nieuws

"Landbouw én landschap slachtoffer soepele bouwregels"

nieuws
Een eventuele versoepeling van de bouwregels in landschappelijk waardevol landbouwgebied dreigt het platteland verder te verstenen, net nu de eensgezindheid over een betonstop groter is dan ooit. En daar zijn landbouwers én het landschap het slachtoffer van, aldus Chris Steenwegen, algemeen directeur van Natuurpunt, die bijgetreden wordt door Bond Beter Leefmilieu. De overweging voor nieuwe inplantingen moet per regio gemaakt worden, en niet per bedrijf, zo vindt Steenwegen. In Vlaanderen is bijna de helft van het landbouwareaal geklasseerd als landschappelijk waardevol.
7 november 2016  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:37
Lees meer over:

Een eventuele versoepeling van de bouwregels in landschappelijk waardevol landbouwgebied dreigt het platteland verder te verstenen, net nu de eensgezindheid over een betonstop groter is dan ooit. En daar zijn landbouwers én het landschap het slachtoffer van, aldus Chris Steenwegen, algemeen directeur van Natuurpunt, die bijgetreden wordt door Bond Beter Leefmilieu. De overweging voor nieuwe inplantingen moet per regio gemaakt worden, en niet per bedrijf, zo vindt Steenwegen. In Vlaanderen is bijna de helft van het landbouwareaal geklasseerd als landschappelijk waardevol. 

De open ruimte beschermt tegen overstromingen en biedt ruimte aan landbouw, bewoners, planten en dieren en is bovendien een onmiskenbare toeristische troef. Om al die redenen is de bescherming van de open ruimte wettelijk bepaald: bouwen mag zolang het de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengt. “Maar schoonheid is blijkbaar een relatief begrip”, aldus Natuurpunt-directeur Chris Steenwegen. “De voorbije jaren worden veel aanvragen vergund en verschijnen overal megastallen, grote loodsen en uitgestrekte serres die het landschap verminken.” 

Steenwegen waarschuwt in een opiniestuk voor een mogelijke versoepeling van de bouwregels in landschappelijk waardevol landbouwgebied. “Ondanks het feit dat er steeds minder landbouwers zijn, wordt er voortdurend bijgebouwd op het platteland, in gebieden die aangeduid zijn voor de landbouw”, aldus Steenwegen. “Afbraak is duur, waardoor landbouwers eerder kiezen voor nieuwe, ongerepte plekken. Tegelijk zijn bestaande panden in trek bij ondernemers die geen band hebben met het platteland, zoals tuincentra, bandencentrales of groothandelaars. Voor hen is het een goedkoop alternatief voor een perceel op een lokaal bedrijventerrein.”

Steenwegen verwijst ook naar een doctoraatsonderzoek waaruit blijkt dat twee derde van de ondernemingen in landbouwgebied geen landbouwbedrijven meer zijn en voegt daar aan toe dat 85 procent van de functiewijzigingen onvergund zijn. “Waar landbouwers stoppen, blijft het oude beton liggen, en waar nieuwe landbouwers opstaan, wordt vers beton gegoten”, zo klinkt het. “Vlaanderen heeft nood aan een betonstop om de grote uitdagingen van de klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden. En om grond te sparen voor landbouw en natuur.”

Goed gelegen agrarisch vastgoed dat vrijkomt, dient op de eerste plaats gevrijwaard te worden voor de landbouwsector, zo vindt Steenwegen. “Zo hoeft er geen bijkomende ruimte in landbouwgebied ingenomen te worden. Enkel en alleen als die voorraad ontoereikend is, of ongeschikt blijkt, kan worden nagedacht over nieuwe inplantingen. Dat verdient een oefening die per regio moet gebeuren, en niet bedrijf per bedrijf. Op basis van landschapswaarden moet de overheid plekken aanduiden waar nog gebouwd kan worden, en plekken waar dat niet kan, in plaats van de regels algemeen te versoepelen.”

Aansluitend stelt Steenwegen de vraag of grote varkens- of kippenstallen nog thuishoren in de open ruimte en niet beter gebouwd zouden worden op bedrijventerreinen. Oude hoeves en historische bedrijven kunnen voor Steenwegen perfect een tweede leven krijgen zolang de nieuwe functies thuishoren op het platteland en in de omgeving passen. “Maar heel wat gebouwen (vaak van meer recente oorsprong) hebben zo’n waarde niet, en zijn eerder een smet op het landschap”, aldus Steenwegen. “Afbraak en herstel van het landschap is dan aan de orde. Dat kan betaald worden via een fonds voor ruimtelijk herstel, dat gespijsd wordt door de planbaten die verkopers winnen uit omgevormde boerderijen.”

“Ondanks de aangekondigde betonstop, zien we dat de Vlaamse regering vandaag voor het omgekeerde dreigt te kiezen”, besluit Steenwegen. “Ze stimuleert niet-landbouwers in landbouwcomplexen, zonder maatregelen om agrarisch vastgoed voor de sector te vrijwaren. Ze versoepelt de bouwmogelijkheden in waardevolle landschappen, in plaats van zelf een doordacht locatiebeleid uit te stippelen voor de toekomst. Koren op de betonmolen.” 

Ook Bond Beter Leefmilieu ziet een versoepeling van de wetgeving niet zitten en benadrukt dat ook de landbouwsector zelf daar geen baat bij heeft. "Door de verstedelijking, verpaarding en vertuining van het Vlaamse landschap staat er steeds minder open ruimte te koop en stijgen de prijzen", zo klinkt het. "Die hoge grondprijzen maken het voor startende landbouwers moeilijk om een rendabel bedrijf op te starten. Dat is overigens meteen ook één van de redenen waarom biologische landbouw of korteketenlandbouw zo moeilijk van de grond komen in Vlaanderen."

"Ook voor natuur en bos zijn die hoge grondprijzen een probleem", klinkt het nog. "Zo zijn de tarieven voor boscompensatie niet afgestemd op de oplopende prijzen, waardoor het voor gemeentebesturen steeds moeilijker wordt om gronden voor herbebossing te kopen. Landbouw, natuur en bos hebben dan ook veel te winnen bij een strikter bouwbeleid in landbouwgebieden. Zo zouden leegkomende landbouwgebouwen voorbehouden moeten worden voor nieuwe landbouwactiviteiten, in plaats van allerhande zonevreemde functies toe te laten. Met de nu voorliggende versoepeling van de bouwregels in landschappelijk waardevolle landbouwgebieden, dreigt de regering echter de betonstop te saboteren." 

Bron: Natuurpunt.be/Beleidsbabbel BBL

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek