Gewasbeschermingsmiddelen: perceptie versus realiteit
nieuwsTijdens de jaarlijkse studienamiddag van de Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging (KVIV) werd nagedacht over hoe complexe, controversiële onderwerpen op een transparante en duidelijke manier kunnen worden gecommuniceerd naar de pers en het grote publiek. De beeldvorming rond gewasbeschermingsmiddelen vormde een interessante casus.
Gewasbeschermingsmiddelen kampen met een overwegend negatief imago: om de haverklap worden ze in verband gebracht met kwalijke nevenverschijnselen zoals bijensterfte, milieuvervuiling, gezondheidsproblemen, enzovoort. Tijdens de jaarlijkse studienamiddag van de KVIV probeerden vier gastsprekers vanuit verschillende invalshoeken een onderscheid te maken tussen fictie en werkelijkheid, tussen perceptie en realiteit. En welke rol speelt communicatie?
Frans Jacobs, professor in de zoöfysiologie aan de Universiteit Gent, trok de studienamiddag op gang met een presentatie over het verband tussen gewasbeschermingsmiddelen en bijensterfte. Een snelle blik op de cijfers leert ons dat de bijenpopulatie in Europa vanaf de jaren 80 stevig onder druk is komen te staan: voor 1985 werd bij de honingbijen een gemiddelde wintersterfte van 5 procent waargenomen, na 1985 was dat 10 procent, en na 1996 is dat cijfer gestegen naar 20 procent en meer. In België schommelt het sterftecijfer de laatste jaren rond de 25 procent.
Waar moet nu de oorzaak van die bijensterfte worden gezocht? Professor Jacobs gebruikte een oorlogsmetafoor om de huidige situatie te duiden: de bijen leven in “oorlogsgebied”. Ze moeten afrekenen met de hardnekkige varroamijt en eventuele secundaire infecties, gewasbeschermingsmiddelen, eventueel slecht management door de imker en een ontoereikend voedselaanbod in de directe omgeving. Vooral het gebrek aan een gevarieerd stuifmeelaanbod zorgt ervoor dat de kolonie verzwakt. De combinatie van factoren wordt de gestresseerde bijen fataal, aldus professor Jacobs.
In hoeverre kunnen gewasbeschermingsmiddelen voor hormonale storingen zorgen? Dat was de vraag die Philippe Castelain van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid voorgeschoteld kreeg. Wat met endocriene stoorstoffen (stoffen die de gezondheid kunnen schaden)? Mocht bij de publieke opinie al de perceptie bestaan dat alle mogelijke producten vrij spel krijgen op de markt, merkte Castelain op dat vanaf het begin van de jaren 90 al tussen de 700 en 800 chemische stoffen zijn ingetrokken omdat ze niet voldeden aan de heersende veiligheidseisen.
Wat gezondheid betreft, beschikt men vandaag nog niet over voldoende betrouwbare meetgegevens om bijvoorbeeld de rol van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen in de ontwikkeling van kankers bij landbouwers te onderzoeken. In absolute cijfers komen er meer gevallen van kanker voor, maar dat heeft in de eerste plaats te maken met de vergrijzing. Hoe hoger het aantal ouderen, hoe hoger het aantal kankerdiagnoses.
Recente cijfers wijzen uit dat er in de gangbare landbouw steeds meer gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Professor Monica Höfte (Universiteit Gent) legde uit hoe dat precies komt. Wereldwijd gaat 35 procent van de landbouwoogst verloren door ziekten, plagen en onkruiden. Bepaalde pathogenen (ziekteverwekkers van biologische oorsprong) hebben zich dankzij de domesticatie van planten, onze intensieve agro-ecosystemen en de wereldhandel kunnen verspreiden en vertonen bovendien een versnelde ontwikkelingsevolutie, zijn uiterst versatiel, worden aggressiever en zijn sterk aangepast aan hun waardplant.
Vooral in grote, belangrijke teelten als tarwe, aardappel, fruit en maïs zijn ze daardoor zo sterk geworden dat sommige ziekten, zoals Phytophthora infestans of de aardappelplaag, nog amper te bestrijden zijn. “We hebben met een zeer sterke vijand te maken”, zei Höfte. Daarom is het belangrijk dat we inzetten op diversiteit: “Het is uiterst gevaarlijk om de bestrijding van deze "superpathogenen" op één strategie te baseren.” Daarnaast is het ook belangrijk dat de evolutie van nieuwe pathogenen zorgvuldig wordt opgevolgd om nieuwe ziekten niet de kans te geven zich te ontwikkelen en te vespreiden. Maar momenteel is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor de meest hardnekkige ziekten de enige optie, voegde Höfte daar nog aan toe.
In de afsluitende bijdrage van professor Geert Vanpaemel (KU Leuven) werd tenslotte gereflecteerd over de beeldvorming en de berichtgeving van wetenschap naar een breder publiek. Wat gewasbeschermingsmiddelen betreft, hoeft het niet gezegd dat het imago niet steeds even positief is. Hoe kan er op een positieve manier gecommuniceerd worden over wetenschap? Communicatie moet open en participatief zijn en een totaalvisie geven, legde Vanpaemel uit. Om een duurzame dialoog te krijgen met de burger moet er bovendien duidelijk en regelmatig gecommuniceerd worden. Alleen zo kan de kloof tussen perceptie en realiteit verkleind of misschien zelfs gedicht worden.
Bron: eigen verslaggeving