Kan de landbouw de voedselproductie voldoende verhogen?
nieuwsPeter De Keyzer, hoofdeconoom bij de Belgische vermogensbeheerder Petercam, buigt zich in De Tijd over de prijzen van landbouwgrondstoffen. Staan we aan de vooravond van structureel stijgende prijzen voor landbouwgewassen met internationale conflicten om vruchtbare grond of zelfs voedseloorlogen tot gevolg? Of zijn de tijdelijk hogere prijzen de voorbode van een nieuwe productiviteitsspurt in de landbouwsector?
De afgelopen decennia daalden de prijzen van landbouwgrondstoffen zowel in nominale als in reële termen. Volgens Peter De Keyzer lijkt het alsof recent aan die daling een einde is gekomen. Op korte termijn ziet hij verklaringen als het soepel monetaire beleid en de gestegen energieprijzen, maar ook een aantal misoogsten verklaren voor een stuk de volatiliteit en de hogere prijzen.
De Keyzer wijst bovendien op een aantal structurele trends, zowel aan de aanbod- als aan de vraagzijde: het totaal beschikbare landbouwareaal neemt af en door onderinvesteringen is de productiviteit in de landbouwsector vaak bedroevend laag. Tegelijk blijft de wereldbevolking toenemen en veranderen voedingspatronen zodat de druk op de landbouwsector vergroot.
Naarmate ontwikkelingslanden rijker worden, verschuift het zwaartepunt van het voedingspatroon van koolhydraten richting eiwitten. In eerste instantie wordt overgeschakeld op kip, vervolgens op varkensvlees en uiteindelijk ook op rundvlees. “Om één kilo kip te kweken is twee kilo graan nodig, voor één kilo varkensvlees is dat het dubbele, terwijl één kilo biefstuk maar liefst zeven kilo graan vereist”, illustreert De Keyzer de ‘graanafdruk’ van vleesproductie.
Het verschil in relatieve ‘graanafdruk’ wordt pas goed duidelijk wanneer De Keyzer aanhaalt dat een gemiddelde Aziaat vandaag iets meer dan 20 kilo vlees per jaar eet (waarvan het merendeel gevogelte of varken). Een Amerikaan verwerkt op zijn eentje jaarlijks bijna 120 kilo vlees, waarvan het merendeel rund. “Meer mensen, meer vlees en meer rundvlees zetten een buitenmatig grote druk op de beschikbare hoeveelheid inputs als land, water en grondstoffen. De ontwikkeling van ontluikende markten stelt ons dus voor een gigantische uitdaging”, concludeert de econoom.
Kan de landbouw die uitdaging het hoofd bieden? De Keyzer noemt twee tegengestelde opinies die hierover heersen. Enerzijds zijn er de ‘neo-malthusianen’ die in navolging van hun grote voorbeeld Thomas Malthus de toekomst vrij somber inzien. Zij leggen de nadruk op de beperkte expansiemogelijkheden van het beschikbare landbouwareaal en de bijna exponentiële stijging van de voedingsbehoeften. “Negen miljard mensen maal een Amerikaanse levensstijl is gelijk aan een ecologische en economische ramp”, vat De Keyzer hun slogan wat vereenvoudigd samen.
Thomas Malthus voorspelde in 1798 in zijn 'Essay on the Principle of Population' hongersnood, massale sterfte en voedseloorlogen. “Die voorspellingen werden stuk voor stuk ingehaald door de werkelijkheid”, stelt De Keyzer vast. “Malthus en zijn hedendaagse volgelingen houden immers onvoldoende rekening met de kracht van innovatie.”
Waar de neo-malthusianen uitgaan van begrensde productiemogelijkheden, vertrekken de optimisten van de onbegrense menselijke inventiviteit, verbeteringen van de productiviteit dus. In onderontwikkelde gebieden kan de productiviteit flink verbeterd worden. De Keyzer verwacht het nodige van mechanisering van de landbouw in bijvoorbeeld China, India of Turkije, van meststoffen of rationeel watergebruik. “Ook het rendement van het zaaigoed kan verbeteren”, zegt De Keyzer, “en het gebruik van ggo’s kan daar een grote bijdrage toe leveren.”
Als de neo-malthusianen gelijk hebben, zullen de prijzen ononderbroken blijven stijgen en zullen exportbeperkingen, hongersnood en militaire voedselconflicten dagelijkse kost worden. “Maar zo ver zal het allicht niet komen”, zegt De Keyzer. “Hogere prijzen trekken nieuwe producenten aan, moedigen innovatie aan en kondigen op termijn een groter aanbod en lagere prijzen aan.”
Al kan het volgens de econoom van Petercam nog enige tijd duren vooraleer we een nieuw evenwicht vinden. “Op de kortere termijn zullen oplopende prijzen en hogere volatiliteit aan de orde van de dag zijn. De noodzakelijke productieverhogingen zijn zeker haalbaar, maar een werk van lange adem. Hogere productiviteit, een beter beheer van de beschikbare middelen of zelfs het gezamenlijk aanleggen en beheren van wereldwijde voedselvoorraden kan niet van vandaag op morgen geregeld worden”, besluit De Keyzer.
Bron: De Tijd