nieuws

Op vrij korte tijd werden de Vlaamse boerderijen groter

nieuws
In 2012 telde Vlaanderen 25.217 landbouwbedrijven, waarvan 72 procent met beroepsmatig karakter. Dat zijn er een derde minder dan in 2002 maar tegelijk steeg het areaal per bedrijf met 46 procent tot 24,5 hectare. Een gespecialiseerd rundveebedrijf telde twee jaar geleden 116 dieren, een varkensbedrijf 1.771 en een pluimveebedrijf 41.036. Schaalgrootte en -vergroting is het onderwerp van een studie van de landbouwadministratie.
25 februari 2014  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:14
Lees meer over:

In 2012 telde Vlaanderen 25.217 landbouwbedrijven, waarvan 72 procent met beroepsmatig karakter. Dat zijn er een derde minder dan in 2002 maar tegelijk steeg het areaal per bedrijf met 46 procent tot 24,5 hectare. Een gespecialiseerd rundveebedrijf telde twee jaar geleden 116 dieren, een varkensbedrijf 1.771 en een pluimveebedrijf 41.036. Schaalgrootte en -vergroting is het onderwerp van een studie van de landbouwadministratie.

De Vlaamse land- en tuinbouw zit in een voortdurend proces van schaalvergroting. Ieder jaar daalt het aantal landbouwbedrijven met gemiddeld vier procent, terwijl de overblijvende bedrijven groeien in areaal en dieraantallen. Omdat het schaalvergrotingsproces op termijn - zelfs op relatief korte tijd - de structuur van de Vlaamse land- en tuinbouw sterk beïnvloedt, beschrijft een nieuw rapport van het Departement Landbouw en Visserij de fenomenen schaalgrootte en schaalvergroting.

Schaalvergroting is daarmee een zeer belangrijk structuurbepalend fenomeen: zelfs over een relatief korte tijdspanne is het effect nog sterk te noemen. Schaalvergroting doet zich voor in alle deelsectoren van de Vlaamse land- en tuinbouw, maar niet in alle deelsectoren in dezelfde mate. Het is ook niet los te zien van andere fenomenen als specialisatie en intensivering.

Het bestuderen van de verschillende drijvende en remmende krachten voor schaalvergroting en de effecten vanuit het overheidsbeleid leidde tot de vaststelling dat schaalvergroting een zeer complex proces is. Remmende krachten zijn de beschikbaarheid van kapitaal, arbeid en grond, de managementcapaciteiten van de bedrijfsleider en de maatschappelijke druk. Het gevolg van een ingewikkeld samenspel van factoren is dat schaalvergroting zich heel verschillend uit op bedrijfsniveau, maar ook dat bedrijven vanuit hun eigen middelen en vaardigheden erg verschillend inspelen op schaalvergroting.

Uit de analyse van de ‘landbouwstructuur’ blijkt dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen de bedrijven, deelsectoren en provincies. De cijfers tonen ook aan dat West-Vlaanderen de grootste dieraantallen en het grootste landbouwareaal herbergt, terwijl de gemiddelde bedrijfsgrootte voor alle beschouwde diersoorten het grootst is in de provincie Antwerpen. Voor de plantaardige producties was het beeld tussen de provincies veel gedifferentieerder.

Om een idee te geven van de maximale schaalgrootte in Vlaanderen berekenden de onderzoekers ook het gemiddelde aantal dieren of hectaren van de vijf grootste bedrijven. Dat oogt steevast spectaculair veel, maar in het rapport wordt opgemerkt dat één bedrijf meerdere locaties kan tellen en die samengetelde aantallen dus weinig zeggen over de impact van schaalgrootte op de onmiddellijke leefomgeving. In de melkveehouderij houdt 95 procent van de bedrijven minder dan 109 koeien, één procent minstens 168 dieren en het gemiddelde over de grootste vijf bedrijven bedroeg 441 melkkoeien.

Dezelfde oefening werd voor alle deelsectoren gemaakt, en leverde voor akkerbouwbedrijven op dat 95 procent minder dan 52 hectare ter beschikking heeft terwijl één procent van de bedrijven minstens 102 hectare in gebruik heeft. Het gemiddelde over de vijf grootste bedrijven bedroeg 558 hectare. In de varkenshouderij heeft 95 procent van de vleesvarkensbedrijven minder dan 1.566 dieren en één procent minstens 2.789 dieren. Het gemiddelde over de grootste vijf bedrijven bedroeg 17.723 vleesvarkens. Op de zeugenbedrijven zitten in regel minder dan 497 zeugen. Eén procent van de bedrijven heeft minstens 978 dieren en het gemiddelde van de grootste vijf biggenproducenten bedraagt 3.700 zeugen.

Dat er zich tijdens de periode 2001-2012 schaalvergroting voordeed in de landbouw blijkt uit verschillende indicatoren. Per bedrijf is namelijk een duidelijke stijging vastgesteld van het areaal (+43%), het aantal dieren (+30%) en de standaard output van de bedrijven (+30%). Gelijklopend met de schaalvergroting in de Vlaamse land- en tuinbouw daalde het aantal familiale arbeidskrachten, gemiddeld met bijna negen procent. Deze daling werd meer dan gecompenseerd met niet-familiale arbeid aangezien het aantal voltijdse arbeidskrachten over de beschouwde periode met 14 procent toenam.

In de intensieve sectoren (varkens en pluimvee) nam het aantal dieren per bedrijf het sterkst toe, wat resulteerde in een evenredige stijging van de standaard output. De combinatie van verschillende variabelen resulteerde in een diepgaander beeld van de evoluties. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de arbeidsintensiteit – het aantal arbeidskrachten per hectare – daalt. Dat kan gelinkt worden aan een proces van automatisatie en arbeidsrationalisatie.

Het rapport sluit af met de belangrijke vraag waar het fenomeen schaalvergroting toe leidt. Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Het fenomeen zou per sector of op bedrijfsniveau dieper uitgespit moeten worden. Daarnaast noemen de onderzoekers een brede discussie over het vraagstuk “zeer wenselijk”, in elk geval binnen de landbouwsector maar allicht ook met de maatschappij. Tot slot wijzen ze nog op de andere toekomststrategieën die landbouwers kunnen hanteren, zoals het verbreden van hun activiteiten met hoeveverkoop of -toerisme, opteren voor de biologische productiewijze, een nicheproduct in de markt zetten, enz.

Meer info: Schaalgrootte en schaalvergroting in de Vlaamse land- en tuinbouw

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek