nieuws

Goed huwelijk tussen familiale landbouw en EU-beleid?

nieuws
De Voedsel- en landbouworganisatie van de VN (FAO) riep 2014 uit tot het Jaar van de familiale landbouw. Dat was voor de landbouwcommissie in het Europees Parlement de reden om door de studiedienst intern beleid te laten uitzoeken hoe goed familiale bedrijven af zijn met het oude en nieuwe landbouwbeleid in de EU. Die vraag stellen, leert ons ook andere zaken over familiale landbouw in Europa. Niet minder dan 97 procent van de landbouwbedrijven wordt door een landbouwersfamilie uitgebaat, wat evenwel niet wil zeggen dat dat allemaal kleine bedrijven zijn.
2 april 2014  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:25
Lees meer over:

De Voedsel- en landbouworganisatie van de VN (FAO) riep 2014 uit tot het Jaar van de familiale landbouw. Dat was voor de landbouwcommissie in het Europees Parlement de reden om door de studiedienst intern beleid te laten uitzoeken hoe goed familiale bedrijven af zijn met het oude en nieuwe landbouwbeleid in de EU. Die vraag stellen, leert ons ook andere zaken over familiale landbouw in Europa. Niet minder dan 97 procent van de landbouwbedrijven wordt door een landbouwersfamilie uitgebaat, wat evenwel niet wil zeggen dat dat allemaal kleine bedrijven zijn.

Familiale landbouw is het dominante bedrijfsmodel in de Europese landbouw. De uitdagingen zijn zo verscheiden naargelang de omvang, locatie en structuur van deze bedrijven dat het voor de beleidsmakers best moeilijk is om de familiale landbouw in het algemeen zo goed mogelijk te ondersteunen. Met zijn gemeenschappelijk landbouwbeleid doet de EU een verdienstelijke poging. Verdienstelijk, omdat het directoraat-generaal voor intern beleid van het Europees Parlement concludeert dat de inkomenssteun uit pijler I aanzienlijk wat middelen naar de familiale landbouw deed vloeien. Daarzonder zouden heel wat bedrijven het niet gered hebben. Toch scoort pijler II betere punten omdat hiermee een gerichter beleid mogelijk is (en zal blijven na 2014), wat effectiever is om de specifieke uitdagingen voor familiale landbouwbedrijven in Europa aan te pakken.

Dat is meteen ook de conclusie van de studie die uitgevoerd werd in opdracht van de landbouwcommissie in het Europees Parlement. Daarmee is de belangrijke vraag nog niet beantwoord of de hervorming van het gemeenschappelijk landbouw (GLB) in het voordeel is van de familiale landbouw. Niet dat het oude GLB het slecht deed want de ondersteuning van de prijzen van landbouwproducten en later de inkomenssteun aan landbouwers hebben de sector geen windeieren gelegd.

Dankzij deze subsidies steeg het landbouwinkomen significant, wat voor een groot aantal familiale boeren betekende dat hun bedrijf net economisch levensvatbaar was. Vooral de ontkoppelde steun bleek een goed instrument om boeren minder bloot te stellen aan markt- en productierisico’s en het inkomen te stabiliseren. De voordelen zijn legio voor landbouwers die worstelden met hun kredietaflossingen of geen toegang hadden tot krediet. De kritiek dat pijler I-steun vooral ten goede komt aan de grote en meest productieve landbouwbedrijven gaat voorbij aan het feit dat het hier in veel gevallen ook om familiale bedrijven gaat.

De globale impact van pijler I-steun op de duurzaamheid van het familiale landbouwmodel is verstrekkend en complex. Een groot aantal bedrijven in de benen houden, is vanuit een sociaal oogpunt lovenswaardig maar het vertraagde wel de structurele veranderingen binnen de landbouwsector. Veranderingen die wenselijk kunnen zijn om economische redenen aangezien ze nieuwe bedrijven toegang geven tot de sector, bestaande bedrijven laten uitbreiden zodat zij hun schaalvoordeel kunnen benutten en de grondstoffen dan ingezet worden daar waar dat het meest efficiënt gebeurt. De landbouwsector had er dus nog competitiever kunnen uitzien. Een concrete hinderpaal waren de aan grond gebonden toeslagrechten die de pacht- en koopprijzen verhoogden en de toegang tot grond voor nieuwkomers en groeiers lastig en duur maakten.

Via plattelandsontwikkeling, pijler II van het GLB, heeft de EU succesvol generatieverjonging binnen de landbouw ondersteunt en bijgedragen aan de modernisering van de sector. De pijler II-steun schiep opportuniteiten voor familiale landbouwbedrijven, maar heeft niet altijd waar voor zijn geld geleverd. Hij was doelgerichter dan pijler I-steun, dat wel. Indirect profiteerden landbouwersfamilies ook van de verbetering aan de sociale voorzieningen op het platteland en de algemene verbetering van de levenskwaliteit in landelijke gebieden. Aangezien kleinschalige boerderijen vaak onvoldoende inkomen opleveren als enige activiteit, profiteerden de buitenhuis werkende boeren of hun gezinsleden ook van de maatregelen die de economische activiteit en werkgelegenheid op het platteland bevorderden.

De jongste hervorming van het GLB bood de mogelijkheid om instrumenten te ontwikkelen die de familiale landbouw nog beter ondersteunen. De herverdeling van de inkomenssteun, onder meer richting kleine familiale bedrijven, wordt als zo'n instrument gezien. Of die herverdeling er effectief komt, is volgens het rapport evenwel grotendeels afhankelijk van beslissingen die de lidstaten autonoom mogen nemen. Ook lijkt de studiedienst van het Europees Parlement wat ontgoocheld te zijn in het verder ‘doelloos’ verstrekken van inkomenssteun. De dag dat pijler I verdwijnt, zal blijken dat er geen langdurige positieve effecten zijn van de inkomenssteun. De koppeling met grond leidt er bovendien toe dat landeigenaars steeds een graantje zullen meepikken, “maar een andere basis voor de betalingen vinden, is lastig”.

Het vereenvoudigd betalingsschema voor kleine bedrijven zal de toegang tot het GLB voor vele kleine Europese boeren vereenvoudigen, al zal de definitie van ‘kleine boer’ wellicht controversieel blijken. Een grote bedreiging voor de leefbaarheid van familiale landbouwbedrijven blijft de prijsvolatiliteit. Voor oplossingen kijkt de studiedienst van het Europees Parlement naar fiscale maatregelen van de lidstaten (meerjarig gemiddelde van het belastbaar bedrijfsresultaat nemen), GLB-maatregelen zoals het crisisfonds en verzekeringen, inkomenssteun die kan bufferen en private initiatieven zoals termijnmarkten en contracten. Een pluim is er voor de extra ondersteuning van jonge landbouwers, waarmee een oud zeer verholpen wordt. Vanuit het beleid wordt gewerkt aan het aantrekken van jonge landbouwers, wat als positief ervaren wordt; maar oude landbouwers worden nog altijd niet richting uitgang begeleid.

Meer info: CAP tools to enhance family farming

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek