"Duurzaamheid is geen strijd tussen landbouwmodellen"
nieuwsMedio september presenteerde Bayer CropScience, een internationale toeleverancier van gewasbeschermingsmiddelen, zijn kennisplatform rond duurzame landbouwpraktijken. Dat kreeg de naam Bayer ForwardFarming en er is zelfs een soort van proefboerderij in ons land: een gangbaar akkerbouw- en fruitteeltbedrijf in Huldenberg dat samen met Bayer nieuwe ideeën rond biodiversiteit en milieubescherming in de praktijk uittest. Op die boerderij ontspon er zich een debat over duurzame landbouw, waarbij we alle sprekers hoorden verklaren dat de verschillende landbouwmodellen niet tegen elkaar uitgespeeld mogen worden als het over duurzaamheid gaat.
De landbouwsector staat voor tal van uitdagingen: de stijgende voedselvraag als gevolg van de continue groei van de wereldbevolking, de afname van de beschikbare landbouwgrond, de beperkte natuurlijke hulpbronnen en de klimaatverandering. Bayer Cropscience is ervan overtuigd dat het antwoord ligt in een ‘geïntegreerd concept’ voor duurzame landbouw, dat rekening houdt met een aantal economische, ecologische en maatschappelijke criteria. “Bayer heeft een sterke visie ontwikkelt omtrent duurzame landbouw”, getuigt Marc Sneyders, marketing manager bij Bayer CropScience. “We zijn ervan overtuigd dat de landbouw met oplossingen kan komen voor de lokale en mondiale uitdagingen.”
Nog vier andere personen die doordrongen zijn van duurzame landbouw werden door Bayer uitgenodigd om mee te debatteren over de thematiek. Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche associeert duurzaamheid met een landbouw die inspeelt op de toenemende voedselbehoefte, een landbouw die een leefbaar inkomen genereert en waar er uitzicht is op bedrijfsopvolgers, een landbouw ook die een diversiteit van productiesystemen kent en beantwoordt aan de vele verwachtingen van de consument.
De ‘eindtermen’ van duurzaamheid kunnen door niemand exact vastgelegd worden. “Duurzaamheid evolueert namelijk in de tijd, het is een werkwoord”, verklaart Joris Relaes, administrateur-generaal van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek. Sneyders wijst er namens Bayer op dat duurzaamheid vaak geassocieerd wordt met zijn ecologische pijler, terwijl de sector maar duurzaam is als het ook economisch kan blijven duren. De derde pijler, de maatschappelijke bijdrage van de landbouw, wordt volgens Sneyders onderschat. “Het komt er dus op aan om uit te leggen en te tonen hoe er gewerkt wordt.”
Dat rendabiliteit de eerste voorwaarde is voor duurzaamheid klinkt Piet Vanthemsche als muziek in de oren. “Daarzonder verdwijnt de landbouwsector en dan is de rest van de discussie overbodig”, stelt hij scherp. Hoe kunnen alle maatschappelijke vragen geïnternaliseerd worden in de prijs van landbouw- en voedingsproducten. Dat is volgens Vanthemsche de hamvraag. In een tijd waarin maar 12 tot 13 procent van het gezinsbudget aan voeding besteed wordt, zijn we ons als consument niet bewust van de inspanningen die de agrovoedingsketen doet. Die overtuiging is Jean-Charles Pocquet toegedaan, de directeur-generaal van de Europese federatie van gewasbeschermingsmiddelenproducenten (ECPA).
Bovendien worden die inspanningen op de helling gezet als de consument steevast voor het goedkoopste kiest in de supermarkt. Wat dat betreft, ontbreekt het aan een gelijk speelveld op de landbouwmarkten en hebben Vlaamse boeren het niet makkelijk om in een zeer concurrentiële internationale omgeving duurzaam aan landbouw te doen. “Veel bedrijven zoeken een uitweg in schaalvergroting, maar dat maakt ze tegelijk kwetsbaarder”, weet Relaes. “We moeten deze bedrijven integendeel schokvaster maken. Bovendien zijn er naast schaalvergroting nog andere strategieën zoals diversificatie van activiteiten, lokale afzet, contractproductie voor afnemers, enz.” De administrateur-generaal van ILVO wijst erop dat landbouw de enige sector is die met levend materiaal (planten en dieren) werkt en daarom zijn productieproces niet volledig onder controle heeft. “Er kan altijd iets mislopen terwijl onze samenleving nog moeilijk met risico overweg kan.”
Bernard Bodson, professor Fytotechniek aan de Universiteit van Luik en verbonden aan het landbouwonderzoekscentrum in Gembloux, gelooft niet dat voeding in de toekomst een grotere hap zal nemen uit het gezinsbudget. Ook Marc Sneyders is die mening toegedaan, maar hij suggereert dat de margeverdeling wel beter kan omdat de boer nu te vaak aan het kortste eind trekt. Om de voedingsketen economisch duurzaam te maken voor alle schakels moet er volgens de professor een betere dialoog ontstaan binnen de agrovoedingsketen. Vanthemsche wijst Bodson erop dat het ketenoverleg op Belgisch niveau al vijf jaar bezig is. Het is ontstaan op het hoogtepunt van de melkprijscrisis. “We evolueren naar betere inzichten in elkaars situatie en in de markt”, getuigt de Boerenbondvoorzitter over het overleg met voedingsindustrie en supermarkten. En hij voegt er aan toe: “Onze afnemers hebben belang bij een stabiele economische situatie in de landbouw.”
Op de vraag of de landbouw van de toekomst op familiale leest geschoeid blijft of eerder de industriële toer opgaat, antwoordt Pocquet dat zijn federatie landbouwmodellen niet tegen elkaar uit wil spelen. In plaats daarvan pleit hij voor diversiteit: van grootschalige bedrijven tot kleine boerderijen die hun producten rechtstreeks aan de consument verkopen. Die visie zetten de ECPA-leden ook in de praktijk om, door gewasbeschermingsmiddelen te leveren aan alle types landbouwbedrijven, ook aan de biologische.
Volgens Piet Vanthemsche is verduurzamen een kwestie van stap voor stap vooruitgang boeken en vooral het kind niet met het badwater weggooien. “In Europa vind je zowel erg kleinschalige als industriële landbouw. Sommige ngo’s en ideologen denken dat er maar één soort goede landbouw is en dwepen met de kleinschalige, familiale landbouw. Men creëert een beeld van het romantische boerderijtje tegenover een industrie. Ik verzet me daartegen in de wetenschap dat ook een groot varkensbedrijf kan verduurzamen. Het dierenwelzijn is er op grote moderne bedrijven bijvoorbeeld significant op vooruitgegaan, maar de perceptie van de consument durft anders zijn.”
De aanhangers van kleinschalige landbouw stellen ook vragen bij de exportgerichtheid van de Vlaamse landbouw. Volgens Joris Relaes produceert een duurzame landbouw niet noodzakelijk alleen voor de lokale markt. “Op lokale schaal duurzaam aan landbouw doen, is niet de oplossing om de wereld te voeden. Het is onmogelijk om overal ter wereld alles te produceren”, aldus de ILVO-topman. Vanthemsche wijst er in dat kader op dat over 20 jaar 60 procent van de wereldbevolking in het Verre Oosten zal leven terwijl men daar maar beschikt over een kwart van de landbouwgrond wereldwijd.
“Meer met minder dus”, concludeert Marc Sneyders. Over tien jaar zal de landbouw nog veel energie-armer zijn dan vandaag de dag is de overtuiging van Vanthemsche. Hij schetst de weg die al is afgelegd: precisiebemesting, warmterecuperatie, WKK’s in de glastuinbouw, enz. Namens Bayer houdt ook Sneyders een pleidooi voor het naast elkaar bestaan van de verschillende landbouwmodellen. Maar hij stelt wel vast dat regelgeving soms ongewild in de richting van schaalvergroting stuurt. “We merken dat ook in de productie van gewasbeschermingsmiddelen. Slechts een paar grote bedrijven zijn nog in staat om de grote budgetten samen te brengen nodig voor onderzoek en ontwikkeling.” Professor Bodson heeft het in die context over een hele samenleving die regels oplegt aan een landbouwpopulatie die steeds kleiner wordt, “maar dat geldt evenzeer voor andere sectoren.”
Aan de eisen van de maatschappij beantwoorden allemaal goed en wel, maar Sneyders vraagt zich af of de consument wel een juist beeld heeft van de hedendaagse landbouw. Dat doet hem nogmaals pleiten voor transparantie en communicatie. Tot slot legt de marketing manager uit dat Bayer de duurzaamheid van de sector in beeld probeert te krijgen met een zogenaamde duurzaamheidsradar. De firma heeft oog voor het totaalplaatje “want een wagen beoordeel je ook niet alleen op zijn verbruik”. De bewaarbaarheid van groenten met één dag verlengen, geeft Sneyders als voorbeeld van de enorme duurzaamheidswinsten die nog te behalen zijn in de agrovoedingsketen.
Beeld: ABC Eco²