Inkomen, beleid en grond houden landbouwers bezig
nieuwsBij het in kaart brengen van de sociale dimensie van de boerenstiel viel het de onderzoekers van het Departement Landbouw en Visserij op dat er een hoge inkomensontevredenheid en -onzekerheid heerst in de sector. Ruim een derde van de 663 bevraagde landbouwers wil zich via schaalvergroting wapenen voor de toekomst. Sparen en de kosten terugdringen, staan als bedrijfsstrategieën nog hoger aangeschreven.
De helft van de 663 landbouwers uit het monitoringsnetwerk van de Vlaamse landbouwadministratie maakt zich meestal tot altijd zorgen over zijn inkomen. Het overheidsbeleid is een andere belangrijke bron van onzekerheid. In de ‘top vijf van problemen’ staan er drie die met de overheid te maken hebben. Het gaat dan om het bekomen van vergunningen en rechten, administratieve lasten en onzekerheid rond het beleid. Naast inkomen en beleid is ook de moeilijkheid om bijkomende grond te verwerven een onzekere factor.
Bijna elke bedrijfsleider ervaart een impact van de crisis en van prijsschommelingen, productierisico’s en onzeker rendement van investeringen. Bij de bevraging in januari 2012 zat het moeilijke jaar 2011 wellicht nog fris in het geheugen. De crisis speelt mogelijk ook een rol bij de keuze voor eerder behoudsgezinde bedrijfsstrategieën als sparen, minder kosten maken en geen veranderingen doorvoeren. Zes procent van de bevraagde landbouwers overweegt zijn of haar bedrijf stop te zetten. Strategieën die zich eerder richten op de keten kunnen net geen één op de vijf bedrijfsleiders bekoren.
Ruim een derde van de landbouwers ziet schaalvergroting als strategie voor de toekomst. De onderzoekers voegen daar zelf aan toe dat twee derde die optie dus niet overweegt voor zijn of haar bedrijf. Meer tevreden bedrijfsleiders hebben wel een voorkeur voor groei. Een andere interessante vaststelling uit het rapport is dat grote bedrijven en jonge bedrijfsleiders (jonger dan 40 jaar) schaalvergroting vaker aanduiden als strategie dan kleine bedrijven en oude bedrijfsleiders. De melkveehouderij kiest het vaakst voor schaalvergroting (bijna de helft). In de tuinbouw is die strategie opvallend minder populair en in de sierteelt overtuigt het zelfs maar één op de tien bedrijfsleiders.
Groeien betekent meer investeren, “maar vaak ook meer schulden en meer kopzorgen”, waarschuwt het rapport. Grotere bedrijven moeten vaak zwaardere leningen aangaan om hun groei te financieren, met een lagere solvabiliteit en meer zorgen rond schulden en inkomen tot gevolg. Bovendien voelen de bedrijfsleiders van grote bedrijven vaker een impact van de crisis op een aantal vlakken die eerder met familie en gezin te maken hebben, alsook op de contacten met leveranciers en afnemers. Toch zijn het de kleine bedrijven die vaker aangeven dat zij kampen met een beperkte leefbaarheid. Kleinere bedrijven halen ook vaker andere inkomsten buiten de landbouw.
Dat laatste geldt niet alleen voor de kleinere bedrijven. Anno 2012 is het landbouwinkomen als enige inkomensbron voorbijgestreefd. De land- en tuinbouwer die samen met zijn of haar partner het bedrijf voltijds uitbaat is niet het enige type. De helft van de bedrijfsleiders geeft aan een niet verwaarloosbaar aandeel van het gezinsinkomen buiten de landbouw te halen. Eén op de vijf doet zelf andere betaalde arbeid buiten de landbouw. Vleesveehouders en akkerbouwers combineren hun bedrijf het vaakst met andere betaalde activiteiten.
Meer info: Boer(in) in hoofd, hart en nieren