Overheid bezorgd om veiligheid groenten uit eigen tuin
nieuwsIn de Noorderkempen, Genk en Menen - regio's die kampen met verontreiniging - werden inwoners reeds gesensibiliseerd over de gezondheidsrisico's van eigen groentjes. Beleidsverantwoordelijken zijn bezorgd dat nog meer plattelanders via de groenten uit hun tuin of de eieren van hun kippen polluenten zoals PCB's en dioxines opnemen. Daarom verspreidt de Vlaamse overheid volgend jaar een code met goede praktijken voor hobbytuinders.
Tuinieren zit in de lift. Ook in Vlaanderen willen steeds meer mensen zelf groenten telen en eieren consumeren van de kippen die rondscharrelen in hun tuin. De overheid heeft heel wat goede redenen om dat aan te moedigen, maar wil de ogen niet sluiten voor het mogelijk gevaar van verontreiniging van zelf geteelde voeding met polluenten zoals dioxines en PCB’s. Studies tonen immers aan dat groenten soms vervuilende stoffen uit de omgeving opnemen.
Tussen 2002 en 2006 vond het Steunpunt Milieu en Gezondheid hogere waarden gechloreerde verbindingen, waaronder dioxines en PCB's, in het bloed van inwoners van landelijke gebieden in Oost- en West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. De risicoverhogende factoren op het platteland zijn het consumeren van lokale voeding en het stoken met een hout- of kolenkachel. Het is bijvoorbeeld geweten dat eieren van particulieren meer dioxines, PCB's en restanten van het intussen verboden pesticide DDT bevatten dan de eieren uit het commerciële circuit. Er zijn ook duidelijke aanwijzingen dat lokale voeding kan bijdragen tot een verhoogde opname van diezelfde gechloreerde verbindingen door mensen.
Zonder de belangstelling voor tuinieren af te remmen, tracht het departement Leefmilieu van de Vlaamse overheid aan deze ongerustheid tegemoet te komen. Daarom wordt er gewerkt aan een wetenschappelijk onderbouwd en maatschappelijk gedragen actieplan. De Universiteit Antwerpen bezorgde de overheid in 2012 een evaluatie van de beschikbare gegevens en een waslijst van mogelijke acties waar stakeholders samen met een beleidspanel zelf de aanzet toe gaven.
De nadruk ligt daarbij op communicatie en niet zozeer op regulering. Er is toen onder meer voorgesteld om een praktijkgids op te stellen. Daarmee zouden particulieren aan zelfcontrole kunnen doen wat de veiligheid en kwaliteit van zelf geteelde voeding betreft. Het is enigszins vergelijkbaar met de codes van goede praktijk die in de professionele landbouw bestaan. Het departement Leefmilieu vond dat een goed idee zodat de praktijkgids deel gaat uitmaken van het actieplan.
De code zal aanbevelingen geven vanaf de start van de keten (kiezen van een grond of de plaats in de tuin), over de inrichting (gebruik van materialen, welke groenten kunnen wel of niet geteeld worden) en het gebruik van de tuin tot het einde van de keten, de consumptie van de groenten. Er zal worden ingezoomd op verschillende soorten vervuiling en hoe hier mee om te gaan. De verspreiding van de gids zal via de gemeentebesturen en tuindersverenigingen verlopen. Aan de brede bevolking wordt informatie verstrekt over hoe en waar geïnteresseerden bodemanalyses kunnen laten uitvoeren.
Meer info: LNE & rapport Universiteit Antwerpen