Dioxinecrisis negen jaar na feiten voor strafrechter
nieuwsVader en zoon Verkest zouden samen met de uitbaters van het Waalse Fogra, Jacques en Jacqueline Thill, aan de basis liggen van de dioxinecrisis. Fogra zou met pcb besmette dierlijke vetten geleverd hebben aan het bedrijf Verkest, in Deinze. De besmetting zou gebeurd zijn toen transformatorolie door een lek in een verwarmingssysteem in de dierlijke vetten was terechtgekomen. Van bij Verkest zouden ze dan verspreid zijn onder verschillende veevoederbedrijven. Volgens het Gentse parket, dat de zaak onderzocht, zouden vader en zoon Verkest op de hoogte zijn geweest van de besmetting en beslist hebben de besmette vetten niet te laten opruimen omdat dat te duur zou geweest zijn.
Daarom wou het parket beide Verkests vervolgen voor schriftvervalsing en gebruik van valse stukken en omdat ze andere koopwaar zouden hebben geleverd dan overeengekomen. Op de facturen die ze uitschreven, stond namelijk dat het bedrijf zuiver dierlijke vetten leverde terwijl het om gemengde vetten ging. Tenslotte moeten ze zich ook verantwoorden voor de wederrechtelijke verwijdering van afvalstoffen, een inbreuk op het afvalstoffendecreet.
Het Gentse parket wil ook het echtpaar Jacques en Jacqueline Thill voor de correctionele rechtbank brengen wegens bedrog en het verhandelen van "ondeugdelijke stoffen bestemd voor dierenvoeding". De Gentse raadkamer verwees het viertal op 24 april 2006 door maar vader en zoon Verkest gingen daartegen in beroep. Op 28 juni 2007 bevestigde de kamer van inbeschuldigingstelling hun doorverwijzing maar opnieuw gaven de Verkests niet op en trokken ze naar het Hof van Cassatie.
Dat heeft dinsdag hun voorziening verworpen zodat niets nog het proces in de weg zou mogen staan. Volgens het Gentse parket-generaal zal alles zo snel mogelijk in gereedheid worden gebracht. "Maar omdat het een omvangrijk dossier is, zal het toch nog enige tijd in beslag nemen", zegt Dominique Debrauwer, woordvoerder van het parket-generaal.
Vermoedelijk zou het proces dan ook in 2008 beginnen, negen jaar na de feiten. De vier beklaagden riskeren een gevangenisstraf die kan oplopen tot vijf jaar en fikse boetes tot een miljoen euro voor schriftvervalsing en zelfs tot tien miljoen euro voor het verhandelen van ondeugdelijke stoffen voor dierlijk voeder.(KS)
Bron: Belga