Landbouw bijt de spits af in de Klimaatcommissie
nieuwsLandbouw mocht van alle sectoren met broeikasgasuitstoot de spits afbijten tijdens een hoorzitting in de Klimaatcommissie van het Vlaams Parlement. Als experten werden Erik Mathijs (KU Leuven), Joris Relaes (ILVO) en Marleen Gysen (Innovatiesteunpunt) gehoord. Relaes merkte op dat landbouw mondiaal bijna een kwart van alle broeikasgassen uitstoot terwijl de sector in Vlaanderen maar een verantwoordelijkheid van acht procent draagt. Hoogleraar Mathijs toonde een grafiek die de historische inspanning van de sector illustreert. De grootste uitdaging noemt hij de ‘vloek van de koe’. Het dier heeft als grote troef dat het gras kan verteren maar de medaille heeft een keerzijde, namelijk de uitstoot van methaan. Volgens innovatieconsulent Gysen is landbouw behalve deel van het probleem ook een deel van de oplossing, bijvoorbeeld door de productie van biomassa.
Eind maart vond in de Klimaatcommissie van het Vlaams Parlement een eerste hoorzitting met een sector plaats in de aanloop naar de Vlaamse Klimaattop. Om de uitdaging scherp te stellen, deed commissievoorzitter Jan Peumans een beroep op hoogleraar Erik Mathijs (KU Leuven). Mathijs haalt er het IPCC-rapport bij dat duidelijk stelt dat onze maatschappij op termijn CO2-neutraal moet worden. Daar wordt ook een tijdshorizon op gekleefd: 2080. “Op een bepaald ogenblik moeten we dus niet alleen minder broeikasgassen uitstoten, maar de CO2 ook capteren om netto een negatieve uitstoot te hebben”, aldus Mathijs. Hiermee wil hij duidelijk maken dat een positieve trend onvoldoende is omdat de doelstelling zo uitdagend is. Een grote, exponentiële stap in de goede richting voor het klimaat zal nodig zijn.
Qua trend zit het met de broeikasgasuitstoot van de landbouw in Vlaanderen wel goed. In 25 jaar tijd is die teruggelopen. Nog beter doen door bijvoorbeeld nieuwe energiesystemen te implementeren in de glastuinbouw stoot op de trage investeringscyclus in de landbouw. “Een nieuwe techniek wordt door landbouwers pas geïmplementeerd wanneer hun serre afgeschreven is of een starter een nieuwe serre bouwt”, illustreert de professor het vertragingseffect. Op maatregelen die de CO2-uitstoot kunnen decimeren, is het voorlopig nog wachten. In de veehouderij is de uitstoot van methaan door koeien de grote uitdaging. Voor de koe pleit dat ze gras eet, maar de keerzijde is de methaan die ze uitstoot want dat is een veel agressiever broeikasgas dan CO2. De daling is ook hier ingezet in Vlaanderen, maar methaan blijft niettemin de grootste uitdaging. “Ook al omdat de rundveehouderij de tweede grootste sector is in Vlaanderen, na de varkenshouderij”, weet Erik Mathijs.
De hoogleraar wijst de parlementairen op de link tussen productie en consumptie en de invloed daarvan op emissies. Neem nu varkensvlees. De Vlaamse varkenshouderij is sterk exportgericht. Door de consumptie in eigen regio te beïnvloeden, ga je dus weinig effect resulteren. Anders ligt dat bijvoorbeeld voor rundvlees, dat vooral op de binnenlandse markt afgezet wordt. En dan heb je nog de producten zoals granen waarvoor we van import afhankelijk zijn en weinig vermogen op vlak van uitstoot. Mathijs waarschuwt voor het ‘exporteren’ van problemen: “Zet niet in op maatregelen die onze directe emissies verlagen ten koste van de broeikasgasuitstoot in een ander land.” Anders gezegd: zonder veeteelt zou een van import afhankelijk Vlaanderen binnen de eigen grenzen heel erg klimaatefficiënt zijn maar globaal draagt dat niet bij tot een oplossing van het klimaatprobleem.
