Arbiter voor de agrovoedingsketen is niet voor morgen
nieuwsEerlijke prijzen voor kwaliteitsvolle producten uit de Vlaamse land- en tuinbouw, geen politieker die daar iets op tegen kan hebben. Maar wat kunnen ze er zelf aan doen? Volksvertegenwoordiger Tinne Rombouts (CD&V) bracht twee jaar geleden het idee aan van een toezichthouder op de voedselketen naar Brits model. Vlaams minister-president Geert Bourgeois verklaarde tegenover een boerenpubliek dat zo’n waakhond voor faire handelsrelaties er mag komen. Uiteraard lokte dat vragen uit in het Vlaams Parlement, van Rombouts maar ook van Stefaan Sintobin (Vlaams Belang). Mocht er al een toezichthouder komen, dan is dat grotendeels een federale bevoegdheid. Minister Schauvliege verduidelijkte daarom dat Bourgeois een persoonlijke overtuiging deelde. Hij is overigens voorstander van de dubbele aanpak: een (vrijwillige) gedragscode zoals ze nu bestaat binnen het ketenoverleg, maar aangevuld met geloofwaardige en effectieve afdwingbaarheid.
Het debat over een toezichthouder naar Brits model wordt al een tijdje gevoerd in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement. Nu minister-president Bourgeois tot het inzicht komt dat er nood is aan een toezichthouder op het ketenoverleg in de agrovoedingssector is het onderwerp weer brandend actueel. De Vlaamse parlementsleden Tinne Rombouts (CD&V) en Stefaan Sintobin (Vlaams Belang) informeerden naar de uitspraken van Bourgeois en naar het standpunt van minister van Landbouw Joke Schauvliege.
Toen Bourgeois tijdens een infoavond voor landbouwers in Ieper verklaarde dat de agrovoedingsketen een ‘arbiter’ nodig heeft, deelde hij een persoonlijke overtuiging met zijn publiek. Zo’n toezichthouder zou volgens de minister-president moeten waken over de engagementen uit het ketenoverleg. De reeds bestaande gedragscode voor faire relaties vindt hij namelijk een prima initiatief, maar het heeft zijn beperkingen. Dat is in het verleden al gebleken wanneer bepaalde supermarkten zich niet collegiaal binnen de keten opstellen.
Als minister van Landbouw deelt Joke Schauvliege uiteraard de bekommernis van de minister-president omtrent faire prijzen voor landbouwproducten. “Ik heb daarover al overlegd met een aantal grote distributieketens, en ook met het ketenoverleg van de agrovoedingssector.” Ondertussen hebben 224 bedrijven, uit alle schakels van de keten, zich aangesloten bij de gedragscode rond faire handelsrelaties. Klachten worden binnen het ketenoverleg behandeld. Bij een officiële klacht is het de FOD Economie die moet optreden.
Over de toezichthouder op de voedselketen wil Schauvliege kwijt dat ze geen groot ‘believer’ is, of toch niet als het om een Vlaamse ombudsman zou gaan. “Grootwarenhuizen kopen niet specifiek voor Vlaanderen aan”, aldus de minister, “en ook de impact van een Belgische ombudsman zal beperkt zijn door het ontbreken van gelijkaardige regels in het buitenland.” Een Europese oplossing weet haar meer te overtuigen, en EU-commissaris Phil Hogan wil daar volgens Schauvliege werk van maken.
Op vraag van de parlementsleden kijkt Schauvliege naar de Britse situatie, waar sinds 2013 een ‘supermarktombudsman’ is geïnstalleerd om de relatie met leveranciers te reguleren. “Het is een onafhankelijk orgaan binnen het Department for Business, Innovation & Skills. De ombudsman waakt over een gedragscode die zegt dat supermarkten hun leveranciers fair moeten behandelen, dat handelsovereenkomsten niet retroactief mogen worden aangepast en dat hun leveranciers binnen een redelijke termijn moeten worden betaald.”
Bij een geschil tussen een supermarkt en een leverancier kan de Britse ombudsman arbitreren, klachten onderzoeken en namen bekendmaken van retailers die de regels overtreden en eventueel ook boetes opleggen. Probleemloos werkt het allemaal niet, volgens de minister. “De ombudsman kan alleen optreden ten opzichte van tien grote supermarktketens, en niet ten opzichte van allen. Bijvoorbeeld de slachthuizen, de verwerkers, de tussenhandelaars, de groothandelaars en de exporteurs vallen niet onder zijn bevoegdheid. Zijn opdracht en bevoegdheden zijn nogal vaag. De ombudsman kan ook maar reageren op basis van klachten. De machtspositie van de supermarkt blijft bestaan, zeker in economisch moeilijke tijden.”
Beeld: Jan Prinsen