nieuws

Lage blootstelling aan glyfosaat minimaliseert risico

nieuws
Het is slechts "weinig waarschijnlijk dat glyfosaat tot een risico op kanker leidt bij mensen die er via hun voeding aan worden blootgesteld". Dat is het oordeel van een gezamenlijke werkgroep van de Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldvoedselorganisatie over pesticidenresiduen. Het Europees Parlement had zich een maand geleden nog uitgesproken voor een inperking van het gebruik van glyfosaat, de meest gebruikte actieve stof in onkruidverdelgers. Op 19 mei stemmen de afgevaardigden van de lidstaten over het voorstel van de Europese Commissie om de markttoelating van glyfosaat te verlengen. De duur van de nieuwe vergunning zou volgens de laatste berichten beperkt worden tot negen jaar in plaats van de gebruikelijke vijftien jaar. Voor de hulpstof tallowamine hangt een verbod in de lucht.
17 mei 2016  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:35

Het is slechts "weinig waarschijnlijk dat glyfosaat tot een risico op kanker leidt bij mensen die er via hun voeding aan worden blootgesteld". Dat is het oordeel van een gezamenlijke werkgroep van de Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldvoedselorganisatie over pesticidenresiduen. Het Europees Parlement had zich een maand geleden nog uitgesproken voor een inperking van het gebruik van glyfosaat, de meest gebruikte actieve stof in onkruidverdelgers. Op 19 mei stemmen de afgevaardigden van de lidstaten over het voorstel van de Europese Commissie om de markttoelating van glyfosaat te verlengen. De duur van de nieuwe vergunning zou volgens de laatste berichten beperkt worden tot negen jaar in plaats van de gebruikelijke vijftien jaar. Voor de hulpstof tallowamine hangt een verbod in de lucht.

De werkgroep pesticidenresiduen van de Verenigde Naties, opgericht in de schoot van WHO en FAO en samengesteld uit experten inzake gewasbeschermingsmiddelen, boog zich over drie chemische stoffen. Gelet op de vergunning van glyfosaat waarover deze week een beslissing moet vallen, zuigt deze actieve stof alle aandacht naar zich toe. Het is ondertussen iets meer dan een jaar geleden dat het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) glyfosaat als “waarschijnlijk kankerverwekkend” brandmerkte. De werkgroep van FAO en WHO, gekend als Joint Meeting of Pesticide Residues (JMPR), beweert nu ogenschijnlijk het tegendeel. Dat is best verwarrend in de wetenschap dat IARC en JMPR beiden adviesorganen zijn van dezelfde WHO.

De schijnbare tegenstelling laat zich verklaren door de verschillende beoordeling die JMPR en IARC maken. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek onderzocht het gevaar maar voerde geen volledige risicoanalyse uit. De wetenschappelijke bewijskracht voor een mogelijk gevaar op het ontstaan van kanker werd onder de loep genomen. Qua zorgelijkheid wordt glyfosaat door IARC in categorie 2A gerangschikt, wat zoveel wil zeggen als “waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen”. Dit oordeel is gebaseerd op de intrinsieke eigenschappen van de chemische stof maar maakt abstractie van de mate waarin mensen eraan blootgesteld worden.

Net met dat laatste houdt JMPR wel rekening, zij het dan alleen met de blootstelling via ons voedingspatroon. Het specifieke risico dat bijvoorbeeld een landbouwer loopt bij het toepassen van de chemische stof op zijn velden viel buiten het mandaat van JMPR. Nog een verschil tussen beide agentschappen is dat IARC enkel de publiek beschikbare studies in ogenschouw neemt terwijl JMPR zowel studies uit wetenschappelijke tijdschriften als de door de industrie aangeleverde studies evalueert.

Het gevaar inschatten, is de eerste stap van een risicobeoordeling en daarmee wordt rekening gehouden bij de risicobeoordeling die erop volgt. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie heeft er altijd op gehamerd dat er een onderscheid tussen beide gemaakt moet worden. Om het risico van een chemische stof te kunnen beoordelen, moet Europa ook rekening houden met de blootstelling aan deze stof. Hoewel Europarlementslid Bart Staes (Groen) recent nog aan de kaak stelde dat iedereen ongewild in aanraking komt met glyfosaat, noemt JMPR het onwaarschijnlijk dat onze gezondheid geschaad wordt door de lage concentraties in voeding.

De aanvaardbare dagelijkse inname van glyfosaat en zijn afbraakstoffen, dit is de internationaal geaccepteerde norm voor de chronische blootstelling zonder gezondheidsrisico, kan naar verluidt behouden blijven op maximum 1 mg per kilo lichaamsgewicht. Gelet op het kleine risico op vergiftiging acht JMPR het niet nodig om een acute referentiedosis voor te stellen. Dat is de hoeveelheid van een stof in voedsel of drinkwater die men binnen 24 uur kan innemen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten. Experimenten met ratten brachten geen carcinogeen risico aan het licht terwijl muizen enkel kanker kregen van erg hoge dosissen glyfosaat, onderbouwt JMPR zijn oordeel.

Woensdag moeten de afgevaardigden van de lidstaten stemmen over een (aangepast) conceptvoorstel van de Europese Commissie omtrent de vergunning van glyfosaat. Tegenstanders vrezen dat het nieuwe rapport de balans in het voordeel van de fabrikanten zal doen overslaan. Greenpeace laat uitschijnen dat de twee agentschappen van de WHO elkaar wel degelijk tegenspreken en zoekt de verklaring bij belangenvermenging binnen JMPR. Twee experten zouden via het International Life Sciences Institute (ILSI) banden hebben met het bedrijfsleven zodat de milieuorganisatie zich ernstig vragen stelt bij hun onafhankelijkheid. Volgens ECPA, de belangenverdediger van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie op het Europese toneel, liggen de bevindingen van JMPR in de lijn van de geruststellende vaststellingen die voedselveiligheidsautoriteit EFSA eerder al deed.

Bron: Belga / The Guardian / eigen verslaggeving

Beeld: modernfarmer.com

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek