan men vermijden dat natuur moet wijken voor jobs.”
Hoe dat precies in zijn werk moet gaan, heeft hij ook uitgedacht. Vooral akkers zouden (geleidelijk) moeten verdwijnen omdat ze een lagere natuurwaarde hebben dan weiden. “Zelfs als de landbouwoppervlakte met slechts een half procentpunt per jaar zou afnemen, komt er jaarlijks ongeveer 15.000 hectare vrij (klopt niet, grove overschatting van landbouwareaal, nvdr.). Het is dan aan de politiek om die toe te wijzen aan natuur, economie of woongebied. Ik vermoed dat natuur de grote slokop zal zijn, ook omdat bedrijven en woongebied heel efficiënt met ruimte omspringen.” Landbouw mag volgens de vrijzinnige denker blij zijn met de 34 procent van België die dan na 20 jaar overblijft voor de landbouw. “Dat is nog steeds gigantisch veel.”
Zelfvoorziening op vlak van voedsel lijkt Tirez geen grote zorg. Het risico dat kleeft aan de invoer van voedsel schat hij verwaarloosbaar in. “Ten eerste wordt voedsel ingevoerd uit een waaier van landen. Er kan ook op heel veel plaatsen in de wereld aan landbouw gedaan worden, waardoor het wegvallen van invoer uit het ene land kan worden opgevangen door een ander land. Bovendien kan de verminderde landbouwproductie in België makkelijk opgevangen worden in andere Europese, stabiele landen, zoals bijvoorbeeld Frankrijk. Ten slotte is het zo dat ook nu al veel wordt ingevoerd, maar - misschien verrassend - ook veel wordt uitgevoerd. België blijkt zelfs een netto-exporteur te zijn van landbouwproducten. Duitsland en zeker het Verenigd Koninkrijk zijn dan weer netto-importeurs. Overigens zonder voedselcrisissen.”
In een dichtbevolkt land als België vindt Andreas Tirez het inefficiënt om bijna de helft van de oppervlakte voor landbouw te reserveren om zodoende netto-exporteur van landbouwproducten te worden. “Het zou beter zijn de landbouwoppervlakte geleidelijk af te bouwen om zo meer ruimte te geven aan natuur, economie en wonen”, resumeert hij zijn visie. Op Twitter kwamen er een aantal reacties, onder andere van een bestuurder van Natuurpunt die het “een interessante visie” vindt en van ethicus Stef Aerts (hogeschool Odisee & KU Leuven) die argumenteert dat je een basisproductiecapaciteit voor voedsel in eigen land moet behouden. Snijden in het Belgische landbouwareaal betekent volgens Aerts landbouwgrond van de beste kwaliteit opgeven. De ethicus bestrijdt de eng-economische visie van Tirez op de waarde van landbouw. “Voedselproductie is veel fundamenteler en veel meer dan de euro’s die het oplevert. Heeft iemand al eens berekend wat onderwijs aan toegevoegde waarde oplevert in het BNP? Zal de conclusie dan ook zijn dat we de scholen beter kunnen sluiten?”, aldus Aerts.
Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker reageerde niet kort op Twitter, ze doet dat met een lang opiniestuk in De Tijd. Zij zet in de verf dat landbouw een centrale rol speelt in het agrobusinesscomplex dat in ons land een hefboomeffect realiseert tot een factor tien in termen van omzet en toegevoegde waarde. "De voedingssector zorgt voor de meeste tewerkstelling, omzet en toegevoegde waarde van alle Belgische industriële sectoren. De sector is een belangrijke exporteur met een positieve handelsbalans, netto welvaarscreatie dus. De agrovoedingsketen als belangrijke motor van tewerkstelling en toegevoegde waardecreatie steunt in belangrijke mate op lokale toelevering. Waarom het ook van verder gaan halen als je je grondstof kan betrekken uit een regio die behoort tot de meest vruchtbare van Europa, geniet van een gunstig zeeklimaat met voldoende regenval en een lang groeiseizoen, met goed geschoolde en technisch zeer performante producenten die een brede waaier aan producten van hoge kwaliteit leveren. Wie de landbouw uitvlagt, zal ook de voedingsindustrie uitvlaggen.”
Door de landbouw te willen beperken tot weiden en graslanden doet Tirez volgens de Boerenbondvoorzitter afbreuk aan de diversiteit en de weerbaarheid van de sector. “Het is als reactie op stijgende grondprijzen dat onze land- en tuinbouw zich heeft gediversifieerd in een zoektocht naar meerwaardecreatie. Het heeft geleid tot een zeer diverse groente-, fruit- en sierteeltsector, een diepvriessector van wereldniveau en een zeer diverse voedingsindustrie.” Als iedereen zijn deel van de rekening betaalt kunnen we de natuur beschermen, maar ze gemakshalve doorschuiven naar de landbouwsector vindt De Becker een creatieve denktank onwaardig. Van een liberale denktank had ze innovatieve ideeën verwacht in plaats van het voorstel dat het bedrijfsleven natuur creëert op landbouwgrond en dat het probleem daarmee opgelost is.
Bron: De Tijd / eigen verslaggeving