"Overheid becijfert en mildert impact natuurdoelen"
nieuwsBoerenbond financierde zelf een economische impactanalyse van de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur en waarschuwde op basis daarvan dat het vergunningenbeleid in Vlaanderen op slot gaat. “Het klopt niet dat de overheid geen inspanningen gedaan heeft om de socio-economische impact in kaart te brengen en te milderen”, verzekert minister Joke Schauvliege aan Open Vld-parlementslid Karlos Callens.
Volgens Boerenbond werden de gevolgen van de Europese natuurdoelstellingen voor Vlaanderen (vergunningen- en milieubeleid) onvoldoende in kaart gebracht. Dat zette de landbouworganisatie ertoe aan om zelf een studie te bestellen bij onderzoeksinstelling VITO. Waar Boerenbond voor vreesde, "het vergunningenbeleid gaat op slot", wordt bevestigd in de studie. Daarnaast blijkt dat zelfs wanneer alle stalemissies in Vlaanderen worden weggenomen nog niet voor alle habitats in de speciale beschermingszones de goede toestand voor verzurende deposities bereikt kan worden.
Gelet op de ongerustheid bij Boerenbond wou Vlaams volksvertegenwoordiger Karlos Callens weten waarom de Vlaamse regering geen economische impactanalyse en een gedetailleerde becijfering van de budgettaire impact van de natuurdoelstellingen maakte. Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege spreekt tegen dat daar licht overheen werd gegaan. “In het kader van de realisatie van de instandhoudingsdoelen is gedurende meer dan vijf jaar intensief overlegd met alle betrokken actoren, waarbij een doorgedreven analyse is gebeurd van de wijze waarop de impact zou kunnen worden beperkt.”
Zo werd er een concept van zoekzones ontwikkeld dat toelaat om lokaal de socio-economisch meest optimale locatie te zoeken binnen de zones die “van nature” geschikt zijn voor het realiseren van de natuurdoelstellingen. Een gedetailleerd kalibratiemodel zorgt volgens de minister voor een socio-economisch optimale spreiding van de instandhoudingsdoelen.
Ook is er een programmatische aanpak in het vooruitzicht gesteld voor vergunningen die te maken hebben met verzurende en vermestende deposities. “Deze aanpak moet economische ontwikkelingsruimte creëren voor bedrijvigheid in en om de speciale beschermingszones, ook al zijn bepaalde milieudrukken in deze gebieden momenteel nog te hoog voor het behalen van de staat van instandhouding”, legt Schauvliege uit.
Samen met de sectoren is bepaald wat de resterende socio-economische impact van de natuurdoelstellingen is. De informatie uit de studie van Boerenbond wordt samen met de reeds verzamelde informatie (o.a. door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en het Agentschap voor Natuur en Bos) verwerkt tot een impactnota. Hierin zullen ook een aantal extra analyses verwerkt worden die door de doelgroepen zijn gevraagd.
Over de VITO-studie in opdracht van Boerenbond zegt Schauvliege dat ze het eens is met de nood aan een geïntegreerde aanpak van de stikstofdeposities, waarbij alle sectoren worden geresponsabiliseerd. Volgens de minister moet in detail worden nagegaan wat het juiste evenwicht is tussen reguliere en gebiedsgerichte maatregelen. “De VITO-studie levert daarvoor heel waardevolle informatie. En uiteraard is er ook nood aan duidelijkheid over de overgangsmaatregelen voor de vergunningverlening in afwachting van deze aanpak.”
Een werkgroep heeft de opdracht gekregen om tegen de definitieve beslissing over de instandhoudingsdoelen een plan van aanpak te ontwikkelen voor de opstart van een Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), voortbouwend op de ervaringen in Nederland. Tezelfdertijd worden er overgangsmaatregelen uitgewerkt voor de vergunningverlening in afwachting van de operationalisering van de PAS. Schauvliege noemt het bevriezen van de vergunningverlening voor de Vlaamse landbouw “geen optie”.
Boerenbond drong sterk aan op een stopzetting van alle gesubsidieerde aankopen van grond buiten de speciale beschermingszones voor natuur. “Prioritair dienen de middelen voor de aankoop van gronden ten behoeve van natuurrealisaties in speciale beschermingszones te worden ingezet, én zal daar een sterkere focus op gelegd worden”, erkent Schauvliege.
Dat neemt niet weg dat minister Joke Schauvliege “gericht” en “onderbouwd” ook grondenaankopen buiten de speciale beschermingszones laat plaatsvinden, bijvoorbeeld voor specifieke boshabitats, leefgebieden van Europese soorten, het realiseren van toegankelijk groen (speelbos) en van groen in de stad (stadsbossen).