Conclusies en aanbevelingen
duiding-
Wanneer we de resultaten van het imago-onderzoek uit 2007 vergelijken met die uit 2002, zien we heel wat positieve ontwikkelingen: de boer wordt veel minder aanzien als een zeurkous en veel meer als hooggeschoold bestempeld. De meeste mensen hebben bewondering voor de land- en tuinbouwers van vandaag en zijn ervan overtuigd dat je een goed manager moet zijn om een landbouwbedrijf te leiden.
De relatie tussen milieu en de landbouwsector is naar de mening van de Vlamingen heel wat verbeterd in vergelijking met vijf jaar geleden. Evenzeer het belang van de landbouw wordt hoger ingeschat dan in 2002. Men staat veel positiever ten aanzien van overheidssubsidies aan de landbouw. Het grootste gedeelte van de Vlamingen stelt dat dit een noodzaak is.
Er vonden ook een aantal negatieve evoluties plaats. Zo zijn tien procent minder mensen voorstander van een volledige overschakeling op de biologische productiewijze en ook kleinschalige landbouw wordt minder als een noodzaak gezien. Ook zijn de Vlamingen er iets minder van overtuigd dat producten die rechtstreeks bij de boer gekocht worden, beter zijn van kwaliteit.
We kwamen ook tot significante nieuwe inzichten. Zo ziet tachtig procent van de Vlamingen een enorme toekomst in nieuwe toepassingen zoals bio-energie, ed. Ook biobrandstoffen worden warm onthaald. Over genetisch gemodificeerde gewassen zijn de meningen gepolariseerd. Voor één op twee Vlamingen moeten landbouwbedrijven binnen de wettelijke grenzen onbeperkt kunnen groeien. Mestverwerking wordt als een goede methode gezien om het mestoverschot aan te pakken, maar slechts een kwart van de ondervraagden heeft geen problemen met een mestverwerkingsinstallatie in zijn omgeving.
De houding ten aanzien van landbouw correleert met een aantal socio-demografische gegevens. We kunnen deze als volgt samenvatten: zowel mannen als vrouwen zijn vrij positief tot positief over de landbouw. Ze hebben allebei hun eigen stokpaardje. Bij de vrouwen is dit duurzaamheid, voor de mannelijke Vlaamse bevolking is dit verdere specialisatie. Mensen die in landelijk gebied wonen, personen die een laag inkomen hebben, Oost-Vlamingen en mensen uit Vlaams-Brabant, de boeren zelf en mensen die interesse vertonen of affectief betrokken zijn bij de sector hebben een positief beeld van de landbouw. Dit stemt grotendeels overeen met de resultaten uit 2002.