nieuws

Droogteresistente maïs geïntroduceerd in VS

nieuws
In de Verenigde Staten is sinds deze maand een nieuwe droogteresistente ggo-maïs op de markt. Het product is de eerste in een lange rij van verwachte stressbestendige ggo-gewassen, en het eerste resultaat van een samenwerking tussen Monsanto en BASF. Amerika reageert verdeeld op het nieuwe gewas. Vooral het kostenplaatje verbonden aan de ontwikkeling is een punt van kritiek.
21 maart 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:21

In de Verenigde Staten is sinds deze maand een nieuwe droogteresistente ggo-maïs op de markt. Het product is de eerste in een lange rij van verwachte stressbestendige ggo-gewassen, en het eerste resultaat van een samenwerking tussen Monsanto en BASF. Amerika reageert verdeeld op het nieuwe gewas. Vooral het kostenplaatje verbonden aan de ontwikkeling is een punt van kritiek.

Het nieuwe ggo-gewas draagt de naam DroughtGard en is een ontwikkeling van Monsanto en BASF, die sinds 2007 samenwerken in de ontwikkeling van stressbestendige genetisch gewijzigde graangewassen. Volgens de 250 veldproeven die ze de afgelopen jaren uitvoerden, zou het ras zo’n acht procent meer opbrengst per hectare opleveren dan een conventioneel veredelde maïs.

Gezien het feit dat het middenwesten van de VS afgelopen zomer geconfronteerd werd met de ergste droogte sinds 50 jaar, is dat een hoopvol resultaat. Desondanks reageert niet iedereen enthousiast. Critici stellen zich openlijk de vraag of dit de oplossing is voor de verwachte toename aan droogtes. Volgens de Union of Concerned Scientists in Washington bijvoorbeeld kan gentechnologie daarbij slechts een kleine meerwaarde betekenen, en dat tegen zeer hoge kosten.

Ook in Nederland en België wordt niet onverdeeld enthousiast gereageerd. Gert Veldhorst van DLV Plant in Wageningen zegt dat de claim droogteresistentie moeilijk te controleren is, en betwijfelt of het ras zijn nut zal bewijzen in landen als Nederland, waarin akkerbouwers relatief weinig last hebben van droogte. Goedkopere oplossingen zoals het zorgen voor extra begroeiing op droogtegevoelige percelen acht hij in onze regio interessanter.

Dirk Inzé van de UGent vraagt zich dan weer af of de opbrengstresultaten van de maïs even goed zullen zijn buiten een gecontroleerde proefomgeving als binnen. “Tijdens de veldproeven kreeg de maïs op vaste tijden water, maar in de praktijk is regelval natuurlijk veel onregelmatiger”, stelt hij in De Standaard.

Bovendien lijkt iedereen het erover eens: gentechnologie is duur. De Union of Concerned Scientists vreest dat bijgevolg ook het zaaigoed duur zal worden. “Want stress bij planten wordt veroorzaakt door verschillende factoren, waartegen allemaal verschillende DNA-cassettes zullen moeten worden ingebouwd. Investeringen in goedkopere, conventionele veredeling zien wij dus liever, evenals onderzoek naar tropische granen die zonder gentechnologie weinig water nodig hebben.”

Ten slotte wordt er volgens Larry Wagner, agronoom op de South Dakota State University, te veel nadruk gelegd op genetica. In plaats daarvan wordt beter geïnvesteerd in vooruitgang op teelttechnisch vlak, want ook daar zit nog veel potentieel. Hij denkt daarbij aan minder ploegen, het toepassen van druppelirrigatie of beperken van irrigatie tot droogtegevoelige percelen en het voeden van de bodem met gewasresten of compost. Volgens de Iowa State University maken dergelijke teelttechnische verbeteringen de Amerikaanse maïsteelt elk jaar één procent minder droogtegevoelig.

Bron: De Standaard

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek