"Visserij op pladijs voorbeeld van duurzame visvangst"
nieuwsDe pladijsbestanden in de wateren waar de Vlaamse visserij actief is, doen het (bijna allemaal) goed. “De visserij op pladijs is dan ook een mooi voorbeeld van duurzame visvangst”, klonk het tijdens de bekendmaking van pladijs als Vis van het Jaar 2013. Aandachtspunten blijven het hoge percentage teruggooi door bijvangst en schade door de gebruikte vaartuigen aan de bodem. Maar daar wordt aan gewerkt.
Pladijs of schol is erg gevoelig aan wijzigingen in omgevingscondities en is daarom één van de soorten waarvoor binnen het Noordoost-Atlantische gebied al het langst een visserijbeheer bestaat. Met succes, zo blijkt uit een analyse van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). Vijf pladijsbestanden zijn van belang voor de Vlaamse visserij, te weten de Noordzee, het Oostelijk Engels Kanaal, het Westelijk Engels Kanaal, de Keltische Zee en de Ierse Zee, en vier van die vijf doen het goed.
In de Noordzee en Ierse Zee worden de bestanden beschouwd als ‘biologische gezond’. Hun biomassaniveau ligt op het hoogste of bijna hoogste niveau sinds de metingen, en de visserijdruk is er voldoende laag om geen problemen te veroorzaken. In de Noordzee werden in 2012 wel terug minder éénjarige schollen aangetroffen, maar omwille van de historisch hoge populatie verwacht ILVO niet dat dit onmiddellijk problemen zal vormen.
In het Engels Kanaal liggen beide pladijsbestanden (Oost en West) ook dicht bij het recordniveau, al is de visserijdruk in het Westelijk Engels Kanaal nog iets te hoog. Afgelopen jaar werden ook hier minder éénjarige schollen geteld, maar opnieuw verwacht ILVO niet dat de bestanden hierdoor substantieel zullen dalen. Het enige water waar de pladijs het minder goed doet, is de Keltische Zee. De biomassa daalt er sinds 2009 en de visserijsterfte neemt er toe sinds 2008, als gevolg van een toegenomen teruggooi. Ook de aantallen éénjarige schollen zijn ontoereikend voor herstel, waardoor de negatieve trend in dit bestand zich nog zal voortzetten.
De Vlaamse visserij concentreert zich echter hoofdzakelijk binnen de gebieden met biologisch gezonde bestanden (Noordzee en Engels Kanaal). Bovendien wordt gewerkt aan de twee pijnpunten: teruggooi van ondermaatse schol in de gemende visserij op schol en tong en schade aan de bodem door het gebruik van bodemsleeptuigen. Zo werden sinds de ondertekening van het convenant duurzame visserij in 2011 al verschillende alternatieve vleugelprofielen getest die de bodem niet schaden en aanpassingen gedaan aan de vistuigen om de bijvangst te reduceren. Daarenboven raadt de Rederscentrale via het adviesorgaan van de Quotacommissie de scholvangst in de paaiperiode (eerste maanden van het jaar) af. De topaanvoer concentreert zich van juni tot september en oktober, wanneer de kwaliteit van de vis het hoogst is.
Pladijs is een belangrijke vissoort voor de Belgische visserij. In 2012 werd maar liefst 4.636 ton aangevoerd. Daarmee is schol de belangrijkste vis in aanvoervolume. In aanvoerwaarde (6,2 miljoen euro) is hij de tweede belangrijkste, na tong (28 miljoen euro). Ook in de toekomst wordt een hoge aanvoer van pladijs verwacht. Voor 2013 liet het meerjarenplan in de Noordzee immers een quotumstijging van 15 procent toe en in het Engels kanaal zelfs van 26 procent. Ondanks de grote aanvoer is de vraag vanuit de versmarkt nog steeds klein. Al merkt de Rederscentrale wel een stijgende interesse op, zowel bij de consument als bij chef-koks.