Pro-actieve houding boer doet VLIF-steun opschieten
nieuwsOpen Vld'er Karlos Callens vroeg minister-president Kris Peeters naar de oorzaken van de achterstand bij het VLIF. Blijkt dat het - in overleg met de sector - een bewuste keuze is om binnen de context van een gelimiteerd budget de voorkeur te geven aan een langere wachttijd boven een vermindering van de investeringssteun. Landbouwers zouden het proces zelf kunnen versnellen, door pro-actief mee te werken aan de dossierafhandeling.
De investeringsbereidheid bij Vlaamse boeren en tuinders is conjunctuurgebonden zodat de investeringsvolumes jaarlijks schommelen. In jaren met veel investeringen ontstond er een achterstand in de tussenkomsten van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) die ingelopen werd in jaren met minder investeringen. Landbouwers die bij het VLIF aankloppen voor investeringssteun moeten momenteel rekening houden met een wachttijd van bijna twee jaar.
"Sinds 2008 is een achterstand in de afhandeling van investeringsdossiers gegroeid", geeft Vlaams landbouwminister Kris Peeters toe. Hij wijt dat aan de investeringen die sindsdien "quasi onveranderd op een hoog peil bleven". Peeters nam maatregelen om het tij te keren: meer Vlaamse middelen, het aanwenden van uitzonderlijk door de EU ter beschikking gestelde enveloppes (suikersector, Health Check, Economic recovery) en meerdere bijsturingen van de regelgeving.
De procedure laat toe dat een aanvraag voor investeringssteun wordt ingediend zonder documentatie, dit om de administratieve last te verminderen. "Die last is niet weggevallen maar in grote mate terechtgekomen bij de VLIF-administratie en dossierbehandelaars", merkt de minister-president op. De meeste aanvragen worden namelijk zonder documentatie ingediend, en vervolgens wachten banken en boeren op de vragen van de landbouwadministratie om het dossier te vervolledigen. "De verhoopte pro-actieve houding van de landbouwers om de afhandeling van het dossier zelf te bevorderen, is met andere woorden niet aanwezig", betreurt Kris Peeters. De onuitgesproken boodschap is voor de slimmeriken meteen duidelijk.
Uit het antwoord van de minister-president blijkt dat momenteel nog circa 5.600 dossiers wachten op een beslissing van het VLIF. Daar zijn 711 dossiers uit 2011 bij (op een totaal van 3.461), 2.277 dossiers uit 2012 (op een totaal van 3.088) en 2.617 dossiers uit 2013 (op een totaal van 2.635). Eind 2013 bedroeg de gemiddelde behandelingstijd 324 dagen voor een dossier afgehandeld met de nieuwe informaticatoepassing van het VLIF. In januari bedroeg de doorlooptijd gemiddeld nog 360 dagen.
In 2013 konden met het budget van ruim 70 miljoen euro 3.688 dossiers gunstig beslist worden. De verwachting is dat met eenzelfde budget en met de selectieve maatregelen uit 2012 en 2013 meer dossiers afgehandeld kunnen worden in 2014.