"Win als overnemer advies in maar vertrouw niet blind"
nieuwsIn de commissie Landbouw uitte CD&V-parlementslid Tinne Rombouts haar bezorgdheid over jonge starters die bij de overname van een landbouwbedrijf vestigingssteun mislopen bij het VLIF. Fouten in het dossier zijn extra pijnlijk als een bank of adviesbureau het dossier begeleidde. "In 2012 was slechts in één ongunstig dossier sprake van foutieve voorlichting", relativeert minister-president Kris Peeters het probleem.
Om vestigingssteun te krijgen van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds moet de bedrijfsovername door een jonge landbouwer aan een aantal voorwaarden voldoen en moet de starter een dossier indienen. "Overnemers laten zich dan ook vaak begeleiden door derde partners die heel wat kennis hebben van overnames van landbouwbedrijven. De begeleiding gebeurt veelal door banken en door adviesbureaus", weet Vlaams volksvertegenwoordiger Tinne Rombouts.
Landbouwers gaan er van uit dat de erkende kredietinstellingen de nodige expertise in huis hebben om een dossier op een goede manier samen te stellen. Zij rekenen erop dat dat die aanvragen op een goede manier gebeuren en dat er geen problemen zullen opduiken. Soms gebeurt dat toch, aldus Rombouts, die in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement een vraag aan de minister-president stelde om een beter zicht te krijgen op deze problematiek.
Kris Peeters, die ook bevoegd is voor landbouw, heeft weet van een beperkt aantal gevallen waarin jonge landbouwers vestigingssteun zijn misgelopen door het niet tijdig aanvragen van de steun of een inhoudelijk probleem met de aanvraag. Dat het geen vaak voorkomend probleem is, illustreert hij met de cijfers van dossiers ingediend in 2012. Toen waren er 161 aanvragen voor vestigingssteun. Daarvan werden er acht ingetrokken. Van de 153 overige dossiers zijn er nu 120 beslist en 33 nog in behandeling.
Van de 120 besliste dossiers werden er 108 onmiddellijk gunstig beslist en 12 ongunstig. "Bij één ongunstig dossier was er sprake van foute voorlichting, waarbij zowel de bank als de adviesdienst betrokken waren", aldus de minister-president. In de elf andere gevallen was de beslissing ongunstig omdat het landbouwbedrijf niet in orde was met de milieuwetgeving, de bedrijfsomvang te gering was, de overnemer onvoldoende vakbekwaam, enz. "Negen landbouwers kunnen het oordeel van het VLIF nog in hun voordeel ombuigen door binnen een redelijke termijn maatregelen te nemen om aan de voorwaarden te voldoen."
Peeters schat het aantal ongunstig besliste dossiers ingevolge fouten bij de aanvraag of een onaanvaardbare constructie daarom op twee tot drie procent van het totale aantal aanvragen om vestigingssteun. Wanneer vaststaat dat de bank daarbij een fout heeft begaan, is er volgens de minister-president een algemene bereidheid om het mislopen van steun op één of andere manier te compenseren. "Het VLIF heeft in het verleden op vraag van banken al
berekeningen gemaakt van de misgelopen steun. Dat vergt dan alsnog een onderzoek van het dossier. Banken zijn niet bereid tot compensatie als de fout bij de landbouwer ligt. Wanneer de bank enkel optreedt als doorgeefluik, is dat al snel het geval."
Een beroep doen op advies over de aanpak van de vestiging is belangrijk, maar de jonge landbouwer heeft zelf ook een verantwoordelijkheid om het verloop van het proces te volgen en het zelf in handen te houden. Blind vertrouwen is nooit goed zodat de minister-president overnemers in spe nog enkele tips geeft. "Wat de vestiging betreft, bestaan er zeer goede voorlichtingsbrochures, zowel bij de overheid in de vorm van een VLIF-brochure als bij de jongerenafdelingen van de landbouworganisaties. Er werd ook een internetpagina ontwikkeld waar de jonge landbouwer stap voor stap geïnformeerd wordt over alle aspecten van de vestiging."