Verliest Cristina Fernandez macht over exportheffingen?
nieuwsDe Argentijnse president Cristina Fernandez de Kirchner staat voor haar eerste grote vuurdoop sinds ze eind juni bij tussentijdse verkiezingen de steun kwijtspeelde van de meerderheid in het congres. De volksvertegenwoordigers gaan debatteren over een verlenging van de bijzondere machten die de president geniet in verband met de exportheffingen voor landbouwgewassen.
Het is nog wachten tot december vooraleer het Argentijnse congres in haar nieuwe samenstelling aantreedt, maar het is niet onwaarschijnlijk dat de verkiezingsnederlaag de positie van Cristina Fernandez vandaag reeds verzwakt. Dat komt de president niet goed uit, want volgende week zal in het congres gepraat worden over de presidentiële bevoegdheid om uitvoerheffingen te verhogen zonder instemming van de wetgevende macht.
Het voorbije jaar werd gekenmerkt door hoogoplopende spanningen tussen de landbouworganisaties en de regering over de exporttaksen voor soja, wat voor Argentinië de belangrijkste inkomstenbron voor buitenlandse deviezen is. Momenteel bedraagt die taks 35 procent. Als het van de sojaboeren afhangt, wordt die met tien procent verlaagd. Nogal wat oppositieleiders sluiten zich aan bij die eis van de landbouwers, die overigens ook lagere taksen vragen voor gewassen zoals tarwe en maïs.
Het dossier ligt erg gevoelig omdat Argentinië sinds haar schuldencrisis van enkele jaar geleden nog altijd gebonden is aan een streng regime van afbetalingen. Voor volgend jaar moet de regering een bedrag vinden van 13 miljard dollar om de schulden af te betalen. Sommige analisten gaan ervan uit dat het land afstevent op een begrotingstekort van 5,5 miljard dollar. Dit jaar zal de export van soja naar verwachting vijf miljard dollar opleveren voor de staatskas.
De economische crisis heeft ook in Argentinië voor een groeivertraging gezorgd, wat de aflossing van de schulden nog moeilijker maakt. Het Zuid-Amerikaanse land blijft voorlopig nog altijd uitgesloten van de internationale kredietmarkten vanwege een aanslepend conflict met houders van noodlijdende obligaties die in 2005 een voorstel tot schuldherschikking van de hand wezen.