Wie het probleem ten gronde wil oplossen, moet ook verder durven kijken dan de directe emissies door landbouw. De sector is namelijk afhankelijk van de toelevering van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen vanuit het buitenland, beide productieprocessen zijn in grote mate op olie gebaseerd. Wat het voor beleidsmakers extra uitdagend maakt, is dat de klimaatopwarming geen alleenstaand probleem is. “Het bebossen van landbouwgrond legt veel CO2 vast en heeft dus een groot positief effect voor het klimaat. Hou je ook rekening met andere baten zoals water en biodiversiteit, dan kan het plaatje er anders uitzien. Probleem is dat we geen totaalbeeld hebben van de baten van ecosysteemdiensten. Dat is nodig om te kunnen inzetten op milieumaatregelen die voor win-winsituaties zorgen. CO2 mag dus niet de enige parameter zijn voor beleidsbeslissingen want dan riskeren we de bal mis te slaan. Andere problemen, zoals de waterhuishouding, zouden wel eens urgenter kunnen zijn.”
Joris Relaes, administrateur-generaal van landbouwonderzoeksinstituut ILVO, plaatst de uitstoot van de Vlaamse landbouw in een mondiaal perspectief. Terwijl de sector wereldwijd verantwoordelijk is voor 24 procent van de broeikasgassen, wordt dat aandeel in Vlaanderen geschat op 8,2 procent. In 1990 bedroeg het nog 9,5 procent. “Belangrijker zijn de absolute cijfers waaruit blijkt dat de landbouw zijn broeikasgasuitstoot met 27 procent verminderde in de periode 1990-2014”, zegt Relaes. Bij de keuze voor maatregelen om de uitstoot verder te reduceren, spelen allerlei overwegingen mee. “Hou er bijvoorbeeld rekening mee dat methaan weliswaar een sterker broeikasgas is maar slechts 12 jaar in de atmosfeer verblijft terwijl dat voor CO2 100 à 200 jaar is en 121 jaar voor lachgas.”
Voorlopig zijn de klimaatdoelstellingen voor landbouw koffiedik kijken. In de routekaart die de EU uittekende voor een koolstofarme economie tegen 2050 wordt voor landbouw een reductie tussen 42 en 49 procent in het vooruitzicht gesteld, waarbij 1990 het referentiejaar is. De verwachtingen ten aanzien van andere sectoren, energie vooral, liggen hoger. Dat komt volgens Relaes omdat de Europese Commissie er rekening mee houdt dat in de landbouw biologische processen die je niet kan uitschakelen verantwoordelijk zijn voor de uitstoot. Hij merkt nog op dat de Europese mededeling uit 2011 afgetoetst moet worden met het recente klimaatakkoord van Parijs. Neem je toch die 42 à 49 procent reductie als uitgangspunt, dan kan je daaraan de 27 procent reductie toetsen die de Vlaamse landbouw sedert 1990 al realiseerde. “Een moeilijke maar niet onmogelijke opdracht”, beoordeelt Relaes, die een grote taak weggelegd ziet voor de Vlaamse onderzoeksinstellingen.
Marleen Gysen van het Innovatiesteunpunt zet in de verf dat landbouw behalve deel van het klimaatprobleem ook deel van de oplossing uitmaakt. Denk bijvoorbeeld aan de productie van biomassa en de enorme investeringen die de sector doet in hernieuwbare energie. Wat het energieverbruik betreft, merkt Gysen dat het laaghangend fruit nog niet geplukt is in alle deelsectoren. Er is op dit punt dus nog vooruitgang mogelijk. Als innovatieconsulent energie komt Gysen niet alleen op glastuinbouwbedrijven met een hoog energieverbruik maar bijvoorbeeld ook op melkvee- en varkensbedrijven waar energie een kleiner deel van de kosten uitmaken. “Die bedrijven hebben ook nood aan ‘ontzorging’ en advies op maat inzake energie”, aldus Gysen.
Herbekijk de videostream van de hoorzitting op de website van het Vlaams Parlement. Lees ook de wekelijkse duiding van VILT over klimaat en landbouw.