nieuws

Brancheorganisaties kunnen productie op markt richten

nieuws
Toegevoegde waarde creëren, is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar het is broodnodig, daar liet professor Agro-marketing Xavier Gellynck (UGent) geen twijfel over bestaan tijdens een interview met VILT. Hij wrijft de Vlaamse landbouw een gebrek aan marktvisie aan, wat Vlaams parlementslid Els Robeyns (sp.a) inspireerde tot een vraag aan de minister. Joke Schauvliege, bevoegd voor landbouw, legt uit dat de overheid de oprichting van producentenorganisaties ondersteunt om de positie van de primaire producenten te versterken. Brancheorganisaties zijn volgens de minister een oplossing voor de integratie van de producent binnen de keten. De overheid bouwt voor beide het juridisch kader, maar kan ook financieel bijdragen in de opstartfase.
9 april 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:30
Lees meer over:

Toegevoegde waarde creëren, is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar het is broodnodig, daar liet professor Agro-marketing Xavier Gellynck (UGent) geen twijfel over bestaan tijdens een interview met VILT. Hij wrijft de Vlaamse landbouw een gebrek aan marktvisie aan, wat Vlaams parlementslid Els Robeyns (sp.a) inspireerde tot een vraag aan de minister. Joke Schauvliege, bevoegd voor landbouw, legt uit dat de overheid de oprichting van producentenorganisaties ondersteunt om de positie van de primaire producenten te versterken. Brancheorganisaties zijn volgens de minister een oplossing voor de integratie van de producent binnen de keten. De overheid bouwt voor beide het juridisch kader, maar kan ook financieel bijdragen in de opstartfase.

Het pleidooi van professor Xavier Gellynck (UGent) voor een marktgericht productiemodel is bij sp.a-parlementslid Els Robeyns blijven hangen, te meer omdat het zo slecht gesteld is met de inkomenssituatie op Vlaamse landbouwbedrijven. Om het tij te doen keren, luidt de professor zijn advies: ‘niet ondergaan, maar ondernemen’. Gellynck vraagt de boer om de keten waar hij deel van uitmaakt te begrijpen en vooral om een toegevoegde waarde te creëren. Zo is het volgens hem logisch dat een varkensboer inzicht heeft in het businessmodel achter bijvoorbeeld het slachthuis waaraan hij levert en dat hij zich de vraag stelt hoe hij zich daarvoor onmisbaar maakt.

Volgens de professor heeft de landbouw behoefte aan andere bedrijfsmodellen. “De boer moet zich afvragen waar hij winst mee zal maken, wie zijn klanten zijn en wat ze willen, en hoe hij zich met zijn product kan onderscheiden”, citeert Robeyns professor Gellynck. “De boer moet de leefwereld van de eindgebruiker goed begrijpen. Hij moet nagaan welke noden er leven, wanneer en hoe groot ze zijn. Hij moet de afweging maken of de potentiële volumes groot genoeg zijn om daarop in te zetten. Uiteraard kan hij ook niches aansnijden die op termijn kunnen aanslaan in andere landen, maar evengoed kan hij opteren voor een lokaal concept dat bij de bedrijfscultuur past.

Op vraag van Robeyns reageert minister Schauvliege op de pijnpunten die Gellynck blootlegt en de suggesties die hij doet. De minister is het eens met professor Gellynck wanneer hij pleit voor een integratie van de producent binnen de keten. Volgens Schauvliege kan de brancheorganisatie daar een oplossing bieden. “Iedereen kan er elkaar ontmoeten: de landbouwproductie, de verwerking, de handel, de distributie en zo meer. Ook kunnen er afspraken worden gemaakt.”

Brancheorganisaties kunnen het hebben over het verbeteren van de kennis over en de transparantie van de markt en de producten. Ze kunnen gaan over het maken van een goede raming van het productie- en marktpotentieel. Een betere coördinatie van het op de markt brengen van de producten is ook een mogelijkheid. Ze kunnen ook het opstellen van standaardcontracten als doelstelling hebben, uiteraard rekening houdend met eerlijke mededingingsvoorwaarden.

In haar antwoord legt Schauvliege haar eieren ook te week bij de producentenorganisaties waarin landbouwers zich kunnen verenigen om het aanbod te bundelen en op de markt te brengen. Er bestaan al producentenorganisaties in een aantal niches of sectoren, maar nog niet in de varkenssector. De minister heeft al een paar keer gezegd dat die sector veel sterker zou staan indien daar een initiatief zou worden genomen.

“Een open economie biedt kansen”, zegt Schauvliege in de wetenschap dat onze agrovoedingsindustrie topprestaties levert op de exportmarkt. Keerzijde van de medaille is het sterk prijsdrukkend effect in geval van een overmaat in de productie. “De groei van de wereldbevolking biedt echter veel mogelijkheden”, bekijkt Schauvliege het optimistisch, en opnieuw brengt ze in herinnering dat landbouwers zich kunnen groeperen om afspraken te maken.

“Het gaat er ook om methoden en instrumenten te ontwikkelen om de kwaliteit te verbeteren”, vervolgt Schauvliege. “Er moeten gegevens worden verschaft en onderzoek worden verricht om de productie en eventueel ook de verwerking en de afzet te vernieuwen en te rationaliseren. Er is nood aan innovatie, vernieuwing en rationalisering. Om die reden is via het plattelandsbeleid voorzien in investeringssteun voor innovatie.”

Meer weten? Herlees het interview met Xavier Gellynck.

Beeld: Jan Prinsen

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek