Overheid pikt in Oost-Europa zelf landbouwsubsidies in
nieuwsUit het jongste verslag van de Europese Rekenkamer blijkt dat inkomenssteun in de nieuwe lidstaten dikwijls niet bij "actieve boeren" terechtkomt. Vooral overheidsinstellingen die grond in staatseigendom beheren, gaan volgens de auditoren te vaak aan de haal met landbouwsubsidies. Een goed voorbeeld is Hongarije, waar de overheid op 82.000 hectare grond 14 miljoen euro steun ontving.
De regeling inzake een enkele areaalbetaling werd opgezet om de nieuwe lidstaten die in 2004 en 2007 tot de EU toetraden, in staat te stellen het inkomen van landbouwers te ondersteunen. De regeling wordt momenteel in tien EU-lidstaten toegepast. Vorig jaar trok de EU vijf miljard euro uit voor inkomenssteun aan landbouwers in de nieuwe lidstaten. Op 1 januari 2014 zullen de nieuwe lidstaten overschakelen op de algemene steunregeling uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid dat tegen dan hervormd moet zijn.
De Europese Rekenkamer roept in haar verslag op tot hervormingen zodat inkomenssteun daadwerkelijk naar "actieve landbouwers" gaat. Overheidsinstellingen die grond in staatseigendom beheren en verder geen landbouwactiviteiten uitoefenen, moeten worden uitgesloten van Europese landbouwsteun.
In dat kader keuren de auditoren ook betalingen af die verricht worden voor ongebruikte percelen of gronden die hoofdzakelijk worden benut voor niet-landbouwactiviteiten. In de nieuwe lidstaten gaan bijvoorbeeld landbouwsubsidies naar vastgoedbedrijven, luchthavens, vis- en jagersverenigingen en skiclubs. Dat komt volgens de Rekenkamer door de gebrekkige omschrijving van de begunstigden van de steunregeling.
Het rapport zet ook vraagtekens bij de totale landbouwoppervlakte waarvoor rechtstreekse steun aan de landbouwers moet worden uitbetaald. "Dat werd niet op betrouwbare wijze door de lidstaten vastgesteld, maar wel aanvaard door de Commissie", oordeelt de Rekenkamer. Sommige lidstaten herzagen zonder behoorlijke onderbouwing hun landbouwareaal. Hierdoor konden zij het toegewezen budget ten volle benutten. Zeker is dat de inkomenssteun die landbouwers uit de nieuwe lidstaten ontvangen, lang niet altijd correct is.
Wel heeft de Europese inkomenssteun als verdienste dat het het landbouwinkomen in de nieuwe lidstaten flink heeft verbeterd. Voor veel landbouwers is het momenteel zelfs de belangrijkste inkomstenbron. Alleen neemt de doeltreffendheid van de steun af naarmate de subsidies 'gekapitaliseerd' worden in grond- en pachtprijzen, waarvoor de Rekenkamer aanwijzingen vond.
Dat vooral de grote bedrijven in Oost-Europa sterk profiteren van de inkomenssteun, zint de Rekenkamer niet. "0,2 procent van de begunstigden ontvangt meer dan 100.000 euro. Samen krijgen zij bijna een kwart van de totale ondersteuning", illustreren de auditoren. Daar tegenover staat een groot aantal kleine boeren dat amper steun ontvangt.
Kort samengevat adviseert de Rekenkamer om inkomenssteun te richten op "actieve landbouwers" en overheidsinstellingen en niet-landbouwactiviteiten uit te sluiten. Door de hoogste betalingen af te toppen, zouden de nieuwe lidstaten de steun evenwichtiger kunnen verdelen onder al hun landbouwers.
De Rekenkamer vindt het zelfs een goed idee dat ze bij de uitbetaling rekening zouden houden met de specifieke omstandigheden van de landbouwbedrijven in de verschillende regio’s. In economisch of ecologisch kwetsbare gebieden of voor economisch kwetsbare deelsectoren kunnen hogere betalingen verantwoord zijn.
Met de wetgevingsvoorstellen van de Commissie voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 wordt slechts gedeeltelijk gevolg gegeven aan de opmerkingen van de Rekenkamer. Het Europees Parlement en de Raad worden daarom vriendelijk verzocht om rekening te houden met de aanbevelingen van de Rekenkamer.
Meer info: Verslag Europese Rekenkamer