"Erken langdurige regenval als één enkele ramp"
nieuwsIn een nieuw advies spreekt de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) zich uit over het besluit van de Vlaamse regering omtrent schade aangericht door algemene rampen. De SALV benadrukt dat het een belangrijk economisch gegeven is dat iedereen die schade heeft geleden door een algemene ramp een tegemoetkoming kan krijgen uit het Vlaams Rampenfonds. De adviesraad pleit voor een snelle afhandeling van schadedossiers, waar forfaits bij kunnen helpen, en vraagt om rekening te houden met de toegenomen productiekosten. Verder blijkt ook dat het KMI 45 nieuwe meetpunten zal installeren.
De SALV laat zijn licht schijnen over het ontwerpbesluit omtrent de tegemoetkoming van de schade aangericht door algemene rampen. Door de zesde staatshervorming werd de uitbetaling van vergoedingen bij algemene rampen en landbouwrampen overgeheveld naar Vlaanderen. De praktische uitwerking van deze overheveling gebeurt in verschillende fasen. In een eerste fase werd een omzetting in Vlaamse regelgeving voorzien voor algemene rampen, of rampen waarbij niet alleen landbouwers schade lijden.
“De raad vindt het een belangrijk economisch gegeven dat iedereen die schade heeft geleden door een algemene ramp een tegemoetkoming kan krijgen uit het Vlaams Rampenfonds”, zo klinkt het advies. De SALV vindt het daarnaast ook “zeer belangrijk” dat periodes van langdurige regenval als één enkele ramp kunnen worden beschouwd, daarmee verwijzend naar de langdurige regen, hagel en windstoten in Vlaanderen tussen 29 mei en 26 juni 2016. “Het is immers een gegeven dat gewassen niet enkel door kortstondige zware regenbuien, maar ook bij langdurige regen vernietigd kunnen worden.”
De SALV is voorstander van een snelle afhandeling van dossiers, en forfaits kunnen daarbij helpen. Het brutobedrag van de schade voor niet geoogste teelten wordt door de overheid vastgesteld op basis van forfaitaire prijzen. Door de grote diversiteit van de landbouwbedrijven zou echter van de forfaits moeten kunnen worden afgeweken als de werkelijke verliezen significant groter zijn, zo klinkt het. Ook wat betreft het tijdstip van het indienen van het dossier moet er voldoende flexibiliteit zijn. “Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een perceel graan waarbij de landbouwer op het zicht weinig schade vaststelt, bij de oogst toch een opbrengst heeft die door de ramp minstens 30 procent lager ligt dan het vijfjarig gemiddelde”, aldus de SALV.
Tenslotte pleit de SALV er nog voor om bij de berekening van de bedragen voor tegemoetkoming rekening te houden met de actualiteit en de toegenomen productiekosten. “De Raad merkt op dat bedrijven steeds groter worden en zich specialiseren”, zo klinkt het. “Ook de productiekosten van de landbouwbedrijven zijn in de loop van de tijd sterk toegenomen.” Om rekening te houden met de actualiteit stelt de SALV een aanpassing voor in de tabel met de schijven van bedragen voor tegemoetkoming, die sinds 1976 ongewijzigd zijn gebleven. Een specifiek Vlaamse regelgeving voor landbouwrampen die de federale wetgeving zal vervangen wordt voorzien voor 2017.
De erkenning tot en de afbakening van een rampgebied gebeurt onder meer op basis van de meetpunten van de Vlaamse Milieumaatschappij en het KMI. Die laatste heeft nu aangekondigd dat er 45 meetpunten zullen bijkomen, zo blijkt uit het antwoord van Vlaams minister-president Geert Bourgeois op een schriftelijke vraag van CD&V-parlementslid Jos De Meyer. Daardoor zou het KMI vanaf volgende zomer beschikken over 170 meetpunten. In combinatie met de VMM-meetpunten komt het totaal dan op 241.
Volgens Bourgeois wordt het netwerk van meetpunten uitgebreid, maar is het moeilijk haalbaar en ook niet nodig om te komen tot één meetpunt om de 10 kilometer, iets waar het KMI naar streeft. “De combinatie van grondmetingen en radarbeelden is zowel volgens de deskundigen van het KMI als van de VMM een betrouwbare methode om de neerslaghoeveelheden te bepalen”, aldus Bourgeois. “Het is niet zo dat gemeenten zonder meetpunt benadeeld zouden worden ten opzichte van gemeenten die wel één of meer meetpunt(en) op hun grondgebied hebben.”
De gecombineerde aanpak op basis van grondmetingen en radarbeelden laat volgens Bourgeois toe om de onweerskernen nauwkeurig te lokaliseren. Zo kan de omschrijving van het rampgebied verfijnd worden tot op het niveau van een deelgemeente of zelfs van een wijk. De nauwkeurige lokalisatie van onweerskernen laat nu reeds toe om een gemeente op te nemen in het rampgebied, ook al is slechts een uithoek van die gemeente getroffen door de uitzonderlijke weersomstandigheden.
Lees het volledige SALV-advies hier.
Bron: eigen verslaggeving/Belga