Eventuele handelsimpact van Brexit maakt boeren bang
nieuwsFEVIA, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, is waakzaam voor de mogelijke gevolgen van de Brexit. "De grootste risico’s zijn protectionisme en de daling van het pond", zei directeur-generaal Chris Moris bij de voorstelling van het economisch jaarverslag. De Rusland-crisis indachtig weten boeren en tuinders dat de impact op de prijsvorming door een verstoorde markt nog groter kan zijn dan het directe verlies aan export. Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pieter De Crem stelde hen enigszins gerust door een overgangsperiode te voorspellen waarin er voor de handel met Groot-Brittannië in eerste instantie niets verandert. De Crem bezocht op uitnodiging van Boerenbond een fruitteeltbedrijf voor een korte reflectie over de obstructies voor de landbouwhandel met Rusland en andere belangrijke of potentiële afzetmarkten.
Het Verenigd Koninkrijk is met 2,2 miljard euro de op drie na grootste exportmarkt voor de Belgische voedingsindustrie, goed voor bijna een tiende van de totale voedingsexport. Voeding wordt dan ook samen met textiel en machinerie allerhande (o.a. auto's) genoemd als de Belgische sectoren die het meest blootgesteld worden aan de gevolgen van het vertrek van de Britten uit de Europese Unie. Indien er een impact is, vreest directeur-generaal van FEVIA Chris Moris vooral een nationalistische reflex bij de modale Brit. Moris heeft het dan niet zozeer over een reglementaire impact, met bijvoorbeeld handelsbarrières, maar wel over een nationalistische reactie bij de consument, die meer 'Brits' zou kopen.
Feit is wel dat alle Brexit-studies in de eerste plaats op de economische gevolgen aan de overzijde van het Kanaal wijzen. Met mogelijk een recessie tot gevolg, wat de consumptie zal doen dalen. Dat zou wel een effect kunnen hebben op de export vanuit ons land. Die export naar het Verenigd Koninkrijk was volgens cijfermateriaal van FEVIA in 2015 nog zes procent gestegen tot zowat 2,2 miljard euro. Groente- en vruchtenbereidingen namen met zowat 458 miljoen euro het grootste deel uit de Britse exporttaart voor zich. Graanbereidingen, bijvoorbeeld koekjes, volgen met zowat 261 miljoen euro, en dan zuivel met bijna 219 miljoen euro, chocolade en cacao met zowat 205 miljoen euro, dranken (zoals de Belgische bieren) met bijna 183 miljoen euro en groenten met net geen 180 miljoen euro.
Door de Brexit doemen nieuwe gevaren op voor de handel in landbouw- en voedingsproducten en dat komt bijzonder ongelegen gelet op de Russische handelsboycot die nog altijd niet van de baan is. De Britse démarche kwam ter sprake tijdens een bezoek van staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pieter De Crem aan een fruitteeltbedrijf in het Hageland. De staatssecretaris kreeg daar van Boerenbond te horen dat het wegvallen van Rusland als afzetmarkt zich nog altijd laat voelen in de prijsvorming van land- en tuinbouwproducten.
Met het Verenigd Koninkrijk zal het zo’n vaart niet lopen, al was het maar omdat de eilandbewoners slechts voor 61 procent zelfvoorzienend zijn in voedsel. Voor onze land- en tuinbouwers is het te hopen dat er voor de handel helemaal niets verandert want er staat best veel op het spel. Boerenbond-adviseur Leen Jolling preciseert: “De afzet in het Verenigd Koninkrijk is goed voor 11 procent van de export van Belgische sierteeltproducten, 10 procent van de perenexport en 6 procent van de tomatenexport. Het zal er dus op aankomen om goede handelsrelaties te behouden met de Britten.”
Bij de bestuursleden van Boerenbond is de ongerustheid over de Brexit groot. Nog meer dan de Belgische telers zijn onze Noorderburen van het Verenigd Koninkrijk afhankelijk voor hun afzet en dat doet vrezen voor handelsverstoringen die verder strekken dan mogelijke verliezen op de Britse markt. De Russische handelsboycot heeft namelijk geleerd dat de indirecte impact – iedereen richt zijn pijlen op de overblijvende afzetmarkten met een instorting van de prijs tot gevolg – groter kan zijn dan de directe impact. Staatssecretaris De Crem stelde de boeren-bestuurders gerust dat voor de handel met het Verenigd Koninkrijk alles bij het oude blijft tijdens een overgangsperiode die best wel lang zou kunnen duren. “Dit en wellicht ook volgend seizoen”, is de inschatting die De Crem maakt.
Op zijn website legt de staatssecretaris uit dat het niet uitgesloten is dat de Britten zullen talmen met de terugtrekking uit de EU door verwikkelingen in eigen land. Voor de onderhandelingen met een lidstaat die vertrekt uit de EU voorziet Brussel een termijn van maximaal twee jaar die enkel op basis van unanimiteit in de Raad kan worden verlengd. Wanneer er een akkoord bereikt wordt met de Britten, dan moet dat door de lidstaten goedgekeurd worden met een gekwalificeerde meerderheid en door het Europees Parlement met een gewone meerderheid.
Indien na de voorziene onderhandelingsperiode van twee jaar geen akkoord is bereikt en er in de Raad geen unanimiteit kan worden gevonden om deze periode te verlengen, is het Verenigd Koninkrijk van de ene dag op de andere geen lid meer. “Een problematisch scenario”, noemt De Crem dat. “Indien het Verenigd Koninkrijk echter in de loop van de uittredingsonderhandelingen zou terugkomen op de beslissing uit de EU te stappen, kan het uittredingsproces slechts op basis van unanimiteit in de Raad worden stopgezet. Naast het akkoord over de uittredingsmodaliteiten moet er parallel nog een akkoord over de toekomstige relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk worden onderhandeld. Dit akkoord vereist ook een ratificatie op het niveau van de lidstaten.
Bron: eigen verslaggeving / Belga