Doordacht groeien of gas geven in biolandbouw?
nieuwsBiolandbouw is in Vlaanderen een sector met een continue groeicurve. Recent werd dat nog in de verf gezet in een studie van de Vlaamse overheid. Het afgelopen jaar groeide het aantal bioboeren naar 370 (+8%) en het areaal tot 5.343 hectare (+6%). Uit de 11 procent die de Vlaming in één jaar tijd meer uitgaf aan bio, zou je kunnen concluderen dat het aanbod nog wat sneller kan toenemen. Bij BioForum Vlaanderen hopen ze dat meer landbouwers omschakelen naar biologische productie. De motivatie daarvoor kan in de eerste plaats economisch zijn, “zolang omschakelaars maar weten waar ze aan beginnen en achter de principes van biolandbouw staan, anders is het moeilijk om vol te houden.” Bio is geen avontuur waar een landbouwer zich zorgeloos kan instorten. Directeur Lieve Vercauteren legt uit waarom niet.
BioForum Vlaanderen koppelde aan zijn algemene vergadering een panelgesprek over de groei in de biosector. Aanleiding daarvoor was het momentum dat er lijkt te zijn voor omschakeling. De vraag naar bioproducten blijft namelijk groeien. Tussen 2008 en 2015 gaf de Belg dubbel zoveel geld uit aan bio. Vooral in 2009 (+14%), 2010 (+10%) en 2015(+18%) werden pieken in de groei aan vraagzijde opgetekend. Het jongste Biorapport wees uit dat negen procent van de gezinnen minstens wekelijks biologische voeding koopt.
Op zijn website brengt BioForum Vlaanderen verslag uit van het panelgesprek. Het gaat onder meer over het mooie resultaat van de inspanningen die in West-Vlaanderen gebeuren om de biologische groente- en melkproductie aan te wakkeren. Zo staat de biologische melkveehouderij voor een verdrievoudiging van het productievolume. VILT wijdde eerder al een artikel aan de grote doorbraak van deze sector in Vlaanderen.
Zo’n snelle groei roept ook vragen op. Moet de biosector niet opletten voor een overaanbod? Om dat te vermijden, is het volgens West-Vlaams gedeputeerde Bart Nayaert belangrijk met de afzetmarkt in dialoog te gaan en te blijven. Het bedrijf Pur Natur dat biologische melk afneemt, is blij met de omschakelaars omdat het liever lokaal melk afneemt. Toch wordt ook vanuit die hoek aangespoord tot voorzichtigheid. Ook in onze buurlanden zijn er immers veel omschakelaars. Pur Natur pleit voor groei, maar eerder geleidelijk.
“Geleidelijke groei”, dat was ook het pleidooi van een biologische fruitteelster. Fruitteelt is een meerjarige teelt zodat er aan de kant van de afnemers ook een meerjarig engagement nodig is. Bij de omschakelaars is de motivatie belangrijk. De fruitteelster vindt dat geld niet de enige reden mag zijn van nieuwe collega’s. Ook een biologische groenteteler verlangt dat bioboeren in spe bewust kiezen voor bio. “Mijn sector wordt soms te veel als een goudmijn voorgesteld. In Nederland leidde dat tot een sterke daling van de prijzen van biologische groenten enkele jaren geleden. Er moet dus een evenwicht blijven tussen de bestaande sector en de nieuwkomers, de markt moet kunnen volgen”, liet hij optekenen.
Lieve Vercauteren, directeur van BioForum Vlaanderen, leidde het panelgesprek maar sprak zich als moderator toen niet uit over het gewenste groeiscenario. Op vraag van VILT wil ze dat nu wel doen: “BioForum Vlaanderen is van mening dat omschakeling mag vertrekken vanuit economische motieven. Bioboeren in spe moeten wel weten wat bio is en waar het voor staat, zodat ze weten waar ze aan beginnen.” Vercauteren vindt het belangrijk dat omschakelaars achter de biologische principes staan, “anders is het moeilijk om vol te houden”.
De ruimte die er is voor groei mag volgens de directeur geen excuus zijn om boeren te motiveren voor bio en ze vervolgens aan hun lot over te laten. “Boeren doen omschakelen, een aantal onder hen laten falen en blij zijn met degenen die volhouden … zo breng je een gangbaar landbouwbedrijf dat in financiële ademnood zat nog meer in de problemen. Je riskeert dat ze uiteindelijk enkel de moeilijke jaren van omschakelen (waarin de kostprijs verhoogt maar het product niet als een volwaardig bioproduct verkocht kan worden, nvdr.) meemaken.” De omschakeling naar biolandbouw heeft naar verluidt het meeste kans op slagen als de bedrijfsleider wil nadenken over een andere manier van werken. “Met twijfels over de biologische principes begin je er beter niet aan, maar een overtuiging voor een productiewijze kan wel groeien”, aldus Lieve Vercauteren. “Dat merken we aan de bioboeren die na verloop van tijd meer inspanningen doen dan het lastenboek oplegt.”
Het verbaasde de directeur van BioForum Vlaanderen dat het Biorapport dit jaar gewag maakte van een groot verloop in de sector. Van alle bedrijven die zich voor 2010 hebben laten certificeren, heeft intussen al 60 procent er de brui aan gegeven. Stoppers blijven vaak nog actief in de landbouw, als gangbaar landbouwbedrijf dus. BioForum heeft getracht om de oorzaak te achterhalen, maar dat bleek niet zo eenvoudig. “In de melkveehouderij vangen we op dat de redenen voor ‘terugschakelen’ heel divers zijn, om er twee te noemen: verlies van grond waardoor de grondgebondenheid een probleem wordt en de prijs die niet aan de verwachtingen voldoet gelet op de kosten.”
Tijdens de algemene vergadering gaven de twee bioboeren in het panel aan dat BioForum een rol heeft te spelen in het geven van opleidingen over de principes van biologische landbouw. “De principes moeten duidelijk gecommuniceerd worden aan de sector. Groei mag niet zorgen voor een uitholling van het begrip bio”, klinkt het vanuit de sector. Doordacht groeien, dat lijkt het scenario waar de sector zich het best kan achter scharen.
BioForum Vlaanderen past ‘doordacht groeien’ ook toe op de akkerbouwmatige teelt van groenten, waar groenteverwerker Ardo momenteel aanstuurt op een forse areaaluitbreiding. “Grootschalige akkerbouw naar Nederlands model kan, maar wordt best afgestemd met de bestaande biologische producenten en met de afnemers. Op dit moment hebben we te weinig grootschalige bedrijven om bepaalde markten, zoals de diepvriesgroente-industrie, te bedienen. Weet wel dat het afstemmen van vraag en aanbod een inspanning vergt, ook in een vraagmarkt.”