"Enkel gecorrigeerde vrijhandel leefbaar voor landbouw"
nieuwsOp de Boekenbeurs in Antwerpen stelt het nieuwe korte ketenconcept AVANI zich aan de wereld voor. Om de lancering kracht bij te zetten, nodigde initiatiefnemer François de Putter enkele sprekers uit die tijdens een panelgesprek voor de nodige context zorgden. Pieter Verhelst (Boerenbond), professor Erik Mathijs (KU Leuven) en auteur Chris De Stoop lieten hun licht schijnen over hete hangijzers als vrijhandel, protectionisme, diversificatie op het landbouwbedrijf en de relatie met natuur.
AVANI wil via een sterke alliantie tussen boer en consument de korte keten mainstream maken en in één klap voor een verduurzaming van het landbouwmodel én een hoger inkomen voor de boer zorgen. Om het gedachtegoed waarop de start-up zich beroept te kaderen, organiseert AVANI op de Antwerpse boekenbeurs twee debatten. Het eerste werd opgehangen aan ‘Dit is mijn hof’ van Chris De Stoop, de bestseller waarin De Stoop een nostalgisch portret schetst van de familiale landbouw in de Wase polders. Aan de hand van drie stellingen deelden Pieter Verhelst, Erik Mathijs en Chris De Stoop hun visie op de sector.
De eerste stelling zoomde in op lokale voedselvoorziening. “Voedsel is een absoluut basisrecht”, zei Pieter Verhelst van Boerenbond daarover. “Dat betekent ook dat elke gemeenschap het recht heeft een eigen landbouwbeleid vorm te geven om het lokale productiepotentieel maximaal te benutten. Maar niet alle regio’s kunnen volledig zelfvoorzienend zijn en handel zal dus altijd nodig zijn om lokale tekorten in te vullen. Anderzijds is het verkeerd om voedselproductie exclusief te concentreren op plaatsen waar dat het meest efficiënt gebeurt. Gemeenschappen moeten hun markt met andere woorden kunnen afschermen zodat hun producenten niet weggeconcurreerd worden. Dat is trouwens precies waar de Europese Unie in het verleden met haar landbouwbeleid zeer succesvol in is geweest.”
“Die marktbescherming kan seizoensgebonden zijn, zoals dat bijvoorbeeld voor de fruitsectoren in CETA het geval is”, gaat Verhelst verder. “Vanuit de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Wereldbank lag de nadruk in het verleden vaak op het afbouwen van de marktbescherming. Wij vinden dat er gemeenschapsmiddelen – geld van de belastingbetaler – gemobiliseerd mogen worden om de eigen landbouw te ontwikkelen. Dat recht mogen we ook andere gemeenschappen niet ontzeggen. Net zoals wij die kans hebben gegrepen moet overal de mogelijkheid bestaan soortgelijke maatschappelijke keuzes te maken.”
“Pure vrijhandel is geen goed idee”, vult professor Erik Mathijs aan. “Correcties zijn nodig om de negatieve effecten ervan te neutraliseren. Wat in dit verhaal trouwens te weinig wordt benadrukt is dat de reden waarom de prijs van voedsel de voorbije eeuw zo drastisch daalde, niet alleen de concurrentie van de vrije markt is, maar ook de enorme technologische vooruitgang die de productiekost enorm heeft gedrukt. Wat betreft het afschermen van de markten: akkoord, maar dan moeten we als consument wel bereid zijn meer te betalen voor onze voeding. Marktbescherming kan immers op twee manieren. Enerzijds kan je als land je grenzen sluiten, wat allicht tot geopolitieke spanningen zal leiden; anderzijds, en ik denk dat dat de weg is die we moeten bewandelen, kan je de band tussen de producent en de consument proberen versterken.”
Ook de samenwerking tussen landbouwers en de diversificatie van de boerderijactiviteiten kwamen aan bod. Zijn gespecialiseerde bedrijven vandaag niet te kwetsbaar geworden? “Het is zeker zo dat nieuwkomers in de toekomst steeds vaker gaan inzetten op diversificatie”, aldus Pieter Verhelst. “Toch zal een zekere graad van specialisatie blijven bestaan. Dat kan dan bijvoorbeeld via het kweken van een specifiek varkens- of runderras om zich te onderscheiden in de bulkmarkt. Daarbij moet voldoende samengewerkt worden, onder meer via coöperatieve structuren. Al merken we dat boeren daar nog in moeten groeien. Je moet als boer verder durven kijken dan je eigen hof.”
“Ook hier is de rol van het beleid weer cruciaal”, merkt Mathijs op. “Om goed samen te werken zijn duidelijke randvoorwaarden nodig. Ik denk bijvoorbeeld aan het recycleren van fosfor, een essentiële grondstof waarvan de voorraden eindig zijn en bovendien razendsnel slinken. Wel, vandaag is het perfect mogelijk om die fosfor te recycleren, maar de technologie is drie keer zo duur dan het aankopen van kunstmest.”
De laatste stelling peilde bij de sprekers naar hun visie op het herstel van boerennatuur. “De grootste bezorgdheid van de landbouwsector is bekend”, aldus Verhelst. “Vandaag is de situatie zo dat boeren het risico lopen landbouwgrond te verliezen wanneer ze natuur creëren op hun percelen. Europa blijft voorlopig inzetten op dat verwevingsmodel, en wij zijn bereid de schotten tussen de verschillende bestemmingen op te heffen, op voorwaarde dat we de garantie krijgen dat landbouw kan blijven bestaan.”
“We zullen simpelweg niet anders kunnen dan meer natuur te gaan creëren op onze akkers”, aldus Mathijs. “Heel binnenkort zal ook de landbouwsector af moeten van zijn olieverslaving. Niet omdat de voorraden uitgeput zullen zijn – nog steeds worden nieuwe oliebronnen ontdekt – maar omdat onze planeet anders ten onder gaat aan de opwarming van het klimaat. Hoe vang je dat op als landbouwsector? Wat is het alternatief? De meest voor de hand liggende oplossing is gebruik te maken van de ecosysteemdiensten van de natuur. Ik denk aan stikstoffixatie, het verbeteren van het bodemleven, enzovoort.”
Het laatste woord was voor Chris De Stoop, die zich een vurig pleitbezorger toonde van het verwevingsmodel: “Het creëren van natuurwaarde in landbouwgebied, dat moet de bedoeling zijn. Net zoals dat bij ons in de polder al eeuwenlang gebeurt. Vandaag wordt er natuur gepland vanuit een soort apartheid, van beide kanten. De natuursector wil zijn eigen natuur, de landbouwsector wil het liefst van al ongestoord boeren. Maar het landschap verandert daardoor zo ingrijpend dat iedereen erbij verliest. De oude band met het landschap als erfgoed verdwijnt. Die band met natuur aanhalen is meer dan een wandeling in een natuurreservaat, ook landbouw past in dat plaatje.”