Autonome boeren spelen hoofdrol in 'Les Liberterres'
nieuwsDinsdagavond vult Studio Skoop in Gent zich met filmliefhebbers die een hart voor landbouw hebben. Op het grote scherm wordt de documentaire ‘Les Liberterres’ getoond, een verhaal van vier boeren. Of noem hen vrijbuiters omdat ze zich onttrekken aan de agrovoedingsindustrie en tonen hoe het anders kan. Wat ze gemeen hebben, is hun drang naar autonomie. Zij willen niet uit de handen van toeleveranciers eten, niet naar de pijpen van afnemers dansen en niet afhankelijk zijn van subsidies. Hun producten verkopen ze zelf en hun landbouwmethoden zijn onconventioneel. “Je kan niet voor een ander denken, alleen voor jezelf proberen zo consequent mogelijk te zijn”, vertelt geitenboer en filmpersonage Remy Schiffeleers. Les Liberterres is een eresaluut aan boeren zoals Remy die zich niet laten meedrijven met het systeem maar tegen de stroom in roeien.
Een documentaire over vrijgevochten landbouw, met een activistische ondertoon, zo zouden we ‘Les Liberterres’ beschrijven na het zien van de trailer. Hoewel de agrovoedingsindustrie sinds de Groene Revolutie de ambitie heeft om de wereld te voeden, lijdt nog altijd één miljard mensen honger. En dat terwijl geflirt wordt met de grenzen van de draagkracht van onze aarde. Het Frans-Belgische regisseursduo Jean-Christophe Lamy en Paul-Jean Vranken laat boeren aan het woord die het gangbare landbouwsysteem de rug hebben toegekeerd. Zij pakken het helemaal anders aan, delen hun ervaringen en maken zich sterk dat hun manier van voedselproductie meer kans op slagen heeft om een wereldbevolking van negen miljard mensen in 2050 van voedsel te voorzien.
Les Liberterres neemt ons mee naar Sicilië waar Guiseppe Li Rosi samen met andere coöperatief ingestelde graanboeren kiest voor de biologische teelt van oude graansoorten. Door het graan zelf te verwerken, onder andere tot bloem, houden ze de verkoop in eigen hand. “Autonomie, daar is het Guiseppe en zijn Italiaanse collega’s om te doen”, vertelt Bart Thoelen van Voedselteams. Thoelen zag een eerdere vertoning van de film en herinnert zich ook de Oostenrijkse melkveehoudster Olga Volglauer die haar veestapel bewust klein houdt zodat ze van geen bank of zuivelverwerker afhankelijk wil worden. De korte keten is haar geliefkoosde afzetkanaal voor de melk.
En wat gezegd van de Waalse vleesveehouder André Grevisse die kapte met Belgisch wit-blauw en overschakelde op Aberdeen Angus. “J’en ai marre, ik ben het zat”, zegt hij over het ’s nachts opstaan voor de onvermijdelijke keizersneden bij het wit-blauwe ras en een vleesprijs zonder arbeidsvergoeding. Filmpersonage nummer vier, Remy Schiffeleers, kunnen we zowaar aanspreken in het Nederlands. Remy is geitenhouder in Alken (Limburg). De meerwaarde van het witte goud dat zijn 100 melkgeiten produceren, laat hij niet afsnoepen door een zuivelfirma. De geitenboer maakt er zuivelproducten, vooral kaas, van die hij verkoopt op lokale markten en via voedselteams.
Vlees ziet Remy als een nevenproduct op zijn boerderij: rundvlees wordt geproduceerd met het gras dat niet goed genoeg is voor de geiten. Op jaarbasis worden ook een 20-tal varkens vetgemest, met kaaswei en andere ‘afvalstromen’. Verder huldigt hij het principe dat je een dier beter elke dag kan melken dan de keel oversnijden om slechts eenmaal het vlees te ‘oogsten’. In de supermarkt ga je zijn zuivel- en vleesproducten niet vinden. “Retailers zijn alleen bezig met het tevreden houden van de eigen aandeelhouders, niet met een eerlijke prijs voor de producent.”
De documentairemakers trokken naar geitenboerderij De Levende Aarde in Alken maar namen Remy ook mee naar Benin en Burkina Faso omdat hij zich de Noord-Zuid problematiek erg aantrekt. “De meeste boeren wonen in het Zuiden en zij lijden nog honger ook. Een label dat daar geen oog voor heeft, zoals bio, interesseert mij niet”, steekt Remy van wal. Hij ontvangt jonge boeren uit alle hoeken van de wereld en gunt ze een blik in de interne keuken. Zijn geiten krijgen enkel ruwvoeders, tenminste als ruwvoeder geen onderschatting is van de eiwitrijke gras-klavers die Remy van zijn velden wint. Kunstmest heeft hij daarvoor niet nodig, wel de stalmest van de geiten om de bodem vruchtbaar te houden. Winter en zomer staan de dieren op stal. Dankzij een hooidrooginstallatie krijgen de geiten ook in de wintermaanden een rantsoen dat rijk is aan klaver(blaadjes).
Voor het “failliete landbouwsysteem” heeft Remy geen goed woord over. “Als morgen de subsidiekraan dichtgaat, dan blijft er geen gangbare boer over. Niemand kan overleven bij een melkprijs van minder dan 30 eurocent per liter. De boer wordt uitgebuit en hetzelfde gebeurt met de consument en het milieu. De regisseurs brengen dat mooi in beeld en starten bij de belofte dat de agrovoedingsindustrie de wereld zou voeden, maar in werkelijkheid hebben nog nooit zoveel mensen honger geleden.” Mochten er geen boeren zoals André, Olga en Guiseppe zijn en de wereldwijde belangstelling voor zijn eigen bedrijf niet zo groot zijn, dan zou Remy geen goed oog hebben in de mondiale voedselvoorziening. “Ik hou mijn hart vast voor de dag dat we met 8 of 9 miljard mensen zijn en het landbouwsysteem het zonder fossiele brandstoffen moet stellen. Ieder moet in zijn deel van de wereld nadenken over hoe we dat gaan klaarspelen. Autonomie voor de boer is daarbij heel belangrijk.”
Les Liberterres ging vorig jaar al in première in Brussel, kreeg veel aandacht op filmfestivals in Wallonië en Frankrijk, is integraal uitgezonden op RTBF, speelde in enkele kleinere filmzalen in Vlaanderen en is dinsdagavond te zien in Studio Skoop in Gent. Alle tickets zijn uitverkocht, maar de documentaire is niet op het einde van zijn tournee door Vlaanderen gekomen. Organisaties als Voedselteams, Landwijzer en BioForum hebben hun schouders onder de verspreiding van Les Liberterres gezet. Wie de organisatie van de filmvertoning in zijn buurt mee op touw wil zetten, kan een mailtje sturen naar verspreiding@lesliberterres.com.
Bekijk hier de trailer.