Geld is het discussiepunt voor flankerend IHD-beleid
nieuwsIn de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement interpelleerde volksvertegenwoordiger Stefaan Sintobin (Vlaams Belang) minister Schauvliege over de aanslepende onzekerheid voor landbouwers omtrent de impact van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD) voor natuur op hun veebedrijf. Het oppositielid maakte zich boos over het uitblijven van een akkoord binnen de Vlaamse regering omtrent de inrichtingsnota met de instrumenten voor het flankerend beleid. Hij heeft het er ook moeilijk mee dat meerderheid en oppositie op de banken staan voor een afdoend flankerend beleid wanneer de commissiezitting wordt bijgewoond door tientallen getroffen landbouwers, maar de retoriek bij sommigen binnenkamers verandert. Er wordt nog gebakkeleid over de centen en over de potjes waar die centen gezocht moeten worden.
Tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement over de impact van de natuurdoelstellingen op landbouw deden alle politieke partijen, niet alleen die van de meerderheid, een aantal beloftes. “De hoofdvragen waren hoe het zit met het flankerend beleid, welke middelen daar tegenover staan en hoe we de landbouwers rechtszekerheid kunnen bieden”, schetst Vlaams-Belang-parlementslid Stefaan Sintobin. “Binnen de schoot van de Vlaamse regering zou er op basis van een inrichtingsnota eind december een akkoord worden gesloten over die openstaande vragen. Groot waren de woede en het ongenoegen bij de getroffen landbouwers en hun organisaties toen bleek dat er geen overeenkomst werd bereikt.”
Sintobin interpelleerde Schauvliege over de kwestie omdat hij vreest dat dit dossier op de lange baan wordt geschoven. “Als er één dossier is waar dat niet mag gebeuren, is het dit wel. Het voortbestaan van bedrijven en het inkomen van gezinnen staan immers op het spel.” Wilfried Vandaele van meerderheidspartij N-VA laat verstaan dat zijn partij er alle vertrouwen in heeft dat de minister in de schoot van de Vlaamse regering tot een gedragen inrichtingsnota zal komen met flankerende maatregelen. “Wij willen een voldoende budget voor flankerende maatregelen, maar wat ons betreft, aan de hand van een concreet becijferd budget.”
Dat N-VA het budget duidelijk wil afbakenen – Wilfried Vandaele liet tijdens de zitting optekenen dat zijn partij geen blanco cheque uitschrijft –, zou de onderhandelingen kunnen bemoeilijken want het is op dit moment bijzonder moeilijk om in te schatten hoeveel geld er nodig is om een oplossing uit te werken voor de zwaarst getroffen landbouwers. Minister Schauvliege zegt dat ook met zoveel woorden: “Het financiële plaatje is sterk afhankelijk van de keuze die een bedrijf maakt. Als een bedrijf ervoor kiest om een nieuwe stal te bouwen die minder uitstoot van stikstof oplevert, dan zal dat een kleinere investering vanuit het flankerend beleid vergen dan bij een volledige bedrijfsverplaatsing.”
De keuzevrijheid die de landbouwers zullen krijgen, maakt het voor Schauvliege onmogelijk om op dit moment met een gedetailleerd financieel plan te komen. In de inrichtingsnota staat een hele brede vork want er is bekeken wat het budgettair betekent als iedereen voor een bepaalde piste kiest. Als iedere landbouwer voor de duurste oplossing kiest, zou er 108 miljoen euro nodig zijn.
Minister Schauvliege vergeleek de discussie in het Parlement met die over de kip en het ei: “Ik hoor sommigen zeggen dat we eerst een heel gedetailleerd zicht moeten hebben op wat het allemaal zal inhouden en kosten. Aan de andere kant hoor ik ook pleiten voor maatwerk, op maat van elk bedrijf. Om te weten welke oplossing op maat we kunnen aanbieden aan een bedrijf, moeten we natuurlijk eerst over een instrumentenkoffer beschikken, die in de inrichtingsnota staat.”
Schauvliege rekent erop dat haar nota op relatief korte termijn opnieuw voorgelegd wordt aan de Vlaamse regering. Op de vraag hoe het zit met de oranje bedrijven antwoordt de minister dat het engagement van de regering inhoudt dat er in eerste instantie een herstructureringsnota wordt gemaakt voor de rode bedrijven. “Uiteraard moet er ook zorg zijn voor de oranje bedrijven, ook zij moeten weten wat de impact en de passende beoordeling zullen zijn als ze een hervergunning of een uitbreiding van de vergunning nodig hebben. Er wordt aan gewerkt”, aldus Schauvliege.